Preekschets Handelingen 5:4c
6e zondag van de zomer
Handelingen 5:4c
‘Niet de mensen heb je bedrogen, maar God zelf.’
Schriftlezing: Handelingen 4:32-36 en 5:1-11
Thema: Radicale keuzes
Het eigene van de zondag
We bevinden ons in de zomertijd, de tweede helft van juli. Vanuit het kerkelijk jaar een doorgangstijd zonder bijzonderheden. De kleur is groen, zoals de natuur doorgerijpt zomergroen is geworden. Alle schoolregio’s in Nederland hebben zomervakantie. De besteding van ons vakantiegeld vraagt om keuzes: besteden we het aan vakantie, of dichten we er tekorten mee, wat heeft prioriteit?
Uitleg
De plaats van handeling van dit verhaal is Jeruzalem. In deze heilige plaats gebeurt het voor Lucas, hier is het koninkrijk der hemelen werkelijkheid geworden. De gemeenschap is de vervulling van de messiaanse belofte van een nieuwe orde, geprofeteerd heil, God die woont onder zijn mensen.
De geloofsgemeenschap is de tempel geworden waar God in woont. Zondigen tegen de gemeenschap staat daarmee gelijk aan blasfemie in de tempel. Denk aan een voorval als dat een toeristische niet-jood denkt het tempelplein op te kunnen. Daar stond de doodstraf op. Het grote probleem dat de gevestigde orde had met Jezus was niet zijn messiaanse aanspraak; dat deden er wel meer. Struikelpunt was zijn blasfemische uitspraak de Zoon van God te zijn. Dat was de doodstraf waardig, uitgevoerd door de Romeinse autoriteit. Deze lezing gaat eveneens over een doodstraf vanwege blasfemie, maar door wie en hoe vraagt nadere beschouwing.
Hoofdbestanddeel van Handelingen zijn de bekering en werken van Paulus. Toen Paulus nog als Saulus door het leven ging, was hij een van de formeel bevoegde vervolgers van die nieuwe joodse sekte. De verhalen van Handelingen der Apostelen hebben als achtergrond spanning, verdrukking en explosieve groei van de gemeenschap. Die twee versterken elkaar. Was de eerste kerk een kleine club gebleven, dan was er niet zo veel tegenstand gekomen vanuit de joodse moedercultuur. Verraad en afvalligheid waren grote thema’s. Trouw en zuiverheid van hart waren om dezelfde reden van groot belang. Hier ligt het breekpunt waarom Ananias en Saffira moeten sterven. Ze waren niet trouw, ze handelden en spraken niet zuiver, maar ze logen. Deze scherpe context laat zich wellicht vergelijken met christelijke kerken in door extremistische moslims gedomineerd gebied. De verhoudingen staan daar op scherp.
We mogen ons afvragen waarom de eerste gemeenschap alles gemeenschappelijk bezat. Dat vloeit niet logisch voort uit de hellenistische of joodse cultuur. Het lijkt op een uitvergroting van de reizende rabbi met zijn twaalf leerlingen en Judas als beheerder van de gezamenlijke kas. De familie als sociale eenheid was wel een bekende structuur. Aan het hoofd van de familie staat de vader. Deze rol lijkt Petrus aan te nemen.
De scheiding tussen God en mens die in Jezus weggevallen was, lijkt zich te verplaatsen naar de apostelen. De heilige Geest krijgen betekent dat mensen blijvend in de Geest zijn en de Geest in hen. God en apostelen beginnen samen te vallen. De leugen tegen Petrus is volgens Petrus een leugen tegen de heilige Geest en tegen God zelf.
In de eerste gemeenschap was de opstanding het hart van het geloof, niet de verzoening. De focus lag op de aanstaande wederkomst van Christus. De tijd die de gemeenschap restte, was de aanloop naar deze voltooiing van de wereld. Dit uitzicht radicaliseert de keuzes.
De apostelen ‘getuigen met grote kracht’. Dat wordt verder niet toegelicht. Of het retoriek was, authenticiteit, overtuigingskracht of charisma wordt er niet bij verteld; duidelijk is dat de apostelen hun onzekerheid achter zich hebben gelaten en handelen en spreken vanuit een zeker weten, en dat zij de nieuwe autoriteit vormen.
De gemeenschap is ‘één van geest’. Hier wordt het woord psuchê gebruikt, dat duidt op geest of ziel in de zin van identiteit. Bij de aanduiding van de heilige Geest gaat het over pneuma. Ze hebben zogezegd eenzelfde mindset, wat niet hetzelfde is als eenheid in de heilige Geest. Markant is dat bij het sterven van Saffira in 5:10 het woord ‘de geest geven’ wordt gebruikt (exepsuxen), op basis van het woord psuchê. Als Jezus de geest geeft in Lucas 23:46, staat er exepneusen; een opvallend verschil.
Hoe bepaal je of ‘God je rijk begunstigt’? Gaat het om voorspoed? Is het de macht van het groeiende getal gelovigen? Is dat een gedeeld geluksgevoel, los van welvaart? Niemand leed enig gebrek. De focus van het verhaal rondom het geld geven toont aan dat het wel degelijk om financiële middelen ging.
Je bezit verkopen is naar de wijsheid van de wereld een doodlopende weg. Eenmaal verkocht is nu cashen, maar in de toekomst zonder inkomstenbron zitten.
Of de genoemde Barnabas dezelfde is als degene die later Paulus introduceert in de gemeenschap weten we niet, maar toevalligheid lijkt onwaarschijnlijk, zeker omdat al deze informatie bij dezelfde schrijver Lucas vandaan komt.
Wat Ananias en Saffira heeft bezield is niet zo moeilijk te raden. Het is eten van twee walletjes: een wit voetje halen in de kerk en tegelijk je schaapjes op het droge houden voor mindere tijden. Al je geld offeren omdat Jezus eraan komt? Misschien duurt het nog wel even…
Er staat nergens dat Petrus hen vervloekt. Bij Saffira wordt voorzegd dat ze zal sterven. Het doet denken aan de vervloeking van de vijgenboom door Jezus in Matteüs 21:18-22. Er staat nergens dat God hun levens neemt. Ze vallen simpelweg dood neer. Het lijkt alsof ze zich letterlijk doodschrokken toen ze betrapt werden op de leugen.
Er zit een rauwe rand om dit verhaal. Drie uur nadat Ananias dood neergevallen is en afgevoerd is, komt Saffira binnen. Niemand heeft haar blijkbaar op de hoogte gesteld. Er waren geen rouwrituelen, er was geen formele begrafenis, maar hij werd afgevoerd door enkele jonge knapen. Was Saffira per direct een paria? Er was geen troostend woord. Ze was in een fuik gelopen waar ze nooit meer uit weg zou komen. Natuurlijk was Saffira solidair met haar man. Als ze nu eerlijk zou zijn, betekende dat dat ze hem zou verraden. Met name Saffira had veel te verstouwen: het besef God te bedriegen, de woede van Petrus, de blikken van de omstanders, het bericht van de dood van haar man, de lijkdragers achter haar rug om; een heel beklemmende situatie.
De grote schrik van de gemeenschap is niet eenduidig uit te leggen. Schrok men van het feit dat een bekend echtpaar wegviel, dat ze hadden gelogen, dat er wellicht meer mensen niet eerlijk geweest waren, dat God ingrijpt zoals in oude tijden, of dat de macht van de apostelen blijkbaar zo groot was geworden dat ze levens konden nemen?
Aanwijzingen voor de prediking
Veel kerken worstelen met de financiën. Overwegingen als wel of niet grond verkopen is voor heel wat kerken een reële vraag. De radicaliteit van deze eerste gemeenschap staat ver van onze eigen praktijk als gevestigde kerk af. De zaken lopen snel spaak als we de intenties van kerkleden bij de kerkbalans gaan koppelen aan dit verhaal. Er is mildheid nodig om dit verhaal behapbaar te maken. De associatie uitwerken is wel zinvol.
Er wordt niet vermeld wat er met het geld van Ananias en Saffira gebeurde. Het bloedgeld smeet Judas volgens de overlevering weer weg. Is geld altijd neutraal geld, of moeten we nadenken over waar je je geld wegzet, wat je ermee doet en wie wat met jouw geld doet? Het is een gevoelig onderwerp, maar met deze lezing ligt het voor de hand het hierover te hebben.
Een prachtig voorbeeld van radicaliteit en mildheid samen ligt in een anekdote over Augustinus, die hardliner in geloof. Hij had een eigen kloosterorde gesticht en leefde daar met broeders samen die de gelofte van de armoede en gezamenlijk delen van bezit hadden afgelegd. Op een dag blijkt een broeder wat geld verstopt te hebben in zijn bed. De conclusie van de broeders is duidelijk: hij heeft de zaak verraden en moet eruit. Augustinus denkt na en komt dan met een besluit: we zijn blijkbaar te streng geweest, anders had deze broeder aan de regel kunnen voldoen. Vanaf die dag werd bescheiden persoonlijk bezit toegestaan.
Er zit een duistere kant aan de macht van Petrus en het samenvallen van liegen tegen hem als liegen tegen God. In de kerkgeschiedenis hebben we te vaak gezien hoe mensen monddood gemaakt zijn, gevangengezet of gedood zijn in naam van God, zaken waar we nu Gods heilige naam nooit aan zouden willen verbinden.
Dat Petrus Saffira voorhoudt te hebben gelogen tegen de heilige Geest, wat onvergeeflijk is, ademt de echo van Jezus’ uitspraak uit Marcus 3:29 en Lucas 12:10. Het krijgt daarmee toch de lading van een vervloeking. De hoorders vandaag zal deze onverbiddelijkheid tegen de borst kunnen stuiten.
Als preekdoel wil ik voorstellen dat de hoorders invoelen dat alleen het maken van keuzes vanuit liefde en in volle overtuiging (of radicale keuzes) jezelf en anderen verder helpt. Daarbij kan niet voorbijgegaan worden aan de primaire reacties van afschuw over het doodvonnis van deze twee mensen.
Liturgische aanwijzingen
Als liederen zijn NLB 1008, ‘Rechter in het licht verheven’, of NLB 1001, ‘De wijze woorden en het groot vertoon’, heel passend. Een pinksterlied als NLB 686, ‘De Geest des Heren heeft’, is fraai als slotlied.
In het gebed is een voorbede voor radicale, doorgeslagen gelovigen op zijn plek. Bid bijvoorbeeld dat de soldaten van IS tot inkeer mogen komen.
Kies je als insteek dat met deze dood van twee lidmaten het ideaal van de eerste kerk eigenlijk kapot is gegaan, dan zou een lied als ‘De Hemel’ van Stef Bos daar goed bij passen.
Het verhaal van Augustinus is bruikbaar als kinderverhaal. Zorg voor een zakje met munten dat je aan de kinderen kunt geven om te voelen.
Geraadpleegde literatuur
Via www.textweek.com
– http://www.workingpreacher.org/preaching.aspx?commentary_id=294
– http://www.lectionarystudies.com/studyot/easter1bot.html
– http://www.workingpreacher.org/preaching.aspx?commentary_id=2387