Preekschets Johannes 3:29 – 4e zondag na Epifanie
4e zondag na Epifanie
De bruidegom krijgt de bruid; de vriend van de bruidegom staat te luisteren en is blij dat hij de stem van de bruidegom hoort. Dat vervult mij met grote vreugde.
Johannes 3:29
Schriftlezing: Johannes 3:1-10, Johannes 3:22-30 (22-35)
Thema: Jezus zoekt bruid
Het eigene van deze zondag
Op de zondagen na Epifanie volgen we de evangelist Johannes in zijn beschrijving van het eerste optreden van Jezus. Vanuit zijn eigen intieme ervaring, die hij voor ons opgetekend heeft, wil de ‘geliefde leerling’ ons laten zien wie Jezus is.
In deze derde preek gaat het om de overgang van Johannes de Doper als voorbereider naar Jezus als de daadwerkelijke brenger van het heil.
Uitleg
In het evangelie van Johannes is ‘getuigen’ een belangrijk woord. Kun je degene vertrouwen die je over God en over Jezus vertelt? De eerste getuige die naar voren komt, is de Johannes die wij kennen als ‘de Doper’. Het tweede deel van hoofdstuk 1 was aan zijn getuigenis gewijd, waarmee hij Jezus aanwees als het ‘lam van God’ (1:29) en zijn eerste leerlingen aan Jezus overdroeg (1:36). Als Jezus zelf met optreden is begonnen, komt Johannes met zijn getuigenis nog eens terug in het verhaal.
Twee thema’s staan centraal. Het eerste is de verhouding tussen Johannes en Jezus. Met de doop van boete en reiniging sorteerde Johannes de mensen voor op de komst van het koninkrijk van God. Dit reinigingsritueel (3:25) staat als het ware nog met één been in het jodendom van die dagen (vgl. Qumran). Als daarnaast ook Jezus met dopen begint (of eigenlijk zijn leerlingen, 4:2), roept dit een gevoel van concurrentie op. In retrospectief is dit nog altijd een intrigerende theologische vraag: hoe verhoudt de doop van Johannes zich tot de christelijke doop? In zijn reactie blijkt Johannes zich scherp bewust van zijn heilshistorische plek ten opzichte van de komende messias.
Het tweede thema komt op verrassende wijze naar voren: de asceet Johannes, de boetprofeet uit de woestijn, spreekt over bruidegom en bruid, in haast lyrische bewoordingen. Vanuit het Oude Testament is de metafoor van het huwelijk tussen God en zijn volk bekend (Hosea, Jesaja 54) bekend. In Johannes’ woorden krijgt dit een eschatologische toespitsing: de dag is aanstaande waarop de bruidegom eindelijk zijn bruid ‘krijgt’. De bruiloft staat symbool voor de vestiging van het messiaanse rijk, en de bruid is de ‘gemeente’ van de messias (Lücke).
Beide thema’s zijn op verschillende manieren met elkaar verweven. Johannes ziet zijn eigen rol in bruiloftstermen: hij is de ‘vriend van de bruidegom’. De liefde tussen deze twee is wederzijds (Bengel). In de cultuur van toen vervult de ‘vriend’ een meervoudige rol bij het huwelijk (Bultmann). In veel gevallen bemiddelt hij als ‘huwelijksmakelaar’ bij de kennismaking tussen de jonge geliefden. Op de bruiloftsdag is hij de getuige van de huwelijksbeloften. Tevens treedt hij als ceremoniemeester van het feest op. En tenslotte geleidt hij, als bewaker van de maagdelijkheid (Lightfoot), bruidegom en bruid naar het bruidsvertrek voor de eerste nacht. Kortom: hij is nauw en intiem betrokken op het geluk van deze twee. Toch staat hij er nét één stapje buiten. De bruid is niet voor hem bestemd, zijn doel is juist om haar bij de bruidegom te brengen. Op het moment suprême staat de vriend op afstand. Hij hoort hoe gelukkig bruidegom en bruid zijn, en daarin vindt hij zijn vreugde. Met andere woorden: als nu Jezus de mensen naar zich toe begint te trekken, is dat voor Johannes geen ongewenste concurrentie, maar is het precies waar hij met zijn prediking en doop op uit was.
De tweede verbinding van de kernthema’s heeft met die doop te maken: de bruid moet zuiver en rein zijn in voorbereiding op haar trouwdag. Door de doop bij Johannes te ondergaan, neemt Israël afstand van ontrouw en halfslachtigheid, en wijdt het zich met hart en ziel toe aan de bruidegom uit de hemel. Dit geeft aan de boetedoop van Johannes een eschatologische gerichtheid: het einde van de tijd nadert waarin zich God zich volkomen en definitief aan zijn bruidsvolk zal verbinden. Deze nieuwe tijd is de tijd van Jezus, de messias. De tijd van verwijdering en bestraffing, waarin voor de vrolijke klanken van bruid en bruidegom geen plaats was (Jer. 7:34, 16:9, 25:10), is voorbij.
Literair gezien is in deze verzen moeilijk uit te maken waar de woorden van Johannes de Doper overgaan in de commentaartekst van de evangelist. De Doper spreekt hetzelfde ‘johanneïsche jargon’ als wat wij ook in veel uitspraken van Jezus horen. Afgezien van mogelijke literair-technische verklaringen voor dit fenomeen stemt het in dit geval overeen met de bewuste strekking: in Jezus vindt de wegbereider Johannes zijn doel en zijn voldoening. Ongemerkt neemt de evangelist de pen over. Het getuigenis uit de aarde wordt nu afgewisseld door het getuigenis uit de hemel (3:31-32). In de woorden van Jezus, de Zoon die uit de hemel komt, wordt de Vader openbaar en zal de Geest geschonken worden.
Aanwijzingen voor de prediking
Voor de kinderen in de kerk kan de boodschap dichtbij gebracht worden door een eenvoudig toneelstukje op te voeren met bruid, bruidegom, vriend, en feestgangers. Laat het een blij gebeuren worden!
De thematiek van bruid en bruidegom roept veel gevoelsmatige herkenning op. In onze huidige cultuur overheerst een romantisch ideaal van liefde (denk aan het succes van een programma als “Boer zoekt vrouw”). Het mag zo zijn dat in het Oude Nabije Oosten vaak een zakelijker benadering van het huwelijk gold, toch klinken juist in de woorden van Johannes die aspecten op die met intiem geluk te maken hebben. Wat zou de stem van de bruidegom zeggen? Verklaart hij haar zijn liefde? Lachen ze samen om een grapje? Kirren ze van genoegen? Doet zij zich tegoed aan zijn warme, vertrouwde bas?
In de ‘stem’ van de bruidegom ligt tegelijk een appèl voor de hoorder vandaag. Samen met Israël mogen wij straks de bruid zijn op de hemelse bruiloft, als wij voor altijd één zijn met Christus. Het is zijn stem die ons daartoe roept, zijn liefde die ons trekt. Hoe komt die stem binnen in ons hart? Hoe antwoorden wij daarop? Wat betekent het in ons concrete leven om toegewijd en rein ons op de bruiloft voor te bereiden?
Tussen bruid en bruidegom mag niemand komen. In Hollywood-films zie je de ‘best man’ naar voren komen als eigentijdse variant op de ‘vriend van de bruidegom’. Als de ‘best man’ stiekem iets heeft met de bruid, gaat het mis. Je kunt dit doorvertalen naar wat ons helpt om te geloven en aan Christus verbonden te zijn. Kerkdiensten, gesprekken, vriendschappen, ambtsdragers: het mag allemaal een rol spelen als ‘aangevers’ in de ‘love affair’ die geloven heet. Op al die manieren kan de stem van de bruidegom tot ons doordringen.
Maar deze middelen en mensen kunnen ook tussen Christus en de gelovige in komen te staan. Het kan goed zijn om in de preek aandacht te geven aan de gevaren van macht en manipulatie en misbruik. En als prediker – of in een andere rol waarin je voor de geloofsontwikkeling van mensen belangrijk – je ervan bewust te worden: ik doe dit niet voor mijzelf, ik mag niet tussen Christus en die ander in staan, ik zal mensen niet binden aan mijzelf omdat ik ze wil verbinden aan de Bruidegom. De apostel Paulus geeft in 2 Kor. 11:2 een voorbeeld waaraan elke ambtsdrager zich mag spiegelen: “Ik heb u aan één man uitgehuwelijkt, aan Christus, en ik wil u als een kuise bruid aan hem geven.”
De preek zelf kan deze dienst vervullen wanneer de diepe en onweerstaanbare liefde van Christus er in doorklinkt. Het affectieve register van de tekstwoorden biedt vanzelf de invulling daartoe.
Een extra accent kan worden aangebracht wanneer de preek in het kader staat van voorbereiding op de Avondmaalsviering. De uitbundige vreugde van de bruiloft van straks komt nu al naar ons toe wanneer Christus in brood en wijn zichzelf aan ons schenkt. Van onze kant is Avondmaal een van die momenten waarop wij onze liefde en toewijding aan onze hemelse bruidegom mogen vernieuwen en bevestigen.
Liturgische aanwijzingen
De perikoop Joh. 3:22-35 lijkt wat op zichzelf te staan, als intermezzo waarin Johannes de Doper nog eenmaal terugkomt. Toch zijn er ook thematische verbindingen met het begin van dit hoofdstuk. Om die reden is ervoor gekozen om – per contrast – ook een stukje van de ontmoeting van Jezus met Nikodemus (3:1-10) in de Schriftlezing op te nemen.
Liedkeuze: Psalm 45 bezingt de liefde tussen de meer-dan-menselijke koningszoon en zijn bruid. Het motief van de bruid die voor haar Heer versierd is, komt in verschillende liederen op basis van teksten uit Openbaring naar voren, bijvoorbeeld Lied 766 en het lied “Als een bruid op haar mooist” in de bundel Zing met de hemelboden van Ria Borkent.
Geraadpleegd
-
J.A. Bengel (Gnomon, 1773), Friedrich Lücke (KEH, 1833), Rudolf Bultmann (KEK, J.A. Bengel, Gnomon Novi Testamenti, Berlijn 1773
-
F. Lücke, Kommentar über die Schriften des Evangelisten Johannes (KEH), Bonn 1833.
-
R. Bultmann, Das Evangelium des Johannes (KEK), Göttingen 1950
-
E.L. Smelik, Johannes, de Prediking van het Nieuwe Testament, Nijkerk 1965
-
H. Ridderbos, Het evangelie naar Johannes: proeve van een theologische exegese. Deel 1 Kampen 1992
-
P.H.R. van Houwelingen, Johannes, Commentaar op het Nieuwe Testament – derde serie, Kampen 1997
-
L. Wierenga, Verhalen als bewijzen: strategieën van narratieve retoriek in “Johannes” : verslag van een cursorische lectuur van het Johannes-evangelie. Kampen 2001
-
J. van Andel, Johannes’ evangelie aan de gemeente toegelicht, Kampen 1900
-
J. Lightfoot, A Commentary on the New Testament from the Talmud and Hebraica, Londen, 1859; repr. 1979