Menu

Premium

Preekschets Johannes 18:25b – Goede Vrijdag

Johannes 18:25b

Goede Vrijdag

Hij ontkende het en zeide: Ik niet!

Schriftlezing: Johannes 18:1-19:42

Het eigene van de dag
Op Goede Vrijdag gedenken wij het lijden en sterven van Jezus Christus. Deze gedachtenis vindt bij voorkeur plaats in de vorm van een getijdendienst. Er is geen inzameling van gaven, het orgel wordt niet bespeeld voor en na de dienst, groet en zegen worden niet uitgesproken. Alles op deze zwarte dag draagt het karakter van een vigilie, van het waken.

Liturgische aanwijzingen

Het lijdensverhaal kan voorafgegaan worden door Hosea 6:1-6, Jesaja 52:13-53:12 of eventueel Exodus 12:21-28. De tekst van het lijdensverhaal wordt bij voorkeur door verschillende stemmen gelezen, afgewisseld met bijvoorbeeld het refrein van Gezang 184 (LvdK), bijpassende coupletten uit Gezang 178 (LvdK) of het refrein van Gezang 272 (LvdK). Een tweede belangrijk deel van de dienst wordt gevormd door de voorbeden. Informatie en voorbeelden zijn onder meer te vinden in de publicatie van de sectie Eredienst. Mogelijke liederen: Psalm 22; 40 (na de lezing uit Jesaja); Gezang 195 (LvdK). Wie op Witte Donderdag het lied uit de bundel Hoop van alle volken gezongen heeft, kan overwegen om, vanwege de verbinding met de wereldkerk, in dezelfde bundel te kijken naar acclamaties bij de voorbeden en passende liederen. Bijvoorbeeld lied 11, 28, 55, 56. In de gemeente waar ik tot voor kort stond vond ik de traditie van de gelezen passie in stemmen, afgewisseld met een refrein en afgesloten met voorbeden. Een mogelijk derde onderdeel, de kruismeditatie, onder meer gesuggereerd in het Dienstboek, had geen ingang gevonden. Het gelezen lijdensverhaal met de voorbeden had voldoende zeggingskracht op deze dag. In deze dienst werd niet gepreekt.

Uitleg

Deze drie grote dagen lezen we dit jaar met de focus op Petrus. De motivatie hiervoor is dat het belangrijk is een concentratiepunt te hebben op deze dagen, die het hart van de kerk en de gemeente vormen. Er wordt een bepaald accent gezet: Petrus is dit jaar de ankerplaats in de veelheid van bekende woorden die jaarlijks klinken. We kijken met Petrus mee, we leven met Petrus mee en Petrus houdt op sommige momenten ons een spiegel voor.

De evangelist schetst ons in Johannes 18 het beeld van de koninklijke beklaagde. Hier wordt de verhoogde Heer duidelijk zichtbaar door de gestalte van de lijdende heen. De beheersing is opvallend: Jezus kent het uur en de bestemming. De grootheid van Jezus wordt uitvergroot neergezet tegenover de kleinzieligheid en de angst van Petrus. Dingemans meent dat hierin de aanklacht van de evangelist tegen de leerlingen en de eerste christelijke gemeenschappen schuilgaat. Zij durfden niet openlijk hun geloof te belijden onder de Romeinse overheid. Johannes biedt tegelijkertijd ook troost: de grote apostel Petrus is gering en bang tegenover de vragenstellende portierster en de soldaten.

De evangelist zoekt in Johannes 18 naar de legitimatie van Jezus. Ter discussie staat het gezag van Jezus èn het gezag van Annas, de hogepriester. Het gezag van Jezus blijft onaangetast: de houding van de leerlingen, en die van Petrus in het bijzonder, doet daar niets aan af.

De drievoudige verloochening van Petrus in vers 17, 25 en 27 wordt afgewisseld met de ondervraging door de hogepriester Annas (vs. 19-24) en Pilatus (vs.28-38). Deze opbouw – verhoor en verloochening – wekt een synchronie op. Jezus wordt verhoord en legt een getuigenis over zichzelf af (vs. 20-21), Petrus legt een tegengetuigenis af (vs. 17, 25 en 27). Door de verloochening van Petrus wordt het getuigenis van Jezus onwaar. Er zijn getuigen die Jezus kunnen bijvallen, maar zij doen het niet.

Het verraad vindt plaats in een donkere, koude nacht (vs. 18), in de beslotenheid van een binnenplaats. Jezus is gevolgd door Simon Petrus en een andere discipel. Deze ‘andere discipel’ roept vragen op. Wie is deze anonieme discipel? Is hij de naamloze discipel die Jezus liefhad? De discipel die erbij is bij de arrestatie, het eerste verhoor en bij het kruis? Hij is volgens de woorden van Johannes (vs. 15) een bekende van de hogepriester en mag probleemloos mee naar binnen. Petrus, die meestal optreedt als de woordvoerder van de groep leerlingen, mag mee naar binnen dankzij de anonieme leerling. Is hier sprake van een concurrentiepositie tussen beide leerlingen, als het gaat om invloed en morele houding? Wat speelt er zich af tussen deze twee leerlingen van Jezus?

De evangelist laat open plekken. Heeft Petrus gezien of kunnen zien, wat er zich tussen Jezus en de hogepriester afspeelde? Heeft Jezus gezien wat Petrus deed? Is er sprake van een gelijktijdigheid in getuigenis en verloochening? De weerloze leraar die door zijn leerlingen pijnlijk in de steek is gelaten, wordt hier keihard afgebeeld. Op deze manier wordt een afhankelijkheid van de volgelingen gesuggereerd. Het gezag van Jezus echter, dat zich uit in woorden en daden, is rechtstreeks afkomstig van God en effectief onder de mensen.

Aanwijzingen voor de prediking

Als al gekozen wordt voor een prediking op Goede Vrijdag, heeft deze een sober karakter. Een korte meditatieve overweging kan goed voldoen. Ik zou de predikers in overweging willen geven, de kracht van het lijdens- evangelie hier te laten spreken en dus niet te preken. Voor de gebeurtenissen zijn immers geen woorden? Wat hebben wij te zeggen op deze dag waarop alle menselijke falen en alle menselijke schuld aan het licht komt?

Met de concentratie op Petrus valt alle accent op de verloochening. Wie Petrus vraagt hoe hij zover heeft kunnen komen, stelt deze vraag tegelijkertijd ook aan zichzelf. Waar zijn wij als ons in de kou en in het nauw gebracht gevraagd wordt een getuigenis over Hem af te leggen? Staan wij borg voor iemand, juist in benarde situaties? Leggen wij een belastende verklaring af? Of spreken wij juist een goed getuigenis?

Het is schrijnend dat de verloochening juist van de woordvoerder komt. Het onbegrip van Petrus (zie Witte Donderdag) wordt hier nog eens duidelijk gemanifesteerd. Pas als de haan kraait, beseft Petrus wat hij gedaan heeft.

Petrus staat niet bij het kruis op Golgota. Hij is niet op te voeren in de meditatie als een omstander bij het kruis met een concrete lijdenservaring. Menselijkerwijs mogen wij ons afvragen waar en in welke staat hij zich bevindt na het kraaien van de haan. Hoe kan iemand leven met de verloochening van zijn leraar en heer? Of blijft hij volharden in zijn ontkenning?

Petrus is iemand van de totaliteit. In Johannes 13 wil hij totaal deel hebben aan de reiniging van Jezus. In Johannes 18 is sprake van een totale verloochening. Petrus is de mens van alles of niets.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken