Schriftlezingen: Jesaja 52,7-10, Psalmen 98, Hebreeën 1,1-12, Johannes 1,1-14 Aanwijzingen voor de liturgie Wie in de afgelopen weken ieder zondag een kaars heeft aangestoken kan de brandende kaarsen op het kerstfeest laten staan. Ze branden dan al voor de dienst. Het aansteken van steeds een volgende kaars en het aftellen naar kerst is op de vierde adventszondag afgerond, maar de kaarsen blijven branden gedurende de hele kersttijd. De klassieke openings- of introïtuspsalm voor de Kerstmorgen is Psalmen 98. De antifoon is Jesaja 9,5. Om te zingen bij de berijmde psalm: (Nieuw) Liedboek voor de kerken 2013, 467c. Als lezingen reikt