Preekschets Marcus 4:40
De laatste zondag in de reeks na Epifanie
Hij zei tegen hen: ‘Waarom hebben jullie zo weinig moed? Geloven jullie nog steeds niet?’
Marcus 4:40
Lezing: Marcus 4:35-41
Thema: ‘Wat nu? Storm op zee!’
Bij deze zondag
Na Kerst bezint de gemeente zich op de Verschijning van haar Heer. Wie is Deze toch? Op verscheidene manieren leert en leest over Zijn openbaring, om opnieuw vertrouwd te mogen raken met Deze, Die Davidszoon wordt genoemd en als Koning van de Joden wordt aanbeden door vertegenwoordigers van de volken. Hij ondergaat de Doop en identificeert zich met hen die bekering nodig hebben. Hij verbindt de mensen met elkaar door het water tot de beste wijn voor het laatste moment te laten zijn. In die lijn van bezinning past deze tekst. In de nacht is er storm op zee. De onverwachte dreiging van ondergang. De Here is nabij, wees in geen ding bezorgd, lijkt hier de verkondiging aan ons hart te binden.
Uitleg
Hij spreekt tot hen op die dag in de late avond. Er was een dag van gelijkenissen over het Koninkrijk van God aan voorafgegaan. Nu is het avond. In de Joodse kalender het begin van een nieuwe dag. Men leeft van het donker naar het licht toe. De menigte wordt achtergelaten. Dit lijkt een bewuste keuze. De Here Jezus had gezegd dat het aan zijn discipelen gegeven is om het geheimenis van het Koninkrijk van God te kennen, niet alleen door gelijkenissen. Dan breekt er die storm uit. Lailaps lezen we in het Grieks. In de Septuagint vinden we deze term terug in Jeremia 32,32, waar het (eind)oordeel van de Here God wordt vergeleken met zo’n storm met orkaankracht uit alle uithoeken van de aarde. Het gaat dus werkelijk om leven of dood, zoals het in de gelijkenissen niet om verhalen gaat, maar om existentiële verkondiging. Het gaat om het Koninkrijk van God, om Zijn shechina, Zijn nabijheid in leven en sterven. Daar hadden de discipelen in het onderricht deel aan gekregen. Wat betekent dat in de praktijk, als de storm hen overvalt? Het schip wordt vol, bevracht letterlijk. Waarmee? Het staat er niet bij, maar de samenhang met de storm en de golven (kumata) maken het duidelijk. Kuma – golf – wordt ook wel in verband gebracht met gevoelloosheid. Opvallend dat het begrip ‘zee’ pas aan de orde is wanneer de Here Jezus deze bestraffend toespreekt(vers 39). Zee heeft volgens mij hier de connotatie van het kwade en de dood. Denk aan Openbaring 21,1. Dat verklaart wellicht ook de houding van de Here Jezus, Die met een hoofdkussen heel kalm te slapen ligt. “Meester, bekommert U Zich er niet om, dat wij vergaan?” Dit verwijt dat de Here Jezus zich niet bekommert (melei) klinkt vaker. De discipelen stellen zich hiermee op één lijn met de farizeeërs en Herodianen die menen dat Hij zich nergens en om niemand zich bekommert. Zoals de huurling die – anders dan de Goede Herder – geen hart heeft voor de schapen. Het Evangelie verkondigt nu juist het tegendeel, zoals ook in onze tekst blijkt. Vandaar ook dat de gelovige in de Petrusbrief wordt opgeroepen de bekommernis op God te werpen, Die voor ons zorgt.
De slaap van de Here Jezus lijkt op die van de profeet Jona. Daar is sprake van een tardema, een diepe slaap die op de doodsslaap lijkt, zoals Adam in slaap werd gebracht voordat de vrouw werd geschapen. Eenmaal ontwaakt komt er leven en zal de zee – vertegenwoordiger van kwaad en ondergang – stil worden. Wij zijn in Christus dood gedoopt (Romeinen 6,3) en worden zo tot leven met Hem gebracht.
De Here Jezus spreekt de zee toe en deze gehoorzaamt. Vervolgens spreekt Hij zijn discipelen toe. Zullen ook zij gehoor geven? Het enige antwoord dat Job ontvangt in al zijn vragen is antwoord uit het onweer. De Here God wijst hem op de schepping waar Hij Heer en Meester is. Hier gehoorzaamt de schepping aan het woord van de Here Jezus. Hoe staat het met de leerlingen? Laten zij zich overdonderen door het natuurgeweld, of blijven zij staande in geloof door Jezus Woord?
Net als het slot van het Evangelie volgens Marcus (16,8) eindigt dit gedeelte met vrees. Dat roept stellig de vraag op naar het geloof dat in de hoorder door dit woord mag zijn gewekt. Wie is toch Deze? Die vraag zal telkens weer mogen oproepen tot geloof.
Homiletische aanwijzingen
De storm die als uit het niet komt is een helaas herkenbaar gebeuren. Het bestaan is een voortdurend bedreigd bestaan. De vraag of het de Here Jezus niets ter harte gaat dat wij voor onze beleving vergaan, is vrees ik eveneens herkenbaar voor velen onder het gehoor van de prediking. Steeds mag en moet worden bedacht dat de discipelen daar niet uit vrije keuze zijn gekomen. Zij hebben hun Heer gevolgd. Waar kan het volgen van de Here Jezus je brengen? Kennelijk in veel minder rustig vaarwater dan wij wel meenden. Sommige Christenen krijgen te maken met vervolgingen. Ook wij kunnen soms door ons belijden en welke waarden dat met zich brengt, of tot welke standpunten we komen op grond van het geloof in Jezus Christus onder felle kritiek komen te staan. En dat we de Here Jezus aan boord hebben geeft ook geen enkele aanleiding tot triomfantalisme; integendeel. Tegelijkertijd zou ons de slapende Here Jezus in geloof kunnen geruststellen. Onze boot mag dan misschien gevuld zijn met de golven en met de zee, kortom met al die tekenen van gevoelloosheid en ondergangsdreiging, Hij is nabij. Wij gaan Hem weldegelijk ter harte. Voor Hem is de dood slechts een slaap. Uiteindelijk zal Hij de zee van de dood tot stilte brengen. Hij schenkt ons de nabijheid van zijn hemelse Vader. De gelijkenissen hadden ons dat al in de oren gelegd, nu wordt het in de harde weerbarstige werkelijkheid aan de harten gebracht. Geloof is nooit vanzelfsprekend. Met verbazing komen we elke keer weer bij de vraag wie Hij toch is en we ontdekken dan dat Hij verrassend anders en nieuw is.
Voor kinderen en jongeren
Zijn er in jouw leven momenten van angst, zorgen en verdriet? Tijdens je leven kom je in verschillende stormen terecht. Veel jongeren voelen zich onzeker over zichzelf. Hoe kom ik over? Zou mijn verliefdheid wel respons krijgen? Welke richting binnen mijn mogelijkheden zijn voor mij geschikt? Zo is er nog veel te bedenken. Weet dan dat je hier niet alleen doorheen hoeft. Geef God de leiding en het roer over jouw leven. Hij geeft je kracht en is je steeds nabij, in welke omstandigheden jij je ook bevindt. Hij zal je rust geven. Neem Zijn uitnodiging aan, en kom bij Hem aan boord.
Liturgische aanwijzigingen
LB 345 (in NLB 352 met een beter bekende melodie), waarbij de gemeente als in Christus gedoopte gemeente zingt. Water wordt ook in de Psalmen bezongen. In dit verband blijf ik Psalm 18, de verzen 8 & 9 prachtig vinden. Ook valt te denken aan LB 306 (NLB 965) of LB 467 (niet in NLB opgenomen) en Psalm 69,1.
Literatuur
-
J. van Bruggen, Marcus, Commentaar op het Nieuwe Testament, Kampen 1988