Menu

Premium

Preekschets 1 Korintiërs 12:12-13 – Pinksteren

… wij zijn allen van één Geest doordrenkt…

1 Korintiërs 12: 12-13

Schriftlezingen: Handelingen 2: 1-13 en 1 Korintiërs 12: 12-20

Liturgisch kader

Ook op Pinksterzondag leven we kerkelijk gezien nog in de tijd van Pasen. Het Pinksterfeest sluit de tweede kring, de Paaskring af (de Kerstkring is de eerste). Na Pasen en Hemelvaartsdag viert Pinksteren dat Gods Geest niet alleen op bijzondere wijze over Jezus vaardig werd maar dat Gods Geest alle mensen aanraakt en hen uitnodigt om in Jezus’ voetspoor verder te gaan. De Geest des Heren maakt een nieuw begin ‘in al wat groeit en leeft’ (NLB 686).

Laat het Pinksterfeest, het feest van de gave(n) van de Geest, een feest zijn van, door en voor de gemeente. Een feest waarin zij dankbaar haar eenheid viert, maar niet in isolement. De van Godswege geschonken vruchten van de Geest moeten in al hun diversiteit benut worden. Ten dienste van elkaar en van de wereld. Daartoe is de gemeente gezonden, daartoe is de Geest vaardig geworden over haar. Laat zij daar juist op deze dag van getuigen in woord én daad.

Uitleg

Natuurlijk wordt het Pinksterevangelie uit Handelingen 2 deze zondag (deels) gelezen, Handelingen 2:1-13. Maar we verbinden het Pinksterevangelie deze zondag met een passage uit hetgeen de apostel Paulus schrijft aan de gemeente te Korinte, in 1 Korintiërs 12, ‘Vele gaven, één Geest’. Het betreft de te lezen passage 1 Korintiërs 12:12-20. Door deze twee teksten met elkaar te verbinden worden we minder de passieve toeschouwers bij een wonderlijk gebeuren elders, lang geleden. Een ver-van-ons-bed-show. De Geest die toen op wonderlijke wijze werkzaam was, in een combinatie van eenheid en diversiteit, die Geest is ook nu werkzaam in de gemeente. Zo worden we van toeschouwer medespeler op deze feestelijke dag. Welke gaven, welke vruchten van de Geest hebben wij ontvangen en kunnen we inbrengen ten dienste van het grotere geheel? Als leden van de geloofsgemeenschap beschikken we over een enorme verscheidenheid aan gaven die we deze zondag vooral ook moeten benoemen én positief waarderen. Toch is die verscheidenheid vrucht van de ene Geest. Opnieuw: diversiteit en eenheid. Aan de eenheid ontspruit diversiteit, in de diversiteit ontwaren we eenheid.

Paulus schrijft zijn eerste brief aan de gemeente in Korinte vanuit Efeze, vermoedelijk voorjaar 55 na Chr. Hij kende de Griekse havenstad goed. Het was in zijn tijd een uitgestrekte en bedrijvige stad, ‘groot, veelzijdig en kleurrijk’ (Den Heyer). Paulus en de Korintische gemeente hebben intensief met elkaar gecorrespondeerd, maar over de samenstelling van de gemeente is weinig met zekerheid te zeggen. De gemeente vormde in ieder geval géén eenheid. Naast Paulus’ denkbeelden circuleren er andere ideeën. Wat is een christelijke levenswijze, wat betekent in dat verband vrijheid, eenheid, liefde? Met beelden en voorstellingen probeert Paulus de noodzaak van het vormen van een hechte eenheid te onderstrepen, zeker ook in 1 Korintiërs 12. Bovendien wijst hij in 1 Korintiërs 13 ‘een weg die nog voortreffelijker is’ (1 Korintiërs 12:31), de weg van de liefde.

Hieronder volgt een korte uitleg per kernvers:

12:12, gar, ‘want’ aan het begin geeft het verband aan tussen het thema van vs 4-11 en dat van vs 12-17. In vs. 28 komt het eerste thema weer terug, een grote verscheidenheid aan gaven. Naast de gelijkwaardigheid van de gaven is ook de gelijkwaardigheid van de leden van de gemeente van belang.
De vergelijking van een mensengemeenschap met het lichaam/ledematen komt vaker voor in de antieke literatuur. Hier is er sprake van een toespitsing op Christus: houtoos kai ho Christos. NBV vertaalt: ‘Zo is het ook met het lichaam van Christus.’ De gemeente is één lichaam in Christus.

12:13, deze gedachte wordt verbonden met de taal van de doop. De ene Geest bewerkt dat de gemeente één lichaam is, allen omvattend. Van buiten is zij ondergedompeld in de Geest, van binnen van de Geest doordrenkt. Baptizoo en potizoo zijn hier belangrijke termen. Baptizoo is de vaste term voor de waterdoop, vaak gebruikt in evangeliën en Handelingen, ook bij Paulus in 1 Korintiërs. De associatie met de waterdoop wordt versterkt door de woorden ´of we nu uit het Joodse volk…´, het is taal in de context van de doop. Een doop in de Geest staat hier niet los van de waterdoop. De doop en het aaneen smeden van de gelovigen tot één lichaam zijn hier samen het gevolg van het in Christus gedoopt zijn. Dat is de grond van de eenheid van de gelovigen. Na het tot één lichaam gedoopt zijn, volgt het in één Geest gedrenkt zijn. Potizoo is bijzonder in dit verband. Het is een term voor irrigatie, voor de grond die met water doordrenkt is. De conclusie van beide opeenvolgende beelden is dat er maar één lichaam kan zijn omdat er ook maar één Geest is.

In 12: 14 begint Paulus met de uitwerking van het beeld van het lichaam en de ledematen. Het ene lichaam is niet één ledemaat, bijvoorbeeld alleen de voet of alleen de hand, het omvat vele ledematen. De ledematen worden sprekend ingevoerd om de stelling van vers 14 verder door te trekken: als het lichaam alleen hand zou zijn, dan zou de voet kunnen zeggen er niet bij te horen, want ‘Ik ben geen hand’. Maar God heeft alle lichaamsdelen een eigen plaats gegeven en met elkaar vormen die delen het éne lichaam.

Toegepast op de gemeente: als ieder gemeentelid alleen maar één en dezelfde gave zou hebben, dan zouden de andere gaven zeer worden gemist. In de gemeente als lichaam hebben de ledematen, die alle deel uitmaken van het ene lichaam, elkaar zeer nodig. In 12:27 wordt het beeld concreet op de gemeente te Korinte toegepast: ‘Welnu, u bent het lichaam van Christus en ieder van u maakt daar deel van uit.’

Aanwijzingen voor de prediking

Pinksteren verlegt de aandacht van Jezus zelf als hoofdrolspeler naar mensen om hem heen, leerlingen, apostelen, navolgers, inclusief wijzelf. Pinksteren verlegt de aandacht van Jezus als de eerste mens vol van Geest naar mensen vol van Geest, van Geest doordrenkt. Hoe komt het dan dat juist Pinksteren nog wel eens met gebrek aan belangstelling te kampen heeft, zeker in het liberale christendom. Nu we zelf mogen laten zien wat we waard zijn aarzelen we?

Heeft het te maken met de vaagheid van het geestbegrip? En toch heeft de werking van Gods Geest onder ons te maken met het concrete leven van alledag. Zoals we een hele wereld van schoonheid kunnen ontdekken in één bloem, zo kunnen we de betekenis en werking van Gods geest soms proeven in één klein ogenblik in ons eigen bestaan. En we hoeven niet allemaal in extase te raken of in vreemde talen te spreken om te ontdekken dat God ons liefheeft en dat zijn Geest in ons woont. Maar dan moeten we soms wel stil willen worden en afwachten. Want Gods Geest openbaart zich niet in storm en bliksem maar in de zachte bries waarmee hij ons aanraakt en inspireert.(Vrij naar Henri Nouwen, Vreemdeling in het Paradijs.)

Bovendien, naar Paulus, Gods Geest woont niet alleen in mij, maar juist ook in mijn mede-gemeentelid, mijn buurvrouw, mijn zuster of broeder ver weg. Wij allen zijn mensen, vol van Geest. (H)erkennen we dat in elkaar? De kerk van alle eeuwen heeft ervan geweten. Van geïnspireerde mensen die tot inspirerend voorbeeld voor tijdgenoten en mensen lang nadien werden. Heiligen en geloofsgetuigen worden ze genoemd. Bemoedigende voorbeelden ter inspiratie en navolging. Om stil van te worden en bij stil te staan.

Laat de gemeente juist met Pinksteren nog maar eens nadenken over de vraag wie hen inspireert en waarom en wat dat in hun eigen leven voor betekenis heeft.

Uiteindelijk gaat het erom wat je met de gave van Gods Geest in jouw leven doet. Ook ten dienste van de gemeenschap. Ieder hoort in het Pinksterverhaal de goede boodschap in z’n eigen taal, op z’n eigen niveau, in z’n eigen tijd en context. Op naäperij zit niemand te wachten. Zo sprak rabbi Sussja: ‘In de komende wereld zal me niet gevraagd worden: waarom ben je niet als Mozes geweest? Nee, men zal mij vragen: waarom ben je niet als Sussja geweest?’

Juist in de verscheidenheid van mensen en hun gaven ligt een grote kans. Weten we dat positief te waarderen en als verrijkend te zien? Denk aan de uitspraak van Loesje: Weet u wat Pinksterverspilling is? De geest krijgen en er vervolgens niets mee doen!

Liturgische aanwijzingen

Een dienst bij uitstek om samen te vieren. Betrek gemeenteleden met hun vele gaven bij voorbereiding en uitvoering. NLB geeft veel keuzemogelijkheid, 668-702. Lied 701 is prachtig, lied 686 passend bij bovengenoemd thema (ook lied 841).

Wordt een Pinksterontbijt of -brunch georganiseerd? Geef dan aan tafel als onderwerp mee: wie inspireert je, waarom, en wat heeft dat in jouw leven voor betekenis?

Ideeën voor kinderen en jongeren

Maak met de kinderen een eenvoudig vogeltje, als verbeelding van de geest. Deel de vogeltjes vervolgens uit in de gemeente en laat aanwezigen er een pinksterwens op schrijven en voorlezen.

Geraadpleegd

  • Bert Dicou en Johan Goud (ed.), Een mens – vol van Geest. Jezus in woord en beeld. Zoetermeer, 2008.

  • C.J. den Heyer, Paulus. Man van twee werelden. Zoetermeer, 1998.

  • Dr J. Reiling, De eerste brief van Paulus aan de Korintiërs, Baarn, 1997.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken