Menu

Basis

Pastoraat en de bio-industrie

In het novembernummer van Woord & Dienst schreef Jan Sterrenburg over zijn masterthesis: geloofsbeleving onder pluimveehouders. Luite-Harm Kooij reageert. Er wringt iets…

Het onderzoek dat Jan Sterrenburg heeft gedaan naar de geloofsbeleving van pluimveehouders rondom uitbraken van vogelziekte, roept bij mij een dubbel gevoel op. Laat voorop staan dat het bijzonder waardevol is dat er onderzoek gedaan wordt naar het geestelijke welbevinden van agrariërs. Bekend is dat deze groep vaak in eenzaamheid worstelt en dat er veel psychische nood gevonden kan worden.

De grote veranderingen in de sector, de schaalvergroting, schuldenlast, regeldruk van de overheid en de publieke opinie over werk en bedrijf kunnen een zware wissel trekken op het welzijn van agrarische ondernemers. Er wordt wat afgetobd en geleden op de boerderij … Dat er vanuit de kerk pastorale zorg wordt geboden en ervoor wordt gepleit als kerk te investeren in verbondenheid met deze sector kan ik helemaal onderschrijven.

Maar toch wringt het ergens. Het onderzoek stipt kort aan dat de onderzochte pluimveehouders de boot afhouden, door Jan Sterrenburg getypeerd als ‘zelfgekozen onverbondenheid’. Zou het kunnen zijn dat deze onverbondenheid niet alleen een onverbondenheid is met de plaatselijke kerk, maar ook te maken heeft met eenzijdige opvattingen binnen deze groep? Opvattingen die erom vragen dat de kerk hier het licht van het evangelie komt brengen?

Het beeld dat bij mij opkomt, is dat de onderzochte pluimveehouders zich vooral slachtoffer voelen van de vogelgriep. Het is iets wat hun overkomen is. Maar de vogelpest is helaas óók product van deze sector. Het massaal houden van pluimvee in enorme bedrijven die ook nog eens heel dicht op elkaar staan in een relatief klein gebied, is gevaarlijk gebleken. Er wordt door epidemiologen steeds luider tegen gewaarschuwd.

Het is niet de vraag of, maar wanneer de volgende uitbraak plaatsvindt. Dat besef hebben de geïnterviewden ook, zo lees ik in het artikel. Maar dan? Hoe nu verder?

Gevolgen

De wilde vogels en dieren zijn natuurlijk niet de aanstichters, zij zijn slachtoffer van deze tak van bio-industrie. Het afgelopen jaar heb ik meermalen de gevolgen gezien van de vogelgriep: stranden vol met dode vogels. Dode ganzen, eenden, steltlopers, rottend langs de waterkant.

De vogelpest is helaas ook product van de pluimveesector

Een stervende zwaan, wanhopig draaiend met zijn nek, vertwijfeld tollend in het water. Wat een vreselijke doodstrijd! De Nederlandse populatie grote sterns is in één jaar tijd gedecimeerd door de vogelgriep. De berichten over de broedkolonies zeevogels voor de Schotse kust zijn alarmerend: compleet verdwenen. O ja, het virus is ook al overgeslagen op zeezoogdieren. Je houdt je hart vast wat deze nieuwe klap teweeg gaat brengen voor allerlei ecosystemen.

En dan hebben we het ‘alleen maar’ over vogelgriep, want het is bepaald niet ondenkbaar dat er gevaarlijker ziekten zullen ontstaan, zoals corona. Hoe nu verder?

Dode vogels die in een grasveld liggen
Foto: René Pop

Doodlopende weg

Wij mensen zijn hierin niet alleen maar slachtoffer. In deze crisis hoor ik een roepstem die een appel op ons doet tot verandering. Ik geloof met het Apostolicum in God de Vader, Schepper van hemel en aarde, maar óók in onze eigen verantwoordelijkheid. Wij zijn met onze levensstijl in het Westen bezig Gods goede schepping te slopen in een adembenemend hoog tempo. Zo kunnen we niet verder.

Wij hebben de neiging onszelf als mensheid in het centrum van de wereld plaatsen. Christenen hebben daarbij nogal eens een beperkt gods- en mensbeeld: de idee dat geloof vooral iets persoonlijks is, tussen mij en God. Dat wij volgens de Bijbel een dienstbaar onderdeeltje zijn van Gods schepping, niets meer maar ook niets minder, dát vergeten we nogal snel.

Nee, de wereld draait niet om ons. En onze verantwoordelijkheid in de vogelpestcrisis is dan ook niet om wilde watervogels te verdelgen of te weren (wat Hennie de Haan, tot 2021 voorzitter van de pluimveesector, een aantal jaar geleden suggereerde). De roeping die van deze crisis uitgaat, is dat wij ons gedrag gaan veranderen, omdat dit gedrag niet vol te houden is.

Wij zingen in onze kerk: ‘De aarde is met al wat leeft, met al wat zij aan schatten heeft, het wettig eigendom des Heren’ (Ps. 24 in De Nieuwe Psalmberijming, 2021). Laten wij dat zien, of zijn dat alleen mooie rijmregels bij het orgel? Waaruit blijkt ons respect voor de Heer en zijn ‘machtswoord’ als we kipproducten blijven kopen tegen dumpprijzen? Als we voor de zoveelste keer weer een schuur ‘ruimen’ en tienduizenden kippen door de shredder halen? En waar zijn dan onze hoop en moed gebleven (Ps. 27)?

Het christelijk geloof wil ons inspireren om verder te kijken dan ons eigen leven. Het wil ons leren los te laten want alleen terugkijken naar hoe het was, is een doodlopende weg. Kijk maar hoe het met de vrouw van Lot afliep (Gen. 19:26). Een agrarisch bedrijf dat van de voorouders is overgenomen, is iets om te koesteren, om door te geven. Maar tijden veranderen. Wie naar het Nederlands Pluimveemuseum in Barneveld gaat (aanrader, zeker voor kinderen!), ontdekt wat voor enorme veranderingen dat boerenbedrijf al heeft ondergaan. Van de vrouw in zwarte Veluwse klederdracht die met twee grote manden eieren naar de weekmarkt loopt, naar miljoenenbedrijven inclusief een eigen transportpoot.

Horizonverbreding

Ik hoop en bid dat de rampspoed die de pluimveesector de afgelopen jaren getroffen heeft, uiteindelijk zal leiden tot nieuwe en duurzame initiatieven. Want lijdzaam wachten op de volgende epidemie is toch geen optie? Daarom lijkt mij het slotpleidooi van Sterrenburg om te investeren in verbondenheid tussen kerk en agrariër ook zo belangrijk.

In deze crisis hoor ik een appel op ons

Investeren in pastoraat, dat is in de eerste plaats veiligheid bieden, oordeelvrije ruimte en aandacht voor pluimveehouders in hun vaak eenzame worsteling. Maar dat is vervolgens ook horizonverbreding en perspectief aanbieden vanuit de Bijbel, zodat in het pastoraat ook het evangelie van Gods nieuwe wereld mag klinken en weerklank vinden.

Bijbel en theologie kunnen moed en bezieling geven om te onderzoeken hoe we nieuwe wegen zouden kunnen inslaan in de gegeven omstandigheden. Om in verbondenheid met een dominee of de ouderling samen te zoeken naar het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid (Mat. 6:33) anno 2024.

Luite-Harm Kooij is predikant in de Nederlandse Gereformeerde Kerk (Vecht & Angstelkerk te Loenen aan de Vecht) en docent Theologie aan Hogeschool Viaa.

Nederlands Pluimveemuseum, Hessenweg 2A te Barneveld (open: 10–17 uur, di t/m za); www.pluimveemuseum.nl


Midden onder u
Woord & Dienst 2024, nr. 1

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken