Menu

Premium

Preekschets Matteüs 9:9- Dienst in de gevangenis

Matteüs 9:9

… en hij zei tegen hem: ‘Volg mij.’ Hij stond op en volgde hem.

Schriftlezing: Matteüs 9:9-13

Het eigene van de zondag

Een dienst in een gevangenis, of in een huis van bewaring, of in een penitentiaire inrichting van welke aard dan ook, is een gewone kerkelijke viering. Mensen komen daar als gemeente van Christus samen om te horen van de liefde van God en om samen te zoeken hoe daarop te antwoorden. Mensen in de gevangenis worden in de kerkdienst aangesproken als medegelovigen. Wat het bijzondere van de situatie betreft: voor de kerkgangers betekent een verblijf in een penitentiaire inrichting vaak dat er, al dan niet uitgesproken, al een oordeel ligt. In de viering is er ruimte voor ontferming en herstel van het verbond tussen God en mens.

Uitleg

De roeping van Matteüs komt in het gelijknamige Evangelie pas na de Bergrede (Mat. 5-7) en na het eerste optreden van Jezus in Galilea (Mat. 8-9:8). De leerlingen Simon Petrus en Andreas, Jakobus en Johannes worden in 4:18-22 al geroepen. Matteüs komt dan pas gaandeweg het Evangelie binnen; een late roeping.

Het is niet zeker of deze Matteüs de evangelieschrijver is, want die maakt zich niet bekend. In de traditie wordt het Evangelie toegeschreven aan Mattëus de tollenaar die in 9:9 en 10:3 genoemd wordt. Op grond van de tekst zouden de evangelist en de apostel-tollenaar Matteüs naamgenoten kunnen zijn, terwijl de evangelist ook nog heel iemand anders kan zijn.

Naastepad gaat met vele anderen wel uit van het schrijverschap van deze Matteüs van het Evangelie. ‘Hij noemt zichzelf Mattheüs. Dat kan een vergrieksing zijn van Matthai of Mattanja, en betekent dan “Godsgeschenk”; het kan ook afgeleid zijn van “emet”, en dan betekent het “getrouwe”. “Mattheüs” noemt hij zichzelf. Maar leest men de parallelverhalen bij Markus en Lukas dan is zijn eigenlijke naam “Levi”. Maar die naam wil hij niet voeren; die is teveel verbonden met de dienst in het heiligdom, en hoever is hij daar niet van af, gezeten bij het tolhuis’ (Naastepad, 135). Parallelverhalen: Marcus 2:13-17 en Lucas 5:27-32.

De tollenaar komt alleen in de synoptische Evangeliën voor. Tollenaars worden vaak genoemd in combinatie met zondaars (bv. 11:19). Zij staan voor mensen die zich door hun handel en wandel van God en mensen vervreemd hebben. In de Evangeliën keren ze op dat pad ook om. In Lucas 18:13 is het niet de tollenaar zelf, maar zijn gebed van inkeer dat model staat. Van Johannes de Doper wordt gezegd dat hij tollenaars tot bekering bewoog (bv. 21:32).

Het ‘volg mij’ wordt in de vier Evangeliën alleen gebruikt voor het volgen van Jezus. Bijvoorbeeld ook in 4:19, 8:22, Marcus 1:17, Lucas 9:59 en Johannes 21:19. Hoewel het volgen van een godheid in de hellenistische wereld een gangbare religieuze en filosofische notie was, wordt dit begrip door de evangelieschrijvers niet gebruikt voor het volgen van God. Het ‘volg mij’ impliceert dat men gaat participeren in het leven en lijden van Jezus (19:21-23, Marc. 10:28-31). Zie ook Romeinen 6:3-6 en 8:17, ‘Samen met Christus zijn wij erfgenamen: wij moeten delen in zijn lijden om met hem te kunnen delen in Gods luister’.

Met het ‘hij stond op’ wordt een verband gelegd met de voorafgaande perikoop (9:1-8). Het lijkt dat in de nbv dit verband letterlijk door het woord ‘opstaan’ gelegd wordt, maar dat is een vertekening omdat in 9:8 anistamai (opstaan) staat, terwijl in 9:5-7 egeiro (wakker worden) gebruikt wordt. Het verband ligt eerder in de combinatie van zonde en verlamming/lethargie (zie ook Ps. 32:3) en daaruit stappen.

Jezus geeft in vers 12 het verband tussen zonde en ziekte in beeldspraak weer. Jezus vergelijkt zich in overdrachtelijke zin met een dokter (zie ook Luc. 4:23). Bovendien geneest Jezus ook veelvuldig zieken en dichten mensen Hem geneeskracht toe; in 9:21 raakt een vrouw daarom de zoom van zijn bovenkleed aan. Jezus’ optreden in dit gedeelte van het Evangelie kan worden begrepen tussen de twee vrijwel gelijkluidende zinnen van 4:23 en 9:35, waar het leren, het verkondigen en het genezen bij elkaar genoemd worden.

De verdediging van Jezus tegen de aantijging van de farizeeën komt in drie zinnen waarvan die in vers 12 de eerste is. De tweede zin, namelijk ‘barmhartigheid wil ik, geen offers’, wordt herhaald in 12:7. Hij is geciteerd uit Hosea 6:6 waar het woord chèsèd (genade (liefde (nbv)) klinkt dat in 9:13 eleos (barmhartigheid, ontferming (nb)) wordt. De derde zin is het niet-gekomen-zijn om rechtvaardigen te roepen – die komen in 25:37 aan bod – maar zondaren. Dat motief doet denken aan de afgekeurde steen die hoeksteen wordt in 21:42 en Psalm 118:22. Of aan Petrus, die na zijn verraad tot zijn bestemming wordt hersteld en in dienst van Christus wordt gesteld met driemaal de vraag ‘Heb je mij lief?’ en de oproep ‘Volg mij’ (Joh. 21:19).

Aanwijzingen voor de prediking

Hoewel de kerkgangers als gemeente van Christus samenkomen, zal niet iedereen begrijpen wat dat betekent. De aanhef van de preek kan zijn: ‘Jullie die hier en nu in deze kerk zijn, door God geliefde mensen, mensen die van Jezus Christus willen horen’. Het zal voor velen een verrassing zijn om te horen dat Jezus hen roept. Voor hen zal gelden: ‘Onze levenservaring is heel anders. Afwijzing en negatieve (voor)oordelen ondervinden we veel vaker dan in positieve zin geroepen worden.’ Detentie is een evidente vorm van uitsluiting. Die kan voelen als excommunicatie; een ervaring van ballingschap. Tegen gedetineerden wordt soms hun leven lang al gezegd: ‘Je hoort er niet bij’ of ‘We zitten niet op je te wachten’. Jezus doorbreekt dat radicaal.

Preekschets:

Jezus is te vinden op plekken waar mensen met de nek worden aangekeken. Hij komt bij tollenaars en zondaars over de vloer. Daar vindt Hij een leerling.

Tollenaars halen belasting (tol) op. Dat waren toen geen fraaie jongens: oplichters en afpersers. Daar wil je niet bijhoren. Misschien geldt voor sommige tollenaars dat ze wel anders hadden gewild, maar niet wisten hoe. Hoe breek je met gewoontes waar je kapot aan gaat?

Matteüs laat zich kennen als hij van de goede boodschap van Jezus hoort. Even later wordt hijzelf getuige van/in de geschiedenis van Christus (en schrijft een Evangelie). Matteüs zegt met zoveel woorden tegen een hoorder die vol schaamte is: ‘Met mij is hetzelfde gebeurd, weet je. Iedereen die zichzelf – net als ik – minacht, wordt door Jezus gezocht en kan zich laten vinden. Ieder mens kan zijn taak en opdracht in het leven bij God vinden; daar hoef je niet te gering over te denken. Schrijf jij met jouw leven een nieuw verhaal. Doe dat in de hoop dat het toevoegt aan het goede bericht (evangelie) dat God aan de mensen heeft gegeven.’

‘Volg mij.’ We horen nu niet ‘Je zonden zijn je vergeven’, maar er begint een heel nieuw hoofdstuk als Jezus zegt: ‘Word mijn leerling’. Zie jezelf in een totaal andere rol. Dat geneest. Dat is genadevol.

‘Hij stond op en volgde hem.’ Het opstaan van Matteüs gebeurt zonder gedoe. Matteüs vertrekt gewoon uit zijn tolhuis. Hij gaat met Jezus op reis, al weet hij niet waar die naartoe gaat. Hij weet alleen dat hij zijn oude leven niet meer wil, en dat het zo goed is.

Wie is Jezus? Jezus roept verontwaardiging op bij de farizeeën. Dat Jezus zich inlaat met deze verachte tollenaars kan niet iedereen begrijpen. En hoe zit het met onze vooroordelen? Jezus kiest ervoor om mensen op te zoeken die zijn aandacht het meest nodig hebben, zoals ook hier, in de bajes. De farizeeën zullen Hem later hard laten vallen. Jezus wordt ten slotte opgepakt, moet een schijnproces ondergaan en zal ter dood veroordeeld worden. Jezus blijft trouw aan zijn roeping door God. Het is soms niet gemakkelijk om Jezus te volgen. Als je dicht bij het geheim van Jezus komt, vind je zijn kruis. Door de dood heen zal Hij redden. In dat licht worden ook wij door Jezus geroepen.

Liturgische aanwijzingen

Er komen regelmatig predikanten ‘van buiten’ in penitentiaire inrichtingen om in een dienst voor te gaan. Voor hen deze aanbevelingen. De diensten duren vaak niet langer dan drie kwartier. Houd het eenvoudig en wees direct. Wees niet bang om gebruikelijke onderdelen van de liturgie te laten vallen, zoals bijvoorbeeld het kyrië en gloria, maar vergeet nooit de voorbeden en de zegen. Een tweede lezing hoeft niet. Een gedicht is soms mooi, muziek is altijd belangrijk.

Als bij deze dienst wel gekozen wordt voor een oudtestamentische lezing: Psalm 16 verwoordt de effecten van de aanvaarding door/van God. Om naar te luisteren: Stef Bos, In een ander Licht. ‘Lied van Petrus’. Zingen: ‘Create in me a clean hart’ (elb 10, naar Psalm 51), ‘Amazing Grace’ (via internet), ‘Neem mij aan zoals ik ben’ (Litanie, Iona-bundel 13), Gezang 47, 328, T 113.

Geraadpleegde literatuur

Th.J.M. Naastepad, Gewaagde woorden. Uitleg van Mattheüs 5-9, Baarn, 2002; Kittel, Theological Dictionary of the New Testament, Michigan, 1974.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken