Menu

Premium

Preekschets Lucas 17:1

Lucas 17:1

Tegen zijn leerlingen zei hij: ‘Het is onvermijdelijk dat er mensen ten val worden gebracht, alleen: wee degene die daarvoor verantwoordelijk is.’

Schriftlezing: Lucas 17:1-10

Het eigene van de zondag

In veel gemeenten komt het kerkelijk leven op een laag pitje te staan in de zomermaanden. Dat geldt niet alleen voor bestuurlijk en commissiewerk, ook de kerkdiensten worden vaak minder bezocht. Ook worden er soms minder diensten gehouden, of diensten gemeenschappelijk met buurgemeenten. Voor de mensen die deze diensten wel bezoeken, heeft dat soms iets ontmoedigends. Men voelt zich deel uitmaken van een kleine of zelfs krimpende kern. Het kan dan goed zijn te beseffen dat Jezus niet altijd tot de schare spreekt, of tot zijn tegenstanders, of tot mensen die zich in brede zin tot zijn aanhang rekenen, maar soms ook tot alleen de twaalf, en dat Hij voor hen blijkbaar een speciale boodschap heeft.

Uitleg

Dat Jezus hier tot zijn meestvertrouwde leerlingen spreekt, blijkt niet alleen uit vers 1, maar meer nog uit 5, waar de leerlingen ‘apostelen’ worden genoemd, een benaming die alleen voor de twaalf wordt gebruikt.

Tegen deze twaalf zegt Jezus dat de komst van skandala onvermijdelijk is. Hij lijkt daarmee op een tijd te duiden dat Hijzelf niet bij hen zal zijn, ook gezien het feit dat Hij met het oog op dergelijke gevallen nu al aanwijzingen geeft. Maar wat zijn skandala? De vertalingen bewegen zich in nogal verschillende richtingen. Het woordt skandalon, ‘struikelblok’ (aldus de nb), duidt metaforisch op gebeurtenissen waardoor personen op een of andere manier tot eigen en andermans schade van hun aanvankelijke koers kunnen gaan afwijken. Het is dus niet zozeer ‘obstakel’, iets waardoor een proces dreigt te stoppen, als wel een ‘valkuil’, iets waardoor men aansluiting en oriëntatie op de juiste weg dreigt kwijt te raken en ‘de mist in kan gaan’. Dit wordt goed weergegeven in bijvoorbeeld de gnb, Grunneger Biebel en Fryske Bibel, maar eigenlijk is het oude ‘verleidingen’ van de nbg nog steeds een uitstekende vertaling. Bovendien suggereren of stellen veel nieuwere vertalingen (waaronder de nbv) dat het onvermijdelijk is dat er ook daadwerkelijk mensen zullen vallen, terwijl Jezus’ aanwijzingen er juist op zijn gericht dat te voorkomen. De valkuilen zijn onvermijdelijk, het is echter wel te vermijden dat er mensen vallen, en het ‘wee’ geldt voor degenen die voor het laatste verantwoordelijk zijn! Vers 3 hoeft niet per se in de trant van ‘let op jezelf te worden weergegeven; een reflexieve vertaling (‘let op elkaar’) is ook mogelijk. Het ‘zeven keer daags’ uit vers 4 herinnert aan Psalm 119:164 en legt aldus een verband tussen het proces van inkeer en vergeving enerzijds en de lof van God en het vervullen van de wet anderzijds. Eén vers verder in de psalm staat dan ook veelzeggend ‘zij vinden geen hindernis op hun weg’, waar de Septuagint ook het woord skandalon gebruikt. Dit is niet zozeer in tegenspraak met Jezus’ woord: veeleer geeft Jezus aanwijzingen hoe men zover komen dat de skandala iemands weg niet meer bepalen.

In het geval van skandala zijn broederlijk vermaan, vergeving en geduld de sleutelwoorden, zoveel is duidelijk. Minder duidelijk is vaak wat de samenhang is met de verzen 5-6 en 7-10. Die worden dan ook regelmatig als losse vermaningen gepresenteerd. Het verband is echter wel aanwezig. De leerlingen zien blijkbaar nogal op tegen de taak van het oneindig vergeven en vragen daarom om meer geloof (dit is goed uitgedrukt in de Grunneger Biebel). Lucas laat Jezus dan eerst reageren met het woord over het geloof zo klein als een mosterdzaad dat al wonderen bewerkstelligen. Hoewel dit waarschijnlijk zijn oorspronkelijke context heeft in de aanloop naar de intocht in Jeruzalem, is het ook hier inhoudelijk gezien op zijn plaats: Jezus maakt duidelijk dat geloof niet altijd het adequate antwoord is op de vragen van het leven.

Met de volgende vergelijking (geen gelijkenis) legt Jezus uit dat niet geloof, maar nederigheid de meest passende eigenschap is in het geval van skandala. Het Griekse de in vers 7 moet dan ook adversatief worden vertaald: ‘Maar als iemand van jullie…’ In deze vergelijking worden de leerlingen vergeleken met ‘onnutte slaven’, in nieuwere vertalingen iets vriendelijker aangeduid als ‘maar knechten’. Dat is inderdaad de intentie: de knechten (of slaven) zijn zeker nuttig en doen ook goede dingen, maar hun verantwoordelijkheid en invloed zijn slechts beperkt. Of om het met de Heidelbergse Catechismus te zeggen: ze zijn zeker in staat tot enig goed, maar kunnen wat goed is niet bewerkstelligen – dat kan alleen hun Heer. De uitspraak die de knechten in vers de mond wordt gelegd, is dan ook uitdrukkelijk als alternatief bedoeld voor de uitspraak van de leerlingen in vers 5.

Aanwijzingen voor de prediking

Iedere groep kent zijn skandala en het is dus niet moeilijk een brug te slaan van de tekst naar de actualiteit van de gemeente. Elementen die deze brug nog kunnen versterken, zijn het feit dat de mensen die dan volhouden zich vaak onzeker voelen en zich gaan gedragen als een kleine groep getrouwen. Tegen zulke mensen heeft Jezus het! Maar de thematiek van wederzijds omzien, inkeer en vergeving is natuurlijk breder toepasbaar. Men kan ook insteken vanuit een voorbeeld van verstoorde (arbeids)verhoudingen, of beginnen met de gouden handdruk als voorbeeld hoe in het bedrijfsleven skandala soms worden opgelost.

Het is natuurlijk niet de bedoeling de hoorders door middel van het ‘wee’ ook nog eens een schuldcomplex aan te praten. Iedere gemeente kent een aantal episoden in haar geschiedenis waar na een conflict een aantal mensen stilzwijgend of met slaande deuren heeft afgehaakt. Deze episoden zijn altijd traumatisch, niet alleen voor degenen die op die manier ten val zijn gekomen, maar ook voor hen die zijn gebleven. Mag men de wegblijvers zomaar gelijkstellen met hen die in de tekst zijn gevallen? Ja, tenminste als men betrokkenheid bij en deelname aan het gemeenteleven als de rechte weg ziet. Wie van deze weg is afgeraakt, om wat voor reden dan ook, is het slachtoffer van een skandalon. Dit geldt, mutatis mutandis, ook voor vrijwilligersorganisaties, bedrijven, scholen en politieke partijen.

Jezus komt echter ook hier niet om te veroordelen, maar om mensen een aanwijzing te geven hoe zij met dergelijke crises om kunnen gaan. Deze aanwijzingen zijn weerbarstig genoeg, omdat ze indruisen tegen ons gevoel voor redelijkheid en proportie. Er geldt een inspanningsverplichting met drie opvallende aspecten. Ten eerste is er het aspect van de eigen verantwoordelijkheid. De bal ligt in eerste instantie niet bij degenen die afhaken, maar bij degenen die achterblijven. Die moeten degene die dreigt te vallen op zijn of haar koers aanspreken en als dat gesprek lukt, weer in de kring opnemen. Het frappante is dat dit ook altijd zo wordt ervaren door de afhakers: men verwacht een uitgestoken hand en als die uitblijft, is dat weer grond voor een nieuw verwijt. De verantwoordelijkheid voor de terugkeer ligt echter bij henzelf: zij moeten tot inkeer komen. In situaties van een dreigende scheuring of van een breuk is het goed erop te wijzen dat geen van de betrokkenen zonder verantwoordelijkheid is. Bovendien, de rollen wisselen bijna altijd wel een keer, omdat er nu eenmaal altijd valkuilen zullen blijven. Het is goed de afhaker die wrokt omdat ‘er nooit iemand van de kerk is geweest’ de vraag voor te houden, hoe vaak hij- of zijzelf eerdere afhakers op hun gedrag heeft aangesproken. De blijvers kan men vragen wat zijzelf zouden verwachten als ze zich gekrenkt zouden voelen.

In de tweede plaats is er het aspect van de onbeperktheid. Het patroon van dreigen te vallen, aanspreken, inkeer en vergeving kan zich zeven keer op een dag herhalen, dat wil zeggen: er is geen limiet aan. Dat is ook logisch, omdat helaas de valkuilen ook onbeperkt zijn en niet te vermijden. In de derde plaats is iemand aanspreken op zijn gedrag en vergeving niet meer dan een van de basisplichten van een leerling van Jezus. Als het een keer lukt de verhoudingen te herstellen en een breuk te helen, levert dat een diepe en ontroerende vreugde op: vreugde der wet in optima forma! Maar toch zijn die vreugde en de inspanningen die daartoe nodig zijn niet het doel, maar slechts een deel van de weg.

Liturgische aanwijzingen

Het kan goed zijn de reflectie over deze thematiek in te zetten met een psalm van boete of inkeer, bijvoorbeeld Psalm 131. Liederen die goed aansluiten bij de lezing zijn Gezang 51 en een context van inkeer en vergeving is Psalm 119:62 zeer toepasselijk. Psalm 119:161168 dan tevens als oudtestamentische lezing fungeren, maar ook 2 Samuël 6:15-23 is mogelijk als een verhaal over het belang van nederigheid (die juist hier tot skandalon wordt).

Geraadpleegde literatuur

Een uitstekende uitleg van de perikoop biedt nog altijd Zahn in de serie ‘Kommentar zum Neuen Testament’, Leipzig-Erlangen, 1920, derde druk. Over Jezus’ woord over het geloof als een mosterdzaad is er nu het schitterende boekje van Piet van Veldhuizen, Verzet geen . Over verwoestend geloof en heilzame aarzeling, Zoetermeer, 2009.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken