Openheid
Handelingen 11,1-18
‘Wie doet ermee?’ roept Peter op het schoolplein. En hij kijkt benieuwd wie er van zijn groep aan komt lopen. ‘Ik,’ zegt een klein jongetje uit groep 2. ‘Ik,’ zegt het langste meisje van de school, dat al in groep 8 zit. Peter kleurt ervan. Dat was niet zijn bedoeling. Hij heeft een leuk spel voor zijn eigen groep bedacht. Hoe moet dat, als er veel te veel kinderen mee willen doen? Heeft hij dan wel genoeg stoepkrijt? En gaan die andere kinderen wel serieus meedoen? Help, nu komen er zelfs kinderen van het andere schoolplein kijken. Zouden die ook nog mee willen doen?
Meester Bas ziet hoe Peter opeens een beetje onhandig op zijn eigen speelveld staat. Hij begrijpt wat eraan de hand is. Gelukkig heeft de school nog wat stoepkrijt op voorraad. Meester Bas loopt naar Peter toe en zegt: ‘Het lijkt hier het Koninkrijk van God wel. Eerst werden er maar een paar mensen uitgenodigd, maar al snel verspreidde het vrolijke nieuws zich.’ En hij voegt eraantoe: ‘Peter, laat ze allemaal maar meedoen. Er is stoepkrijt genoeg voor iedereen.’ En tegen de kinderen zegt hij: ‘Alleen één ding: jullie moeten wel naar Peter luisteren. Hij heeft een spel bedacht om de pauze gezelliger te maken. Wie daaraan mee wil helpen, kan meedoen.’