Preekschets Deuteronomium 1:12, 13
Maar hoe zou ik alleen de last van uw problemen en geschillen kunnen dragen?
Wijs daarom in elke stam bekwame, verstandige en ervaren mannen aan,
dan zal ik hen als leiders over u aanstellen.
Deuteronomium 1:12,13
Schriftlezing Deuteronomium 1: 9 – 18
Thema: Leiders gevraagd!
Liturgisch kader
In deze periode van het kerkelijk jaar worden wordt weer opgepakt, wat in de zomermaanden stil kwam te liggen. Te denken is aan vergaderwerk, jeugdwerk, verenigingswerk. Men kan er weer tegenaan, na het zomerreces. Met goede moed! Maar juist nu is het zinvol de gemeente erbij te bepalen dat de organisatie van het kerkelijk leven een gedeelde verantwoordelijkheid is.
En dat niet maar omdat het ons westerlingen eigen is geworden democratisch te denken, maar omdat de HEER dit zo behaagt.
Psalm 80: 1, 2 is passend als gebed om voortgaande herderlijke leiding na een debacle. Psalm 99 geeft aan dat de HEER in zijn regering gebruik maakt van ambtsdragers, er worden er met name genoemd.
Indrukwekkend blijft het gebed voor ambtsdragers in de aloude “Morgenzang”, Gez. I vs. 3 NHB 1938.
Uitleg
Zodra Israël de Jordaan overgestoken zal zijn, is militaire en civiele leiding een eerste belang.
Het volk moet optrekken, plaatsen innemen, een maatschappij gaan vormen op allerlei plaatsen.
Dan moet er een bestuurlijk apparaat voorhanden zijn.
In de woestijntijd was daar al een aanzet toe gegeven: het wordt verhaald in Exodus 18: 13 – 27.
Daar wordt verhaald, hoe de schoonvader van Mozes hem de suggestie deed om niet zelf alle bestuurlijke hooi op de vork te nemen. Daar was het volk te omvangrijk voor geworden.
Mozes zou uitgeput raken. In Deuteronomium geen woord over Jethro, maar dat hoeft niet te verwonderen: er is inmiddels meer dan een generatie voorbij gegaan en een bestuurlijk systeem is al diep ingeworteld.
De zware last van een eenhoofdige verantwoordelijkheid wordt niet verzwegen, maar in een positief kader geplaatst: dat de lasten verdeeld moeten worden is een gevolg van de vervulling van Gods belofte (aan de aartsvaders) dat het volk sterk in aantal zou groeien (vs. 10). Dat is op zichzelf genomen geen reden om te zuchten: integendeel, Mozes spreekt het verlangen uit dat de HEER het volk zal laten doorgroeien (vs. 11).
Het mag niet over het hoofd gezien worden, dat het volk volgens vs. 12 zelf de opdracht krijgt
naar geschikte leiders om te zien. Juist omdat dit aspect in Exodus 18 niet naar voren komt springt het hier in het oog. Het is een samenspel: de gemeente draagt voor, Mozes stelt aan (vs. 13).
Vs. 14 benadrukt, dat het volk deze regeling volledig goed keurt. Dat Mozes dit zo zegt, geeft het hoge belang van de instemming van het volk aan. De gemeente wordt zo diep ingeprent, dat zij zelf
niet minder verantwoordelijk zijn voor het welvaren van het volk dan Mozes. Er ligt al een verkapte waarschuwing in dat een volk kan ontaarden wanneer de macht uitsluitend berust bij bijvoorbeeld één vorst, die zelf zijn mannetjes kiest en benoemt.
In vs. 15 verdient de vertaling ‘nam ik’ daarom de voorkeur boven ‘koos ik’. Het ‘nemen’ ligt in de lijn van het voorafgaande, namelijk dat Mozes die mannen accepteert die het volk heeft voorgedragen.
In de verzen 15 en 16 worden drie functies genoemd. De vertalingen van de eerste twee lopen nogal uitéén omdat niet zonneklaar is met welke taak deze functionarissen belast werden.
Het ambt van śar lijkt op het terrein van militaire bevoegdheid te liggen; dat van
šōțēr zou meer op administratief vlak kunnen liggen. Een neutrale aanduiding als beambten of functionarissen is mogelijk. Het derde genoemde ambt (rechter) wordt inhoudelijk duidelijk omschreven in de verzen 16–18. In Deuteronomium 16:18–21 worden de beambten zij aan zij met de rechters genoemd. Opnieuw, dan kan het gaan om administratieve functionarissen, maar ook is hier wel gedacht aan politie-achtige taken, lieden die vonnissen van rechters hebben uit te voeren.
Aanwijzingen voor de prediking
Het verrast, dat de eerste regeling die Mozes publiekelijk te berde brengt het bestuurlijk apparaat van Israël betreft. Dit geeft aan, dat de HEER de leiding van het volk bovenaan de agenda plaatst.
In het Nieuwe Testament is dat niet anders. De roeping van een select aantal discipelen door Jezus wordt bij Markus bijvoorbeeld al direct na zijn doop genoemd: Markus 1: 16 – 20. In het boek Handelingen treft men diezelfde zorg voor een goede organisatie eveneens al aan in het eerste hoofdstuk (1:15 vv). Het is goed dit in de preek te onderstrepen. De Godsregering gedijt niet zonder ambten en diensten. Ook na de uitstorting van de Heilige Geest blijft dit van kracht, getuige Handelingen 6. Via deze links
naar het N.T. kunnen christologie en pneumatologie in de preek worden ingebracht.
Vanaf Pinksteren zijn kerk en staat niet meer verenigd zoals onder het oude Israël. We moeten nu met twee woorden spreken: er zijn functionarissen nodig in kerk én staat. In de preek kan men er beide kanten mee opgaan, maar dat is niet aanbevelenswaardig. Wie toch het maatschappelijk aspect wil honoreren, kan bijvoorbeeld het belang van een eerlijke rechtspraak voor het voetlicht brengen. Deze zaak is actueel genoeg, nu rechters overbelast worden, kleine zaken moeten laten schieten, en ook juridische bijstand voor minder bedeelden onder druk staat.
Het ligt op deze zondag meer voor de hand om stil te staan bij de leiding van de gemeente.
Dat zou kunnen onder het thema “Leiders gevraagd!”. De preek kan gestructureerd worden door aan deze drie hoofdaspecten aandacht te geven:
-
de wil van de HEER (zie eerste regel van deze aanwijzingen),
-
de behoefte van Mozes,
-
de verantwoordelijkheid van het hele volk.
Over het eerste aspect valt nog te zeggen, dat het geen overbodige luxe is hier aandacht aan te geven. Instituties en reglementen staan niet hoog aangeschreven en worden soms gezien als louter mensenwerk en dat tegenover het werk van de Geest. Deuteronomium 1 leert het ons anders.
Het aspect van de (dringende) behoefte is onverminderd actueel. De leiding van de gemeente hoort en hoeft geen eenmanszaak te zijn. Hoort: alle machtsstreven is uit den boze. Hoeft: het is geen schande als men taken moet delegeren. Het heeft zin om te verwijzen naar Exodus 18, omdat daar blijkt dat Mozes op het idee van delegeren werd gebracht door zijn schoonvader. Het is mooi dat een voorganger open blijft staan voor welwillende suggesties door derden!
Waardoor wordt leiding geven een last? Doordat het aantal taken hand over hand kan toenemen.
Het is een zegen als een gemeente numeriek groeit. Er zijn gemeenten waar dit voorkomt en daar zal herkenbaar zijn, dat dit voortdurend roept om adequate bestuurlijke vormen.
Maar veel meer gemeenten zullen een omgekeerde situatie kennen, van krimp. Dit mag benoemd worden als last. Ook dat vraagt eigen oplossingen. Er ontstaat bijvoorbeeld gebrek aan ambtsdragers. Hoe ga je daarmee om?
Daarbij kan betrokken worden, dat ook bij krimp het verlangen naar groei sterk kan blijven.
Het mag gezegd dat dit verlangen terecht is op grond van Gods eigen beloften. Ook dit verlangen
kan leiden tot het instellen van functies, bijvoorbeeld op missionair of diaconaal vlak. Deuteronomium 1 geeft alle aanleiding hier oog voor te hebben.
Ook andere “lastige” kanten dan werkdruk mogen ter sprake komen. De problemen en geschillen uit vs. 12 zijn niet alleen iets van de woestijntijd. Mozes voorziet ze kennelijk ook voor later, en in Handelingen 6 blijkt duidelijk dat ze zich ook blijven voordoen na de uitstorting van de Heilige Geest.
Weldadig doet het aan, dat Mozes de lasten niet de boventoon laat voeren: de wens van groei in vs. 11 voorkomt dat het volk een negatieve indruk overhoudt aan Mozes’ uitspraken.
Wat betreft het derde aspect, het zal de gemeente mogelijk verrassen dat in de dagen van Mozes al zoveel verantwoordelijkheid bij het hele volk wordt gelegd. Theocratie en democratie zijn geen tegenstellingen. Het volk moet zelf op zoek gaan naar “bekwame, verstandige en ervaren mannen”(vs. 13, 15). Het geeft zelfs uitdrukkelijk blijk van instemming met het plan van Mozes
(vs. 14). Dat wordt niet voor niets opgetekend. Het volk wordt hier te verstaan gegeven, dat het zich niet achter Mozes of andere leiders kan verschuilen mochten er zaken gaan mislopen in de toekomst. Daar hoort de gemeente nog steeds van doordrongen te zijn. Gemopper op ambtsdragers
is van alle tijden en de neiging om als beste stuurlui aan wal te blijven staan eveneens.
Er is ruimte om in de preek opmerkingen te maken over de ambten in het algemeen. De Bijbel geeft, ook hier, geen blauwdruk voor een exacte invulling voor alle tijden. Zoveel is wel duidelijk, dat de nadruk in Deuteronomium 1 ligt op intellectuele en bestuurlijke kwaliteiten. Maar welke exacte inhoud de genoemde functies hadden doet er minder toe. Een ambtsleer moet nooit in beton gegoten worden.
Ideeën voor kinderen
Het beeld van een voetbalteam zal veel kinderen aanspreken. Om het spel te kunnen spelen zijn regels nodig. Binnen het team zijn diverse functies, de keeper heeft een andere taak dan de spits.
Om een scholentoernooi te kunnen winnen, moet je een team samenstellen uit de meest geschikten.
Hoe gaat het in zijn werk om die te vinden? Welke rol spelen leerkrachten daarin en welke rol de hele gemeenschap van leerlingen?