Menu

Premium

Preekschets Lukas 4:30 – Epifanie

Epifanie

Maar hij liep midden tussen hen door en vertrok.

Lucas 4: 30

  • Schriftlezing: Lucas 4: 14-30
  • Thema: Dichtbij en toch ver weg
  • Liturgisch kader: Epifanie: Jezus openbaart Zich
  • Liedverwijzingen: NLB 528, NLB 722, NLB 826

Uitleg

Redactie

Lucas presenteert ons het optreden van Jezus in de synagoge in Nazaret als het begin van het openbare optreden van Jezus. Dat zie ik als een redactionele keuze. Men vergelijke Marcus 6: 1 t/m 6. Marcus weet ook van het optreden van Jezus in zijn vaderstad. Maar de weergave van Marcus is veel korter en bondiger. Bovendien heeft Marcus de gebeurtenissen anders gerangschikt dan Lucas. Daar klinkt mijns inziens een keuze in door. Lucas kiest er in tegenstelling tot Marcus voor om de gang van zaken in Nazaret uitvoerig en tot in detail te beschrijven. Hij weet dat het in Nazaret niet gaat om het allereerste optreden van Jezus in een synagoge. Hij vermeldt allereerst uitdrukkelijk dat Jezus reeds bekendheid genoot in de wijde omtrek. Maar daarover lezen we slechts een enkele mededeling (vers 14-15). Dit verhaal staat bovenaan de beschrijving van het optreden van Jezus zoals Lucas ons dat presenteert. En daarmee wordt het optreden van Jezus in Nazaret de aankondiging van een programma. Lucas wil ons meegeven dat daar in Nazaret de toon werd gezet. Op tweeërlei wijze. Allereerst in de proclamatie van Jezus. Hij beschrijft zijn missie. Daarvoor gebruikt Hij woorden uit het Oude Testament. Die woorden klinken goed en vallen goed. Met gevoel voor detail beschrijft Lucas dat de verwachtingen hooggespannen zijn als Jezus de perikoop uit Jesaja gelezen heeft. Maar daarna slaat de vlam in de pan. De toon wordt in Nazaret niet alleen gezet door de goede woorden van Jezus. De felle en vijandige reactie van het publiek is opvallend. Men probeert in Nazaret een lynchpartij op touw te zetten. Dat mislukt – vooralsnog.

Lucas als schrijver en verteller schept een contrast. Het begin van onze lezing beschrijft hoe Jezus bijval ondervindt in Galilea. Het vervolg gaat over het optreden van Jezus in Kafarnaüm. Daar vinden wel genezingen plaats, daar wordt zijn boodschap wel met geloof ontvangen. De afwijzende reactie in Nazaret staat daarmee ingeklemd tussen verhalen die vooral bijval en geloof beschrijven. Zo laat Lucas het volle licht vallen op de dramatische gebeurtenissen in Nazaret.

Het ‘aangename jaar des Heren’

Het Bijbelgedeelte dat Jezus voorleest (en op zichzelf betrekt) in de synagoge in Nazaret is Jesaja 61. In het aangename jaar des Heren klinkt de herinnering door van het Jubeljaar. Leviticus 25 beschrijft dat. Kwijtschelding is het centrale thema van dat Jubeljaar. Schulden worden kwijtgescholden, mensen krijgen een nieuwe kans. De herinnering aan dat Jubeljaar klinkt door in de proclamatie van Jezus. Kwijtschelding van schulden, een nieuw begin: Epifanie.

Theologisch

Lucas als prediker schept ook een spanningsveld. De proclamatie van Jezus over zichzelf schept hoge verwachtingen. Maar dat roept ook al direct aan het begin van zijn optreden vijandschap op. Enigszins gechargeerd zou je kunnen zeggen dat de schaduw van het kruis al over dit verhaal valt. Deze spanning wordt nog versterkt door het gegeven dat de afwijzende reactie komt van mensen die Hem (meenden te) kennen. Dat raakt ook aan het thema van Epifanie: wie is Hij? Wat is zijn boodschap? Waar, en hoe, raakt dat ons? Voor mij gaat het hier ook over een paradox die Lucas presenteert: Hij leek dichtbij in Nazaret, maar bleek ver weg. Waar ligt de sleutel voor het verstaan van deze paradox? Die ligt mijns inziens bij de hoorder.

Aan het einde van zijn boek hoor ik Lucas terugkomen op een vergelijkbaar thema. In het verhaal over de Emmaüsgangers (Lucas 24) wordt de opgestane Heer aanvankelijk niet herkend. Hij blijft een vreemde. Maar dan vindt een ommekeer plaats als in de reisgenoot de opgestane Heer ontdekt wordt. Daarmee wordt nieuwe moed en vreugde gevonden. Hij leek ver weg, maar bleek dichtbij.

Aanwijzingen voor de prediking

Het verhaal dat Lucas ons vertelt over het optreden van Jezus in de synagoge in Nazaret heeft twee brandpunten. Er is de proclamatie van Jezus over zijn missie. Maar Epifanie is meer dan dat wat ons wordt aangezegd. Het gaat ook over onze betrokkenheid in de beweging die Jezus op gang brengt. En daar valt de harde en vijandige reactie van de toehoorders in Nazaret op. De beschrijving die Lucas geeft, heeft daarmee ook een grimmige kant. Ik merkte aan mijzelf dat ik het lastig vond om dat goed te duiden in een preek. Het is nog te vroeg voor een lijdenspreek. Maar die thematiek is zeker aanwezig in dit Bijbelverhaal dat als openingsscene van het optreden van Jezus onmiddellijk ook haat en vijandschap toont. Ik heb vooral aandacht gevraagd voor de opstelling en houding van het publiek in de synagoge in Nazaret. Lucas neemt de moeite om daarover in detail te treden. Hun rol is die van nieuwsgierige toeschouwers. Zij menen Hem wel te kennen. In Nazaret wil men vervolgens wel eens met eigen ogen zien of dat wonderbaarlijke dat van Jezus gezegd wordt, klopt. De afstand die daarin doorklinkt, verklaart waarom Hij voor hen een vreemde blijft. Jezus realiseert zich dat men van Hem verwacht een wonder te verrichten in Nazaret. Daarover heeft men immers gehoord. En nu wil men dat ook meemaken in Nazaret. Hij benoemt dat, maar zegt er onmiddellijk bij dat het zo niet zal gaan. De verhalen die Hij daarbij oproept uit het Oude Testament spreken voor zich, en dat voelt men goed aan in Nazaret: de Syriër Naäman en de weduwe in Sarepta (dat lag niet in Israel) mochten het heil van God ervaren, en niet zij die meenden daar dichtbij te zijn. In reactie daarop slaat de vlam in de pan. Het publiek in Nazaret meent Jezus te kennen. Men realiseert zich blijkbaar niet dat men zelf op afstand staat en blijft staan. Niet Hij is ver weg: zij zijn dat, maar beseffen dat niet van henzelf.

Ik heb in mijn preek de herinnering opgeroepen aan een catechisant die tegen mij zei: dominee, als ik eens een wonder zou meemaken, dan zou ik kunnen geloven. Maar laten de verhalen over Jezus ons niet zien dat het zo eenvoudig niet ligt? Juist dit verhaal toont ons dat het altijd ook over onszelf gaat. Geloof werpt je op jezelf terug. Het gaat om de dialoog tussen een mens en zijn/haar Schepper, de wisselwerking. De toeschouwer in Nazaret die op afstand blijft, zal vele redenen kunnen bedenken om in Jezus niet meer te zien dan de zoon van Jozef, de plaatselijke timmerman. De toehoorder die op afstand wacht op een wonder waarmee Jezus zichzelf bewijzen moet, wacht wellicht tevergeefs. Geloof is meegaan in de beweging van Jezus. En dan gaan ogen en harten open. Geloof is met open oog, open oor en open hart zien en luisteren. Geloof is niet de afstandelijke houding van hen die eerst bewijs of wonderen vragen alvorens zij menen te kunnen geloven. Geloof is ook engagement. Geloof is het vertrouwen dat Hij de Messias is, en dat zijn missie het heil van God dichtbij brengt. Wie zich in die beweging laat meenemen, weet wie Hij is, en wat die missie is. Epifanie is daarmee de uitnodiging om bij jezelf nog eens na te gaan waar je plek is in de beweging die Jezus op gang bracht. De notie van het Jubeljaar herinnert ons daaraan. Daarbij ging het om een actieve houding die de gelovige aannam met als speerpunt rust en kwijtschelding van schulden. Betrokken willen zijn in de beweging die Jezus begon, houdt wellicht ook in dat wij dat oude spoor van het Jubeljaar oppakken, vorm geven en uitdragen. De thematiek in Leviticus 25 sluit opvallend goed aan bij moderne thema’s die volop in de belangstelling staan: de verhouding tot de natuur, de vraagstukken rondom duurzaamheid, de schuldenproblematiek.

Dit Bijbelverhaal spreekt van verzet en geweld tegen Jezus. Maar desondanks heeft het een bemoedigende ondertoon. Hij vertrekt, op welke wijze dan ook, en gaat verder, naar een plaats waar Hij welkom is. Hij liep midden tussen hen door. Hij is dus niet in hun macht, zij hebben in geen enkel opzicht grip op Hem. Zijn werk gaat door, ondanks tegenstand en geweld. Epifanie is nog maar het begin. Dat herinnert ons eraan dat geloven ook gaat over vertrouwen. Hier in Nazaret wordt de grootheid van Jezus niet zichtbaar. Er blijft afstand. Er gebeuren geen wonderen. Maar daarmee is nog niet gezegd dat de boodschap en missie van Jezus krachteloos zijn. Blijkbaar is er tijd en ruimte voor de missie van Jezus en de diverse reacties van mensen daarop. Epifanie vraag ook het geloofsvertrouwen dat het werk van God doorgaat ondanks tegenstand en geweld.

Er zit mijns inziens ook een onmiskenbaar mystiek element in dit verhaal. Jezus blijkt verborgen te kunnen blijven. Dat is in dit verhaal niet omdat Hij zich verbergt, maar omdat Hij niet herkend wordt. Ik heb de indruk dat er opnieuw aandacht is voor de mystieke elementen van het evangelie. In een geseculariseerde cultuur is de vraag naar Gods aanwezigheid actueel – ook voor veel gelovigen. De mystiek nodigt ons uit om aan enig zelfonderzoek te doen. Hoe kunnen wij God en zijn koninkrijk ontdekken, herkennen, in een wereld die van God ontdaan lijkt? Leert ons dit verhaal over het optreden van Jezus in de synagoge in Nazaret ook niet dat het blijkbaar mogelijk was om in Jezus slechts de zoon van de dorpstimmerman te zien? Met andere woorden: Hij kan ons rakelings nabij zijn, en toch een vreemde blijven. God en geloof liggen blijkbaar niet zomaar aan de oppervlakte van het leven. Het koninkrijk wil ontdekt wordt, het is als een nietig mosterdzaadje, en als een verborgen schat.

De befaamde Tsjechische theoloog Tomáš Halík gaat in zijn boeken uitvoerig in op de vragen van atheïsten en de uitdagingen waar kerken voor staan in de Westerse wereld. Het verhaal over de (on)gelovige Thomas (Johannes 20) neemt daarbij een centrale plek in. De opgestane Heer toont zijn wonden aan Tomas, en die gelooft. Volgens Halík betekent dat ook dat we de opgestane Heer herkennen kunnen daar waar wij wonden aanraken: in de wereld, in de naaste. De presentie van God in onze wereld wordt daarmee nauw verbonden met de lijdende Christus, met het kruis. Zo is Hij aanwezig, ook vandaag de dag nog. Vergelijk dat eens met de houding van de toehoorders in de synagoge in Nazaret!

De Deense journaliste en schrijfster Charlotte Rørth schrijft en vertelt hoe ze Jezus ontmoette. Op YouTube en andere sites vind je interviews met haar. Uiteraard riep en roept haar boek gemengde reacties op. Maar ze prikkelt, juist omdat ze zichzelf als ongelovig omschrijft. Daarmee nodigt ze uit tot reflectie op de vraag naar Gods aanwezigheid in een geseculariseerde wereld.

Geraadpleegd

  • The gospel according to luke I-IX, Joseph Fitzmeyer

  • Commentary on Luke, I. Howard Marshall

  • De dag dat ik Jezus ontmoette. Bekentenissen van een moderne ongelovige, Charlotte Rørth

  • Raak de wonden aan, Tomáš Halík

  • Geduld met God, Tomáš Halík

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken