Menu

Premium

Preekschets Johannes 18:8-9 – 2e zondag van de 40 dagen- of lijdenstijd

Jezus antwoordde: Ik heb gezegd dat Ik het ben. Als u dan Mij zoekt, laat dezen weggaan. Dit zei Hij opdat het woord vervuld zou worden dat Hij gesproken had: Uit hen die U Mij gegeven had, heb Ik niemand verloren laten gaan.

Johannes 18:8,9 (Herziene Statenvertaling)

Thema: Een overgave onder voorwaarden

Schriftlezing: Johannes 18:1-14

Het eigene van de zondag

Het is de tweede zondag van de lijdenstijd of veertig dagentijd. Jezus’ lijden begint vastere vormen aan te nemen. Hier wordt Hij gearresteerd en vanaf dit moment komt hij niet meer vrij. De schaduw van de kruisiging valt al over Zijn leven.

Uitleg

De overgave van Jezus is indrukwekkend; de soldaten zijn er onthutst over. Geen enkele poging om er onderuit te komen, maar gewillig geeft Hij Zich over. Een ontwapenend “Ik ben het” verandert de situatie in de hof. Een tegenstelling met het antwoord van Adam en van David, die hun verantwoordelijkheid wilden ontlopen. Hij is de Borg, Die vrijwillig de plaats inneemt van Zijn volk.

Dit gedeelte staat in een priesterlijke setting. Het offer(lam) nam de plaats in van een ander. Genesis 22 is daarvan een treffende illustratie. Izak wordt losgemaakt en een ram neemt zijn plaats in. De woorden uit het klassieke Avondmaalsformulier krijgen hier hun uitbeelding: “Hij werd gebonden, opdat Hij ons zou ontbinden”.

Geheel in deze lijn van de offerdienst vraagt Jezus een vrije aftocht ontvangen voor Zijn discipelen. “Wie wunderbarlich ist doch diese Strafe ! Der gute Hirte leidet für die Schafe, Die Schuld bezahlt der Herre, der Gerechte, Für seine Knechte.” zingt een koraal uit de Mattheüs Passion. Luther spreekt van de ‘wonderlijke ruil’.

Dézen. Er klinkt grote liefde voor Zijn discipelen in door. Terwijl zij zich allerminst gedragen overeenkomstig Zijn werk. Het wordt geen waardige, gelovige aftocht: ze vluchten in paniek weg. Ontluisterend.

De toelichting bij Zijn overgave is: “opdat het woord vervuld zou worden dat Hij gezegd had: ”Uit degenen die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik niemand verloren”. In de tekstverwijzing worden drie teksten genoemd; o.a. Johannes 10:28. Daar spreekt Hij als Goede Herder over de schapen: “en zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid en niemand zal ze uit Mijn hand rukken”. Zoals een herder alles doet om een schaap uit de klauwen van wilde dieren te redden, zo staat Hij garant.

Een ander element klinkt door in de woorden “die Gij Mij gegeven hebt”. Hier komt de verkiezende liefde van de Vader naar voren. De gelovigen zijn als kostbare voorwerpen van Gods liefde op het hart van Jezus gelegd. De liefde voor Zijn discipelen vindt haar grond in Gods liefde.

Dat Hij “niemand verloren” heeft, werpt de vraag op naar Judas. Was Hij dan niet uitverkoren? Kunnen we hem dus niet verantwoordelijk houden? We moeten voorzichtig zijn met de vragen rond de uitverkiezing. Dat is een Bijbels leerstuk, maar we moeten het niet voorop zetten. In Johannes 17:12 zegt Jezus: “Die gij mij gegeven hebt, heb ik bewaard en niemand uit hen is verloren gegaan, dan de zoon der verderfenis….” Judas heeft gekozen voor het verderf.

Tenslotte wordt benadrukt dat Gods woord “vervuld” moest worden. Al wat Hij beloofd heeft zal bestaan. (Psalm 93) Geen woord van God zal onvervuld ter aarde vallen. Jezus gaat de betrouwbaarheid van God en Zijn Woord illustreren voor ons.

Aanwijzingen voor de prediking

Als thema kunnen we formuleren: Een overgave onder voorwaarden. Twee punten: 1.Hoe die voorwaarde wordt gesteld; 2. hoe die voorwaarde wordt toegelicht

1.In het criminele circuit komt het niet vaak voor dat iemand zich zo vrijwillig overgeeft. Het zijn uitzonderingen. Deze arrestant heeft echter een andere achtergrond. Soms worden voorwaarden gesteld: strafvermindering. Hier heeft het betrekking op Zijn vrienden. Hij denkt niet aan zichzelf, maar aan hen.

Volgens de opvattingen van die tijd lag het voor de hand dat zij ook zouden worden meegenomen. Immers, Jezus was dan wel de hoofdverdachte die gezocht werd, maar waren zij niet zijn naaste medewerkers, zijn handlangers? Die vrees leefde ook bij de discipelen. Als bedreigde personen vluchten ze weg en lopen niet weg als vrijgekochten met het hoofd omhoog.

We merken dat ook bij Petrus. Wanneer later die nacht een dienstmeisje aan hem vraagt of hij ook bij Jezus hoort, dan ontkent hij dat in alle toonaarden. Hij ruikt moeilijkheden en wordt heel erg bang. Bij Jezus behoren gaf hem (nog) geen zekerheid, maar een gevoel van onzekerheid.

Jezus staat hier als offerlam. Hij heeft een missie van Zijn Vader, die Hij uitvoert. “Indien gij dan Mij zoekt, zo laat dezen heengaan”. Dézen. Er staat niet: ‘de uitverkorenen’. Er staat ook niet: ‘de ware gelovigen’. Er staat ook niet: ‘de discipelen’. Dat had er allemaal ook kunnen staan. Maar ‘dézen’. De discipelen zoals ze daar staan op dat moment. Laten we eerlijk zijn, ze waren toen niet op een hoogtepunt in het geloof, eerder een diepte punt. Wanneer we de discipelen even later hadden gevraagd: “Ben jij echt bekeerd?” dan hadden ze gezegd: “Nee, ik geloof dat het nooit echt geweest is, want ik ben alles kwijt”.

Dézen…met alle lek en gebrek. Met alle zwakheid en onvolkomenheid. Deze volgelingen, niet zoals ze zouden moeten zijn, maar zoals ze in werkelijkheid zijn.

2.Vervolgens geeft Johannes een toelichting. “opdat het woord vervuld zou worden dat Hij gezegd had: ”Uit degenen die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik niemand verloren”. Als de Goede Herder heeft Hij beloofd dat Hij alles doet om dat schaap, dat door een wild dier wordt aangevallen, te redden. (Joh.10:28) Die belofte blijkt uit de hele lijdensweg van Jezus. Wat de Heere zegt, wordt vervuld. Dat geldt voor de bedreigingen en de beloften. Een troost voor wie zich vast leert klemmen aan dat Woord.

Er komt nog een ander element naar voren .”Uit degenen die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik niemand verloren”. Jezus is de Herder, Die garant staat voor de schapen die de Vader aan Hem heeft toevertrouwd tot verlossing. Hij werkt voor hen dus in opdracht van Zijn Vader. De discipelen zijn niet slechts op zich waardevol voor Jezus, maar vooral omdat de Vader in Zijn eeuwige, verkiezende liefde hen heeft aangenomen. Jezus laat hier de hand van de Vader zien als het diepste geheim. Dat mag nu de zekerheid zijn van elke discipel, die Christus heeft lief gekregen en Hem leerde volgen: De Vader was de eerste. Hij heeft mij lief met een eeuwige liefde en mij aan deze Herder toevertrouwd.

Dat Jezus niemand van hen verloren heeft, roep vragen op. En Judas dan? Die was toch ook geroepen en heeft gepredikt en wonderen gedaan? Was hij dan niet uitverkoren en daarom niet verantwoordelijk voor zijn daad? Ik denk dat we alle verantwoordelijkheid hier bij Judas moeten leggen. In Johannes 17:12 zegt Jezus: “Die gij mij gegeven hebt, heb ik bewaard en niemand uit hen is verloren gegaan, dan de zoon der verderfenis….” Judas heeft gekozen voor het verderf, de ondergang.

Blijkbaar kan een discipel zo verblind zijn, dat hij niet het licht zoekt maar de duisternis. Laten we daar nooit God de schuld van geven, alsof Judas ertoe was voorbestemd en niet anders kon. Judas is en blijft verantwoordelijk, zoals ieder van ons die niet de Heere zoekt.

Dat Jezus Zijn discipelen zo bewaart, mag intussen niet leiden tot een ‘gearriveerd geloof’, waarbij de rust van het kerkhof mijn leven vervult. Een christen is nooit gearriveerd en kan nooit zeggen dat hij het al gegrepen heeft. (Filippenzen 3:12) Ik blijf in de spanning staan tussen de vaste belofte van Zijn kant en de oproep tot geloof en bekering. Dat beoogt geen blijvende onzekerheid, maar de blijde zekerheid, dat Hij het doet ondanks alles. Denk aan het ‘nochtans’ in Zondag 23 in de Heidelbergse Catechismus.

Ideeën voor kinderen en tieners

De geschiedenis van de binding en ontbinding van Izaak (Genesis 22) zou als illustratie voor de jongeren kunnen dienen als inleiding. Ik denk ook aan de beelden van een arrestatieteam vandaag die een woning binnendringen omdat ze een vuurwapengevaarlijke persoon moeten arresteren. De arrestatie in Gethsemané lijkt daarop, maar leidt tot een anticlimax.

Aanwijzingen voor de liturgie

Psalm 85, psalm 93, psalm 118.
LB 181, 182

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken