Menu

Basis

Portretjes van ‘nieuwkomers’ in kerk en geloof

Mensen die hun handen openslaan
(Beeld: iStock)

In dit themanummer vindt u vier keer een portretje van een ‘nieuwkomer’ in kerk en geloof. Zij vertellen elk hun eigen verhaal, allemaal anders. Samen geven ze een mooi beeld van hun ‘inwijding’.

Portret van Myrthe

Ongeveer anderhalf jaar geleden begon bij mij het verlangen te groeien om naar de kerk te gaan. Iets trok me ernaartoe, al vond ik het spannend om die stap alleen te zetten. Het voelde als iets groots en onbekends. Toevallig kwam ik toen een vriend tegen, die me uitnodigde om eens mee te gaan naar zijn kerk. Die uitnodiging kwam precies op het juiste moment. Samen gingen we naar een evangelische gemeente, en daar begon mijn reis in het geloof.

In het begin was het veel om in me op te nemen. De manier van doen in de kerk was nieuw voor mij, en ik wist niet goed wat ik kon verwachten. Na verloop van tijd maakte ik de overstap naar een hervormde gemeente, wat opnieuw even wennen was. De stijl van de diensten en de manier van spreken waren erg anders. Wat ik lastig vond, was dat er vaak verwezen werd naar Bijbelverhalen, die voor mij nog onbekend waren. Soms voelde ik me daardoor wat onzeker, omdat ik achterliep op de rest.

Toch werd die onzekerheid juist een motivatie om meer te leren. Ik ben steeds meer in de Bijbel gaan lezen en ontdekken. Wat me steeds meer opviel, is hoe rijk en diep het christelijk geloof eigenlijk is. Het gaat niet alleen om regels of tradities, maar vooral om een levende relatie met God, die je op allerlei manieren mag leren kennen.

Wat ik heel mooi vind, is hoe mensen in de kerk er voor elkaar zijn. Er is aandacht voor verbinding, voor het zorgen voor elkaar, en voor het delen van het leven – met alle mooie én moeilijke momenten. Wat me aantrekt in het christelijk geloof, is de boodschap van genade, vergeving en hoop. Dat er een God is die je kent, van je houdt en met je meegaat in het leven – dat vind ik iets heel moois. Ik ben nog steeds op ontdekkingstocht, maar ik ben dankbaar dat ik deze weg ben ingeslagen. Het geloof geeft me richting, rust en een diepe vreugde die ik nergens anders vond.

Interview met Joe, 32 jaar

Biddende mensen die elkaars handen vasthouden
(Beeld: iStock)

In 2018 kocht ik een Bijbel. Al langer dacht ik na over de vraag: wat, als het waar is? Ik ben opgegroeid in Engeland, en ben daar niet gelovig opgevoed. Wel voelde ik me altijd aangetrokken tot kerkgebouwen. Ik kon daar niet voorbijlopen zonder naar binnen te gaan. Een jaar later werd ik ernstig ziek. Toen werd de vraag nog extra urgent: wat nu? Ik zou mezelf in die tijd agnostisch genoemd hebben, met een neiging naar geloven. Het besef dat ik zou kunnen gaan sterven, deed me meer nog zoeken naar de zin van het leven.

Ik voelde dat het vooral over Jezus ging. Hij was een ‘echt mens’, en ik moest een keuze maken. Was Hij echt de Zoon van God, of was hij (om met Lewis te spreken) een leugenaar? In die tijd liep ik de kerk in onze buurt binnen om te bidden. Ik wandelde een aantal keren per dag om in conditie te blijven, en zag dan de kerkdeur van de oude kerk bij ons in de wijk open staan. Als de koster doordeweeks in de kerk is, staat die deur altijd open. Er was ruimte om even naar binnen te komen en te bidden.

Via de koster kwam ik in contact met de dominee, en later ook met de gemeente. Het gaf me kracht. Ik heb me daardoor nooit alleen gevoeld, ook niet toen mijn behandelingen erg zwaar waren. Ik kon in die tijd denken: ook als het meest slechte scenario gaat gebeuren, ik kan dit. Ik geloof dat Jezus Christus bij me was, en dat de Heilige Geest me kracht gaf. Ik kan me niet voorstellen dat dit zonder de kerk en een predikant had gekund.

Vroeger was ik nooit echt een gemeenschapsmens. Een gemeenschap vond ik al snel benauwend. In het Engels noemen we dat ‘curtain twitchers’, dat je in de gaten wordt gehouden en dat iedereen alles van elkaar wil weten. In de gemeenschap van christenen ervaar ik dat echter niet zo. Ik ben voor het eerst blij, dat ik deel uitmaak van een gemeenschap, en dat voel ik voor het eerst. Het is een verbinding met mensen, die anders is dan met bijvoorbeeld mijn buren in de straat. Ik heb meer met een christen uit een andere plaats of een ander land dan met een niet-gelovige kennis. Gedeeld geloof in God geeft een verbinding die me rust, kracht en vreugde geeft, en die me niet benauwt.

Interview met Jet

‘Het is toch mooi, dat Iemand voor jou is gestorven en dat je daardoor dichter bij God kan komen?’ Toen Jet dát pasgeleden tegen iemand uit haar omgeving zei, werd ze wel heel glazig aangekeken. En ze snapt dat ook heel goed.

Ze groeide op in een gezin, waar het christelijk geloof ver op de achtergrond was geraakt. Oma was nog wel betrokken bij een evangelische gemeente. Bij haar sterven werd Jet getroost met de woorden, dat ‘oma bij God in de hemel was’, maar daarbij bleef het wel. Op de openbare basisschool speelde het geloof geen rol. Kerst draaide om gezelligheid en dat Pasen met Jezus te maken had, werd niet verteld. Ook tijdens de periode op de rooms-katholieke middelbare school was het christendom geen factor van betekenis. Behalve een stiltemoment voor de maaltijd werd er geen aandacht gegeven aan het geloof.

Mede door traumatische gebeurtenissen en negatieve invloeden kwam Jet mentaal in een vicieuze cirkel terecht. Ze sloot zich aan bij een politiek geëngageerde, anarchistische groepering, en was met haar hanenkam een opvallende verschijning. Wonderlijk genoeg was deze club van anti-religie voor haar één van de triggers om zich te gaan verdiepen in het geloof.

Toen Jet zich beter ging voelen kwam er een bezinningsproces op gang. Ze pakte haar passie om te turnen weer op en haar werk bij de plaatselijke supermarkt hielp ook mee: ze leerde Nathan kennen, met wie zij nu alweer enige tijd een relatie heeft. Nathan kwam uit een kerkelijk meelevend gezin, maar voor hem had het christelijk geloof zijn betekenis een beetje verloren.

Maar toen de zus van Nathan belijdenis deed, gebeurde er in de dienst iets bij Jet, wat zij niet zo goed kan verklaren. Ze kreeg een wonderlijke rust over zich heen. De liederen die zij hoorde, troffen haar in het hart. Vooral raakte het haar, dat er een gemeenschappelijke deler in de gemeente leek te zijn: samen aanbaden deze mensen één en dezelfde God. En Jet wist dat zij dáárnaar verlangde: een gemeenschap van mensen die eensgezind is in het geloof.

Allerlei dingen vielen vanaf dat moment op zijn plek. Zo kreeg Jet van een vrijwel onbekende man zomaar een kaartje met de tekst ‘je bent een parel in Gods hand’. Want, zo verklaarde deze man, ‘ik kreeg het in mijn hart te bidden voor de jonge vrouw van de Jumbo.’ Ook de thema’s, die bij de Alphacursus, die Jet en Nathan intussen volgden, aan de orde kwamen, wekten haar interesse. Door alle ervaringen krijgt ze rust in haar hoofd en hart, en zekerheid bij het maken van beslissingen. Op dit moment verlangt Jet ernaar om méér te leren over het geloof. Daarom heeft ze zich opgegeven voor de belijdeniscatechese. En daarom gaat ze, als het maar even kan, naar de kerkdienst. Ze is dankbaar dat veel mensen in de gemeente in alle openheid over het geloof praten. De liederen spreken haar aan en de preken vindt ze interessant.

Jet hoopt nog veel te leren. Maar het belangrijkste heeft ze geleerd: door Gods liefde wéét ze dat niets haar kan scheiden van Christus, die ook voor haar is gestorven én opgestaan.

Portret van toetreder Nina

Persoon die de Bijbel leest
(Beeld: iStock)

Hoe ik bij de kerk gekomen ben? Dat is heel gek gegaan: via een dating-app. Ik had contact met een jongen die naar de kerk ging. Ik ben niet christelijk opgevoed. Mijn grootouders geloofden wel, maar mijn ouders moesten er niets van hebben. Alleen met Kerst gingen we naar de kerk.

Ik heb altijd gedacht: het is fijn om te geloven. Waarom heb ik dat niet? Waarom ben ik niet gedoopt? Maar de stap naar de kerk vond ik wel een hele grote. Je krijgt toch ook veel anti-kerk mee in de samenleving. Via een podcast van Jonathan Pageau hoorde ik over de symbolische interpretatie van de Bijbel. Ik vond dat boeiend en toen ben ik de Bijbel gaan lezen. Ik merkte: hoe meer je leest, hoe meer je gaat begrijpen.

Later ontdekte ik dat je de Bijbel ook op andere manieren kunt lezen. Ik had heel veel vragen, in de Bijbel vond ik antwoorden. Ik ben veel op zoek geweest naar het waarom van de dingen. Als tiener heb ik ongeveer elke vorm van magie en esoterie geprobeerd. Ik heb 1e graad Reiki gehaald. Maar ik ontdekte dat het allemaal ego was. Nu heb ik een leidraad, die mij helpt. Hoe mooi is het om je te richten op iets wat groter is dan jezelf, op God de Allerhoogste.

Ik wilde graag naar de kerk, maar wist niet goed hoe ik dat moest aanpakken. Toen heb ik op een gegeven moment een e-mail gestuurd, met de vraag: wat moet ik doen om mijn kind te laten dopen? Ik had toen een zoontje van 4 jaar oud. De dominee reageerde heel mooi en nodigde mij uit voor een gesprek. Zijn houding hielp mij over de drempel. Ik ben vanaf dat moment regelmatig naar de kerk gegaan. Ik werd hartelijk ontvangen.

De kerk als community is een bijzondere plek. Ik ervaar daar veel goeds. De mensen zijn heel hartelijk. Het is een open en betrokken gemeenschap. Ik leer er veel. Ik heb eerst een cursus gevolgd en later ook nog een belijdeniscursus, dat was heel leerzaam. Ik ervaar rust en vind richting in mijn leven. Wat ik ook mooi vind, is dat er van alles georganiseerd wordt, er zijn ook veel activiteiten om de kerkdienst heen.


Inwijding
Ouderlingenblad 2025, nr. 10

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken