Menu

Basis

Over de ‘King James Bijbel’

Hoewel ik soms aarzel om het toe te geven is er echt iets tijdloos in de Tyndale/ King James vertaling. Generaties lang bood die een gezamenlijke voorraad aan verwijzingen en toespelingen, waar in dit opzicht alleen Shakespeare mee te vergelijken is.

Hij weerklonk in de hoofden en herinneringen van geletterde mensen, maar ook van diegenen die hem alleen kenden door wat ze hadden gehoord. (…)

Een cultuur die een dergelijke gemeenschappelijke bron van beelden en allegorieën niet bezit, is angstig smal. Door steeds te zoeken naar mogelijkheden om te updaten of iets ‘relevant’ te maken, mis je het punt, zoiets als een verlangen naar een hip-hop Shakespeare. ‘Man is born unto trouble as the sparks fly upward’, zegt het boek Job. Wil je dat proberen te verbeteren voor Twitter? (…) Degenen die tegen de vertaling van de Bijbel in de volkstaal waren – net zoals die katholieken die wensen dat de mis nog in het Latijn werd gelezen of die moslims die het als profaan beschouwen om de Koran uit het Arabisch te vertalen – waren bang dat de mystieke kracht van bezwering en ritueel verloren zou gaan, en dat er daglicht bij de magie zou komen. Ze vreesden ook dat als Gods woord te alledaags en gewoon zou worden, het minder indrukwekkend zou zijn, of minder ontzag zou opwekken. Maar het tegenovergestelde bleek waar te zijn, tenminste in dit geval. De Tyndale/King James vertaling zou, zelfs als alle exemplaren ervan zouden worden verbrand, nog steeds voortleven in onze taal door de overlevering via Shakespeare en Milton en Bunyan en Coleridge, en ook in geliefde populaire uitdrukkingen zoals ‘fatted calf’ en ‘pearls before swine’. Deze vertaling bleek meer te zijn dan de som van zijn antieke voorgangers en bleek bovendien een bewaarplaats en bouwwerk van taal, dat uittorent boven al zijn opvolgers. Dat het establishment van de Church of England ervoor koos deze tekst achter te laten, in de hoop de kerken weer te vullen, en ze uiteindelijk juist leeg bleek te maken, is nog weer een illustratie van het feit dat religie door mensen wordt gemaakt, en dat al de zogenaamd geïnspireerde en onveranderde teksten onder de beïnkte menselijke vingerafdrukken zitten.

Uit: Toen de koning God redde, Vanity Fair, mei 2011

Wellicht ook interessant

None

In Echo’s van het goede nieuws weerklinken de historische evangeliën in een nieuw geluid

Theologen en wetenschappers buigen zich al eeuwenlang over de betekenis van de evangeliën. In duizenden naslagwerken en commentaren voorzien ze de verhalen over het leven en de missie van Jezus van context. Het lijkt daardoor lastig om nog met vernieuwende en originele perspectieven te komen. Toch weet Geurt-Henk van Kooten met zijn boek Echo’s van het goede nieuws de evangeliën opnieuw te laten spreken. Door ze in hun historische context te plaatsen, brengt hij hun boodschap op een verrassend actuele en relevante wijze dichtbij.

Deuteronomium 6:4 in het Hebreeuws
Deuteronomium 6:4 in het Hebreeuws
Basis

Sjema

In het boek Deuteronomium is de hoogste joodse geloofsbelijdenis te vinden: “Hoor, Israël, de Heer onze God, de Heer is één!’, in het Hebreeuws uitgesproken als ‘Sjema Jisraël, Adonai Elohénoe, Adonai echád’ (Deuteronomium 6:4). Zonder dit vers, dat naar het eerste woord bekendstaat als het sjema, is het hele joodse monotheïsme ondenkbaar. Dit vers ‘leeft’ als geen ander. De gelovige staat ermee op en gaat ermee naar bed. Met dit vers op de lippen blaast hij ook de laatste adem uit. Het is dan ook niet voor niets dat juist deze tekst als een soort vademecum te vinden is in de mezoeza en de tefilien.

Nieuwe boeken