Menu

Premium

Preekschets Marcus 6:51-52 – Tweede zondag na Epifanie

Marcus 6:51-52

Hij stapte bij hen in de boot en de wind ging liggen. Zijn leerlingen waren helemaal van hun stuk gebracht. Ze waren niet tot inzicht gekomen door wat er met de broden was gebeurd, omdat ze hardleers waren.

Schriftlezing: Marcus 6: 30-56

Het eigene van de zondag

In de eerste zondagen van het jaar staan we stil bij het eerste onderwijs van Jezus Christus. In drie schetsen geven we bijzondere aandacht aan het raadsel van het ongeloof. Vanuit missionair perspectief is dat een lastige werkelijkheid. Maar ook binnen de kerk roept het vragen op. Laten we kijken hoe dit rond Jezus’ verkondiging aan de orde was.

Thema: Hoe komen mensen die hardleers zijn ooit tot geloof?
De leerlingen stonden erbij toen Jezus een wonder liet zien: ze zagen hoe er steeds meer broden uit de handen van Jezus kwamen voor meer dan vijfduizend mensen. Daarna zagen ze Jezus over het water lopen. Toen stapte Jezus in de boot en de wind ging liggen. Ze hadden nu drie keer een wonder gezien, en nóg konden en wilden ze niet geloven in Jezus, de Zoon van God. Wat is er aan de hand met mensen die te hardleers zijn om in Jezus te geloven? Het heeft te maken met het missen van inzicht in het werk van Gods Zoon.

Uitleg

Jezus geeft verdwaalde mensen die hongerig zijn te eten. Eerst vraagt Jezus aan de leerlingen om al die duizenden te eten te geven. Die maken een berekening en stellen al gauw vast dat tweehonderd keer een dagloon voor een losse arbeider (zeg maar € 20,= per dag) – dus zo’n € 4000,= aan brood –nog niet genoeg zou zijn. De leerlingen kunnen deze broodvraag niet oplossen. Jezus is echter zó bewogen met de behoeftige menigte dat Hij aan de leerlingen vraagt hoeveel brood deze mensen bij zich hebben. De leerlingen komen dan aanzetten met vijf broden (van die platte broden, die wij ‘naan’ of ‘Turks brood’ zouden noemen) en twee gebakken vissen. Ze geven aan dat dit niets oplost voor de honger van deze duizenden mensen: laat ze toch naar huis gaan.

Jezus doet iets met die vijf broden en twee vissen die gevonden zijn, ook al is er geen Mozes die aankondigt dat de God van Abraham, Izaäk en Jakob voor eten in de woestijn zal zorgen voor de duizenden. Er is een andere profeet, die de macht heeft van een koning. Hij verwacht alles van zijn Vader in de hemel, Hij zegent, breekt en deelt. Hij schakelt zijn leerlingen in bij het uitdelen: geven jullie hun maar te eten! En dat hebben ze gedaan. Meer dan genoeg is er voor iedereen. Er is zelfs nog over.

Te denken valt aan dat andere broodwonder, genoemd in 2 Koningen 4:42-44, het maal dat de profeet Elisa met slechts twintig gerstebroden liet bereiden voor wel honderd mensen: ‘zij aten ervan en hielden nog over, zoals de Heer had gezegd’. Denk ook aan wat er staat in de profetie van Jesaja over het messiaanse feest in de wildernis (Jesaja 25:6-9), waar trouwens ‘het eten’ staat voor het deel krijgen aan het eeuwige leven, het leven met God. Dat wonder dient om ‘het waas dat de volken het zicht beneemt’ te vernietigen. Deze profetie stelt het ongeloof van de leerlingen in een pijnlijk licht.

Direct na het broodwonder beveelt Jezus zijn leerlingen naar de overkant van het meer te varen, naar Betsaïda. Hij zelf bleef achter om de menigte naar huis te sturen. Daarna trok Hij de bergen in om te bidden. Ondertussen lijkt het de leerlingen in alles tegen te zitten. Ze worden uitermate tegengewerkt door de wind. Navigeren kunnen ze nauwelijks. Roeien tegen de wind in helpt ook niet echt. Als Jezus uiteindelijk in het zicht komt, zijn ze nog maar nauwelijks over de helft van de relatief korte afstand. Het geploeter van de leerlingen moet minstens zes uur geduurd hebben. Het is al tegen de morgen wanneer de vermoeide en wanhopige leerlingen een heuse schrik te verwerken krijgen: Jezus loopt de tobbende leerlingen zichtbaar voorbij.

Jezus zien lopen over de golven verwijst naar het bekende wonder in de Rietzee (Exodus 14). Toen het volk geen kant op kon, heeft God voor het gevangen volk een weg gebaand door de zee. Hij liet zijn volk niet zozeer over het water gaan, maar Hij schiep een pad waar geen mens een weg kan banen: Hij spreidde de wateren en het droge, begaanbare land kwam tevoorschijn.

Bij het zien van ‘iemand’ die over de golven loopt kan men ook denken aan de getuigenissen van de profeten, Job 9:8: ‘Hij spant het hemelgewelf, hij alleen, en wandelt op de hoog oprijzende zee.’ En zie ook Psalm 77:20.

Men zou kunnen denken dat Jezus zich veilig voelde op de woeste golven, maar duidelijk is dat Hij de HEER is van die golven. En dat toont Hij ook door te laten zien dat Hij er is. Dat Hij de macht en de bevoegdheid heeft om de golven aan zijn wil te onderwerpen. Hij maakt zichzelf bekend als de Heer van hemel en aarde. Hij beveelt en de wind gaat liggen, de golven vallen vlak. Tegen de morgen zagen de leerlingen in het donker iemand naar hen toe lopen, over het water. Ze dachten aan een spook of een geest. Ze raakten in paniek en werden doodsbang. Maar Jezus sprak hen geruststellend toe: ‘Blijf kalm! Ik ben het, wees niet bang.’ Toen stapte Jezus in de boot en de wind ging liggen. De gebeurtenis verwijst naar de HEER God die zichzelf bekendgemaakt heeft aan Mozes bij die brandende struik in de woestijn, als de God die er is. Jezus is er. Marcus beschrijft hoe Jezus zonder woorden de wind beheerst. Hij stapte aan boord bij de benarde leerlingen en de wind ging liggen.

De conclusie van Marcus is bijzonder pijnlijk voor de leerlingen: ‘Ze waren niet tot inzicht gekomen door wat er met de broden was gebeurd, omdat ze hardleers waren (NBG 51: ‘maar hun hart was verhard’). In de bijbel wordt dit soms gezegd van mensen die zouden moeten veranderen, maar dat niet willen. Het zijn mensen ‘met een hart van steen’(vgl. Jesaja 57:15; Ezechiël 36:26-27). Ze zien de waarheid, ze moeten die erkennen, maar toch willen ze het niet. Hiervoor is het herscheppende werk van de Geest nodig. Deze koppigheid wordt bij Marcus ook genoemd op andere plaatsen: Marcus 3:5 en 10:5.

Toen ze bij Gennesaret aan land kwamen, werd Jezus meteen herkend als de genezer van alle ziekten en kwalen. Mensen herkenden Jezus als hun HEER en hun Redder. Veel mensen kwamen naar Jezus toe en smeekten Hem ten minste de zoom van zijn kleed te mogen aanraken. Dat is al voldoende om genezing te ontvangen. Er is geen mooiere manier om het heil van God in Jezus de Mensenzoon en Gods Zoon je ‘toe te eigenen’: raak Jezus aan. Niet om Hem te bezitten, maar om te laten zien dat er niets meer tussen je Heer en jou in staat.

Aanwijzing voor de prediking

Jezus, die bewogen is met de menigte, begint met het onderwijzen van de mensen. Net als Mozes destijds in de woestijn, die het volk onderwees in de weg van God. Jezus onderwijst de menigte en laat de mensen delen in het hemelse brood van Gods rijk. De drie wonderen die door Marcus met elkaar verbonden zijn, bewegen de leerlingen niet tot geloof. Jezus is er: in het broodwonder, in het lopen over het water en in het stillen van de storm. En toch valt het geloofskwartje niet.

Jezus laat zien dat de kracht van zijn Vader die het brood gaf, en Hem over de golven deed gaan, ook in Hem is om de golven te bedaren te brengen. Te verwijzen is naar die aloude zinspreuk van Willem van Oranje in spannende tijden: Saevis tranquillus in undis, ‘rustig te midden van de woelige baren’. Hij wilde er zijn vastberadenheid mee uitdrukken. Daarbij hoort het beeld van het ijsvogeltje dat volgens het klassieke beeld zijn nest rustig op de golven deed drijven, ondanks de hevigste stormen. Vergelijk ook Hendrik Colijn, die de spreuk weer gebruikte voor zijn toelichting op het partijprogramma van de ARP (1934) in tijden van crisis.

Het kan verhelderend zijn een rationele verklaring te geven voor het over het water lopen van Jezus. Je hoort deze weleens: daar ter plekke was het water gewoon erg ondiep; Jezus liep dus gewoon over de bodem van het meer! Anderen suggereren dat Jezus een soort golfplank had gebouwd om de indruk te wekken dat Hij over het water liep. Verstandelijke mensen vinden altijd wel iets om niet te hoeven geloven in Jezus. Jezus heeft echter nog een heel ander plan om zijn leerlingen te bewegen om in Hem te geloven: door te laten zien hoe mensen genezing krijgen.

Het is belangrijk de aanraking van Jezus goed neer te zetten. De leerlingen mogen zien dat anderen Jezus op dat moment aanraken en genezing ontvangen. Jezus is nu in zijn hemelse heerlijkheid, maar met zijn Geest is Hij nadrukkelijk aanwezig. Drie tekenen bewegen de leerlingen niet tot geloof. Jezus laat vervolgens zien hoe hopeloze mensen die nergens bevrijding en genezing kunnen krijgen genezen worden: zij mogen Hem zelfs aanraken. Dit genezingswonder raakt je aan om met al je twijfels, vragen en verbijstering tot het hart van Jezus te komen. Ieder die in Hem gelooft, is gered en genezen. Die ziet Jezus, lezen we in de brief aan de Hebreeën.

Moment voor de kinderen

Als intro op de preek voor de kinderen is een voorbeeld te gebruiken van school: hoe kun je een staartdeling uitleggen aan kinderen die ‘er niets van snappen’? De meester of de juf kan alle stappen een voor een uitleggen, maar het komt aan op inzicht dat je moet krijgen. Het geloof is tot op zekere hoogte uit te leggen, maar het ‘inzicht’ komt van de Heilige Geest. Bid dus om geloof.

Liturgische aanwijzingen

Er bestaan wel fraaie platen die het lopen over water (soms op ludieke wijze) illustreren, maar geheel voorbijgaan aan het wonder van Jezus. Te zingen liederen zijn onder andere Psalm 77:6; Psalm 27:1 en 7; Gezang 285; Gezang 75:1, 2 en 3. Eventueel Psalm 93.

Geraadpleegde literatuur

Naast de gebruikelijke commentaren is te noemen: K. Schilder, Preken, deel II, Goes 1954, 77-86.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken