Menu

Premium

Opnieuw geboren

Bij Johannes (2,23-)3,1-16

Op de brandnetel zitten veel rupsen. Ze wonen in kokertjes die ze zelf maken. Ze rollen een brandnetelblad op en spinnen er een paar stevige draden omheen, klaar. Zodra de zon schijnt en het warmer wordt, kruipen ze uit hun kokertjes. Een groot, groen blad wordt vanaf de rand naar het midden helemaal opgeknabbeld. Het lijkt wel een wedstrijd, zo snel knagen ze aan het blad. Het duurt niet lang of ze worden zo dik, dat ze uit hun velletje barsten. Gelukkig zit er gewoon een nieuw velletje onder. Zwart of grijs of bruin met gele vlekjes.

Het hardst van allemaal knabbelt Nico. Op een dag voelt Nico zich raar. Er gaat iets gebeuren. ‘We worden vlinders,’ zegt Nico. ‘Atalanta’s, als je het mij vraagt!’ De andere kijken gespannen toe hoe hij als eerste met een stevige draad zijn kokertje nog verder oprolt, tot het helemaal dichtzit met Nico erin. Mompeldemompel, klinkt het uit het kokertje. De rupsen leggen hun oor ertegenaan en horen Nico slaperig zeggen: ‘O, wat kan ik toch mooie stevige draden maken.’

Een hele tijd later barsten er allemaal kokertjes open in de brandnetels. Het eerst van magere Flip, die zulke dunne draadjes had gesponnen. Die houden het niet lang en hij kruipt eruit. Maar kijk, wat mooi, het is een nieuwe Flip met mooie kleuren. Oranje randen op de vleugels, met witte stippen en blauwe punten. Als laatste kruipt hijgend Nico uit zijn kokertje. Wat een werk met die vreselijk dikke, sterke draden! Maar hij is er toch. En net zo mooi als de andere. Opnieuw geboren. En het eerste wat hij zegt is: ‘Wat zie jij er mooi uit, Flip!’

Wellicht ook interessant

None

Recensie van Matthijs Schuurman over het boek Drie-eenheid

In 2024 schreef Bram van de Beek een artikel voor een wetenschappelijke encyclopedie over hoe er in de Vroege Kerk werd gedacht over de drie-eenheid. Al vanaf de jaren-’80 is hij actief als hoogleraar. In 1981 volgende hij in Leiden prof. dr. H. Berkhof op als hoogleraar Dogmatiek. In 2000 verhuisde hij naar de Vrije Universiteit, waar hij Symboliek ging doceren. Bij symboliek gaat het om de inhoud van de geloofsbelijdenissen. Ook was Van de Beek bijzonder hoogleraar Systematische theologie aan de Universiteit van Stellenbosch in Zuid-Afrika.

None

Recensie van Matthijs Schuurman over het boek Inferno

Iedereen heeft misschien wel zijn eigen beeld van de hel. Persoonlijk vind ik de hel zelf veel moeilijker voor te stellen dan de hemel. Als ik de hel zou moeten verbeelden, dan zou ik kiezen voor een druk winkelcentrum waar ik eindeloos op en neer ga op de roltrap. Ik ben dan in een drukte van mensen waar ik niet verbonden mee kan raken, omdat die mensen op dat moment allemaal voor zichzelf leven. Een plek waar ik innerlijk alleen maar onrustig kan worden en onrustig zal blijven. Zo stel ik me de hel voor: als een plek waar ik in het leven hier op aarde al niet graag kom. Als ik over het beeld nadenk, ontbreekt een belangrijk element: God Die Zijn oordeel heeft uitgesproken over mijn leven. Dat ik niet zonder reden voor altijd op die roltrap op en neer zal gaan en ik innerlijk gek wordt van de steeds toenemende onrust.

Jan Luyken (1700), Origenes onderwijst zijn studenten.
Jan Luyken (1700), Origenes onderwijst zijn studenten.
Basis

Waarom ‘Eeuwig’ toch niet altijd een goed vertaalwoord is

Enkele publicaties vorig jaar, waaronder het boek “Het einde van de Hel” van Reinier Sonneveld, hebben de eeuwenoude discussie of God alle mensen uiteindelijk zal redden1 weer nieuw leven ingeblazen. Een belangrijk argument tegen de leer dat voor ongelovigen de hel de eindbestemming zou zijn, is dat de Hebreeuwse en Griekse woorden die meestal met “eeuwig” vertaald worden, niet de betekenis “eindeloos” hebben. Dat was aanleiding voor het blad Met Andere Woorden (MAW), een vakblad voor Bijbel en vertalen, om een themanummer uit te geven rondom dit woordje, “eeuwig” en “eeuwigheid”. En, hoewel vertalers zich het liefst op de tekst zelf focussen, ontkom je er niet aan keuzes te moeten maken die aan een dergelijke discussie raken.2 Zo moet een vertaler kiezen of hij meegaat in het zo bekende “eeuwig” en “eeuwigheid”, of in navolging van kritiek en diverse onderzoeken voor een andere weergave kiest. In het themanummer verdedigden enkele artikelen de keuze voor “eeuwig”. In de studievertaling waar ik aan mee mag werken, de Nieuwe Concordante Vertaling (NCV),3 is echter een andere keuze gemaakt. In dit artikel laat ik graag zien waarom “eeuwig” toch niet altijd een goed vertaalwoord is.

Nieuwe boeken