Preekschets Hebreeën 12:2
Nieuwjaar
Hebreeën 12:2
Laten we daarbij de blik gericht houden op Jezus.
Schriftlezing: Hebreeën 12,1-3
Thema: You ’ll never walk alone (Je zult niet alleen lopen)
Het eigene van de zondag
Het Nieuwjaar. De morgens zijn stiller dan ooit. Na het daveren van de inmiddels als cultureel erfgoed beschermde carbidbussen is er de stilte, als gold dit het suizen van een zachte koelte. Als de gemeente bijeenkomt, dan is dat om de Naam van de Here Jezus over dit jaar uit te roepen. Kome wat kome mag, wij zijn des Heren. Daarbij gaat het niet om goede voornemens of iets totaal nieuws. Het is geen hopeloze zoektocht, maar juist eerder een standvastig koers bepalen. In de Naam van de Here Jezus ligt ons behoud; in zijn Naam willen we dit Nieuwjaar beginnen; in het vaste vertrouwen dat Hij reeds met ons is begonnen. Deze tekst Hebreeënbrief bemoedigt de gelovigen in dat vertrouwen verder te gaan. Met het zicht daarbij op de Here Jezus. Dan mag ieder weten nooit echt alleen te hoeven lopen.
Uitleg
Eigenlijk begint de tekst met het stellen van een conclusie. De schrijver komt tot de slotsom dat wij een wolk van getuigen rondom ons hebben. In de bijbel is een wolk dikwijls een verwijzing naar Gods aanwezigheid. God is overdag bij zijn volk aanwezig tijdens de uittocht door de woestijn in een wolkkolom. In de tent van de samenkomst, de tabernakel en later in de tempel is de wolk teken van zijn aanwezigheid. In de verkondiging rondom de Here Jezus zou kunnen worden gedacht aan de verheerlijking op de berg en ook aan de hemelvaart. De wolk waarin de Here Jezus wordt opgenomen is Gods aanwezigheid. Hier is sprake van een wolk van getuigen. Het zijn allemaal aardse mensen die genoemd worden in het elfde hoofdstuk. Toch zijn zij nu juist getuigen van Gods aanwezigheid. Al die getuigen die worden genoemd zijn de grote namen van hen die allemaal hun wegen met God zijn gegaan in Israël. Oudvaders, koningen, profeten een lange rij wordt genoemd. Heel de Hebreeënbrief spoort ons aan het Oude Testament nog eens opnieuw te gaan lezen. Dan komen die getuigen helder in beeld. Zij zijn voor de hoorders getuigen van het geloof dat de zekerheid van de dingen die men hoopt en het bewijs der dingen die men niet ziet. De getuigen zijn rondom de gelovigen, want op hun beurt willen zij niet zonder “ons” waarvan sprake is in het slotvers van het elfde hoofdstuk. Daarom mag de gelovige de moed vatten om de zonde last af te leggen en de wedstrijd die vóór hem/haar ligt aangaan. Dat kan blijkbaar omdat Jezus voorgaat. Hij is de Voleinder van het geloof. In Hem komt alles, ook het geloof, tot zijn doel. De Hebreeënbriefschrijver roept daarbij het beeld op van een antieke arena, zoals de hoorders in die tijd zeker zullen hebben gekend. De apostel Paulus vergelijkt het geloofsleven ook wel met sport, vooral het hardlopen. Bijvoorbeeld in 1 Korintiërs 9:24-27, maar ook Filippenzen 3:12-14. Ook op ander plaatsen is sprake van de kroon of krans des levens die als een overwinningstrofee in ontvangst mag worden genomen. In de arena liepen de sporters destijds naakt. Het afleggen van kleding en het afleggen van de zondelast wordt hier met elkaar vergeleken. Als er niets meer in de weg zit, kun je vrij bewegen en beter lopen. Ook dat kan door de blikrichting op Jezus te houden. Zijn volharding uit liefde voor de wereld en ook voor ons volbracht, geeft de navolgers in geloof nieuwe moed en kracht. Hij heeft hen bevrijd van de zondelast en heeft de schande van het kruishout gedragen. Vervloekt wie aan het hout hangt. Die vervloeking heeft Hij gedragen. In de Hebreeënbrief is Jezus zowel hogepriester als offerlam. Daar ligt de kracht van zijn volharding. Dat maakt dat Hij nog steeds voor elke gelovige uit gaat en overwint de weerstand. Als het offerlam legt Hij de tegenspraak van zondaren het zwijgen op. Zo kan door elke gelovige navolger van Jezus de nieuwe uitdaging worden opgevat en kan hij of zij in beweging komen.
Aanwijzingen voor de prediking
De arena was in de tijd van de Romeinse overheersing één van de meest belangrijke ontmoetingsplaatsen. Daar gebeurde het. Vergelijk het met onze stadions en de betekenis die voetbal soms voor mensen kan hebben. De hardlopers kleedden zich uit en gingen van start. Misschien zien de sporters er wel tegenop, vrezen zij het niet te kunnen volbrengen, zijn de uitdagingen en verlangende doelen wel onduidelijk of te hoog gesteld. De tribune zit vol met mensen die de hardlopers aanmoedigen. Dat zijn de geloofsgetuigen. In het voorafgaande hoofdstuk zijn de Bijbelse getuigen al genoemd. Zij zouden kunnen worden aangevuld met bekende geloofsgetuigen uit de kerkgeschiedenis, zoals bijvoorbeeld Augustinus. Ook kan worden gedacht aan heel persoonlijke geloofsgetuigen, opa’s en oma’s, ouders, vrienden; mensen van wie je wist dat zij verder konden door het ontvangen geloof. Nu moedigen zij aan. De gelovige zal moeten lopen. Hij/zij staat in die arena van het leven. Een nieuw jaar met nieuwe mogelijkheden, uitdagingen, beloften en misschien ook zorgen. De kleding moet worden afgelegd, anders kan je niet lopen. De briefschrijver vergelijkt de zonde met de kleding, ja met alles wat in de weg zit. Dit is kenmerkend voor de persoonlijke zonde. Voor Kaïn lag die al als een dreigende hond klaar om naar hem op te springen en te bijten. Hij kon daardoor zijn gezicht niet opheffen. Uit onszelf lukt het niet. Daarom wijst de tekst ook op de Here Jezus. Dat is een verrassing. Wij meenden zelf te moeten hardlopen in die baan, in het gunstigste geval aangemoedigd door de mensen die zelf ooit daar liepen en die nu op de tribune toejuichen. We hoeven niet alleen te lopen; kunnen dat wellicht ook niet. De Here Jezus loopt voorop. Hij blijft in de baan, Hij pleit nog steeds voor de zijnen tot uiteindelijk de nieuwe hemel en aarde komt. Hij is de voleinder van het geloof. Hij zal het voor ons behalen, in Hem ligt onze overwinning. Hij neemt de zondelast van ons op zijn schouders, zodat wij in zijn naam en nieuw jaar kunnen beginnen.
Voor kinderen en jongeren
Sport is een grote liefhebberij. Je krijgt er energie van. Toch moeten daar ook prestaties worden geleverd. Soms overvragen mensen zichzelf. Hoe ga je om met uitdagingen? Welke obstakels zouden daarbij kunnen worden ontdekt? Wat zit in de weg om aan de wedloop in geestelijke zin mee te kunnen doen? Er is ballast, maar het is niet eenvoudig die ook concreet te benoemen. Zoals kleding heel persoonlijk kan zijn, zo ook de last die iemand op de nek heeft. Jongeren spreken daar net zomin graag over als volwassenen.
Liturgische aanwijzingen
Mogelijke lezingen
-
Deuteronomium 20,1-4
-
Psalm 2
Zingen
-
Psalm 18,1
-
Psalm 111,5.6
-
Psalm 103,4.5
-
LB 1 (NLB 513)
-
LB 126 (NLB 439)
-
HH 540
Geraadpleegde literatuur
Geen.