Menu

Premium

Preekschets Matteüs 24:32-33 – Eerste Advent

Eerste advent

Matteüs 24:32-33

Leer van de vijgenboom deze les: zo gauw zijn takken uitlopen en in blad schieten, weet je dat de zomer in aantocht is. Zo moeten jullie ook weten, wanneer je dat alles ziet, dat het einde nabij is.

Schriftlezing: Matteüs 24:32-44

Deze preekschets kan ook gebruikt worden voor een preek over Marcus 13:28-29 of Lucas 21:29-31 in het B- of C-jaar.

Het eigene van de zondag

De zondag die valt op of na 27 november is de vierde zondag voor Kerst. Het aftellen begint. Het is ook de zondag na eeuwigheidszondag. De thematiek van Christus’ komst heeft de afgelopen weken al aandacht gehad in preek en liturgie. Maar de Kerstcyclus brengt daarin een nieuw accent aan. We buigen naar de eerste komst van Christus toe. Daarbij verdwijnt zijn tweede komst niet uit beeld; die blijft ons perspectief in de donkere dagen. Maar de komst van Christus krijgt nieuwe kracht doordat we onze aandacht buigen naar zijn eerste komst. In dit kader past de evangelielezing die veel leesroosters voor de eerste adventszondag aangeven: Matteüs 24:32-44 (par.).

De kleur van Advent is paars, de kleur van rouw en inkeer. Vanuit de duisternis zien we uit naar het komen van de Heer.

Uitleg

Allereerst een opmerking over de tekstkeus. Uit Jezus’ eschatologische rede is gekozen voor de gelijkenis van de vijgenboom omdat deze de verbinding maakt tussen de wederkomst en de voortekenen en daarmee ook tussen Jezus’ eerste en tweede komst. Juist die verbinding van de eerste en tweede komst van Jezus is in de Adventstijd aan de orde.

Echter, wie de vijgenboom als symbool van het joodse volk exegetiseert (zie verderop) en bij de uitwerking de nadruk legt op de ontwikkelingen in Israël krijgt een preek die minder past bij de eerste adventszondag. Het is in dat geval beter om een andere tekst te kiezen.

In het gedeelte van Jezus’ toespraak dat voorafgaat aan de gelijkenis geeft Hij een betrekkelijk eenvoudig overzicht van de eschatologie. In vers 4-28 spreekt Hij over een verwoesting, kennelijk de verwoesting van de tempel (vgl. vs. 2) en een tijd van enorme verschrikkingen. Binnen deze periode wordt geen geleding aangebracht. In vers 29-31 horen we dat meteen na die verschrikkingen (de verschrikkingen die samenhangen met de verwoesting van de tempel) de Mensenzoon terug zal komen. Het vervolg van de toespraak, Matteüs 24:31, wekt de indruk dat het hier gaat om het laatste oordeel. Kortom: tempelverwoesting (70 n.Chr.), grote verdrukking, wederkomst en laatste oordeel. Hoe dit eenvoudige schema zich verhoudt tot andere informatie over de eschatologie blijft in deze preekschets buiten beeld.

Merk op dat Jezus’ eschatologische rede beheerst wordt door een dubbele spanning. Aan de ene kant worden de leerlingen opgeroepen alert te zijn. Op een onverwacht moment is het zover. Heel de dynamiek van kerk en wereld beweegt zich naar dat moment. Aan de andere kant is er de waarschuwing: laat je niet misleiden, er moet het nodige aan voorafgaan. Om deze dubbele spanning te voelen is het goed vers 4-44 nog eens rustig te lezen. Let ook op de gelijkenissen van de huisbewaarder (24:45-51) en de tien meisjes (25:1-13).

In vers 32 verandert de stijl van het betoog. Na de heftige eschatologische beelden richt Jezus zich tot de toehoorder. Hij gebruikt de vorm van de parabolè, de vergelijking die aan het denken zet. De NBV vertaalt met ‘les’. Op zich geen verkeerde vertaling, maar bedenk daarbij wel dat Jezus’ parabels in het spoor van de Hebreeuwse masjal vooral tot nadenken willen prikkelen.

Vers 32 tekent het beeld van de vijgenboom op weg naar de zomer. De vijgenboom is een bladverliezende boom. In onze streken geldt dat voor veel bomen. Eind november zie je overal om je heen kale takken. Groenblijvers zijn eerder uitzondering (kerstboom!). In mediterrane streken groeien juist veel groenblijvende bomen en heesters. Juist zo’n boom kiest Jezus als beeld voor de dynamiek van zijn terugkomst.

Het beeld is eenvoudig en duidelijk. Het loopt uit op de zomer waarin de vruchten van de vijgenboom rijp zijn en geoogst kunnen worden. Maar al geruime tijd voordat de zomer begint zie je de takken zacht worden. Er komen knoppen aan, eerst de bloemknoppen, pas daarna de bladknoppen. Opmerkelijk bij de vijgenboom is dat het blad laat komt. Als de boom in blad staat zijn de vruchten praktisch rijp. Overigens moeten we aan dit specifieke kenmerk van de vijgenboom niet te veel betekenis hechten in deze gelijkenis. Volgens Lucas 21:29 sprak Jezus over de vijgenboom en al de andere bomen.

Bij alle bomen zie je dat het zacht worden en uitlopen van de dode takken een voorbode is van de komende zomer. Het kan nog een tijd duren, maar wie naar de takken en de knoppen kijkt, ziet de zomer gestaag dichterbij komen.

In het beeld is de bovengenoemde spanning voelbaar. Door het hele proces te tekenen, vanaf het zachter worden van de takken benadrukt de Heer de lange duur en het geduld dat gevraagd wordt. Aan de andere kant is iedere hoorder ermee vertrouwd dat de vruchten en de oogst zeker komen.

In vers 33 maakt de Heer duidelijk wat Hij met de beelden bedoelt. De uitlopende takken staan voor ‘dit alles’ (panta tauta) en de zomer staat voor het einde van de wereld. Het beeld sluit dus aan bij de tweeledige vraag van de leerlingen (vs. 3) waarop Jezus zijn eschatologische rede uitsprak.

Wat wordt met ‘al deze dingen’ bedoeld? In vers 3 gaat de vraag van de leerlingen over de verwoesting van de tempel (vs. 1-2). Daarover spreekt Jezus uitgebreid. Vers 34 wijst ook in die richting. De toenmalige generatie zou nog leven als dit alles (panta tauta) zou gebeuren. (‘hè genea hautèwordt wel opgevat als het menselijk geslacht. In dat geval zou de uitspraak van vers 34 weinigzeggend zijn.)

We moeten dus aannemen dat de verwoesting van de tempel en de stad (70 n.Chr.), de verspreiding van de bevolking en het begin van de grote verdrukking bedoeld is met ‘dit alles’. Deze dingen gebeurden tijdens de generatie waar Jezus mee sprak. En tegelijk is het een langdurig proces, zoals het zacht worden van de takken van de vijgenboom.

Vanuit zijn eerste komst ziet Jezus vooruit naar zijn tweede komst. Jezus’ toespraak staat in het teken van zijn afscheid van de tempel (vs. 1-2, zie ook hoofdstuk 23, met name het slot). Het einde van de tempel staat in nauw verband met Jezus’ offer aan het kruis (Ratzinger). Een duidelijk teken is het scheuren van het voorhangsel (Matteüs 27:51), waar in de Hebreeënbrief verschillende keren aan gerefereerd wordt. Al deze gebeurtenissen die de generatie van de eerste eeuw heeft meegemaakt bemoedigen en waarschuwen met het oog op Jezus’ tweede komst.

In de populaire exegese wordt de vijgenboom soms gezien als beeld van Israël. De ontwikkelingen in Israël zijn dan aanwijzingen voor een (spoedige) wederkomst. Op internetsites lijkt deze exegese onomstreden te zijn, terwijl ze in de meeste commentaren niet eens genoemd wordt. Als schepen in het donker varen ze langs elkaar zonder elkaar te zien. Als prediker heb je te maken met de exegese van de commentaren, maar kun je ook de Israël-exegese tegenkomen, juist bij gemeenteleden die sterk betrokken zijn bij het joodse volk.

Het is terecht dat de meeste commentaren de vijgenboom niet zien als beeld van Israël. De metafoor van de vijgenboom dient om het verband tussen tempelverwoesting en wederkomst aan te geven. Het zou literair gezien een vreemde constructie zijn als de vijgenboom tegelijk als metafoor voor Israël gebruikt wordt. ‘Leer van de vijgenboom deze les’ of ‘Kijk naar de vijgenboom’ (Lucas 21:29) betekent dat de hoorders hun aandacht moeten richten op de (letterlijke) vijgenboom en daarvan moeten leren, niet dat ze moeten kijken naar het Israël waar de vijgenboom een metafoor voor zou zijn.

Overigens is de vijgenboom niet een veelgebruikt beeld voor Israël, dus we moeten aannemen dat de eerste hoorders deze associatie ook niet hadden. De weergave in Lucas 21:29 (‘Kijk naar de vijgenboom en al de andere bomen’) wijst erop dat het niet gaat om de specifieke vijgenboom (als metafoor voor Israël) maar om de boom met zijn kenmerkende eigenschappen.

Mocht u toch van mening zijn dat met de vijgenboom gedoeld is op Israël en zijn rol in de eschatologie, dan is het de vraag of dit nog wel een passende preektekst is voor de Adventstijd. Ik zou in dit geval een tekst kiezen die duidelijker naar de eerste komst van Christus verwijst.

Aanwijzingen voor de prediking

Neem bij de preek, maar ook bij de preekvoorbereiding de literaire vorm van de parabel serieus en de manier waarop Jezus deze toepast in zijn betoog. Na de heftige tekening van de eschatologische beelden is het moment aangebroken waarop Hij bij de hoorder wil komen en hem aan het denken wil zetten.

Neem daar zelf ook de tijd voor. Laat de parabel je aan het denken zetten. Mediteer over het beeld en overweeg de gedachten die bij je boven komen. Het kan helpen hierbij afbeeldingen van vijgenbomen in verschillende stadia te zoeken op het internet.

Als je voor dit onderdeel van de preekvoorbereiding de tijd neemt zal het helpen de stijl en de klank van de tekst door te geven aan de gemeente.

Focus op Christus, die in deze parabel aan het woord is. Hoe past dit woord in het grote geheel van zijn liefde en in het specifieke moment van zijn optreden? Probeer daarvan de vertolker te zijn in de preek.

Op de eerste adventszondag is de Sitz im Leben anders dan tijdens Jezus’ eschatologische rede. De vraagstelling van onze hoorders is ook anders dan die van Jezus’ eerste hoorders. Neem de tijd om de vraagstelling van je hoorders scherp te krijgen. Wat betekent Jezus’ terugkomst voor hen? En wat kunnen de gebeurtenissen uit de eerste eeuw (Jezus’ komst, zijn sterven, de tempelverwoesting en de daaropvolgende verdrukking) voor de hoorder van vandaag betekenen?

Laat zo de eerste komst van Jezus, die we de komende weken gedenken, uitzicht geven op zijn terugkomst.

Aanwijzingen voor de liturgie

De klassieke introïtuspsalm voor de eerste adventszondag is Psalm 25, ‘Zij die op u hopen worden niet beschaamd’. Het oecumenisch leesrooster geeft voor het A-jaar als lezingen aan: Jesaja 2:1-5, Romeinen 13:8-14 en Matteüs 24:32-44.

Na de preek past het lutherse zondagslied ‘Kom tot ons, de wereld wacht’ (NLB 433).

Geef in de gebeden ruim aandacht aan de natuur.

Geraadpleegde literatuur

  • J. van Bruggen, Marcus – Commentaar op het Nieuwe Testament – 3e serie, ad Marcus 13:28,29, Kampen 1988.

  • J. Gnilka, Das Matthäusevangelium II (Herder), Freiburg 1988.

  • J. Ratzinger, Jesus von Nazareth II, hfst. 2, Freiburg 2011.

  • C.J. den Heyer en P. Schelling, Symbolen in de bijbel. Woorden en hun betekenis (s.v. vijgenboom), Zoetermeer 2000.

  • M. Zohary, Het plantenrijk van het land van de Bijbel (s.v. vijgeboom), Zwolle 1982.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken