Preekschets Psalm 77:10
Vergeet God genadig te zijn?
Psalmen 77:10a
Schriftlezing: Psalmen 77
Het eigene van de zondag
Het is de tijd tussen Kerst en de lijdenstijd. We kunnen een thema uit de actualiteit nemen. In dit geval is ‘twijfel’ de aanleiding. De tekst blijkt stof te geven om over Jezus op aarde te spreken.
Uitleg
De Psalm heeft in hoofdzaak twee geledingen: het probleem en de (betrekkelijke) oplossing. Vs 11 lijkt een Het scharniervers tussen beide en is vs 11 . Dit zou wellicht de preektekst kunnen zijn, maar ik zie daar toch liever van af: gezien de subtiliteiten, die moeilijk over te brengen zouden zijn, en gezien de verschillen in de uitleg, waarvan de meest ingrijpende ook buiten exegetenkring verbreid is (zie beneden).
Een meer gedetailleerde geleding is als volgt:
-
vers 2-5 onrust; in vs 5 wordt God voor het eerst aangesproken
-
vers 6-7; terugblik in weemoed
-
vers 8-10; probleemstelling over Gods houding
-
vers 12-13; stellingname: ik gedenk.
-
vers 14-16; of op Gods wonderen, met name de uittocht
-
vers 17-21; Beschrijving van die wonderdaad.
Vreemd is dat er geen conclusie volgt, met name geen conclusie voor het heden. Er wordt geen hoop, verwachting of gebed uitgesproken. In de inhoud van de terugblik domineert door inclusio het begrip ‘water’, vs 17-20. Daarmee hangt de conclusie samen: “Uw voetsporen bleven onzichtbaar”. Vs 21 valt daar buiten. Het klinkt positief, maar door z’n geïsoleerde positie wat mat en het einde van de Psalm komt abrupt. De stemming van de Psalm is minder positief dan Kraus en Van der Ploeg waar willen hebben en doet enigszins aan die van Psalmen 88 denken.
De stijl is dichterlijk. Dat komt bijvoorbeeld uit in het gebruik van een vorm van het woord ‘azan in vs 2 (Gesenius-Buhl: ‘dichterlijk’). Ook in herhalingen, zoals van “Luid roep ik tot God”, 2x in vs 2, en van ‘gedenken’ (zachar) in vs. 12. Maar vooral dichterlijk is de parallellie, vaak van veel meer dan twee versregels. In de bovengenoemde zes geledingen wordt de gedachte vaak meer dan twee keer herhaald, met geringe variatie in de betekenis en vooral variatie in de uitdrukkingswijze. Een sterk voorbeeld is vs 8-10, waar in wezen dezelfde gedachte zes keer wordt uitgedrukt. De vraag op zichzelf is al heftig, maar wordt door deze bijna obsessieve herhaling des te aangrijpender. Het is een gewaagde vraag én een antwoord blijft uit. We zouden de Psalm tekort doen als we alleen de betekenis zouden exegetiseren zonder deze kunstige en indringende vorm op ons te laten inwerken – en in de preek te proberen over te brengen.
Ik zie geen reden om te stellen (met Calvijn, Van der Ploeg) dat de Psalm niet klaagt over persoonlijk leed van een enkeling, maar over de nood van het volk. Die laatste is wel inbegrepen, zoals blijkt uit de algemene vragen in vs 8-10 en uit het vervolg. Individuele en gemeenschappelijke nood hangen samen, evenals in Psalmen 102.
De klacht over de nood strekt zich uit over de dag en vervolgens ook over de nacht; vgl. Psalmen 22: 3. Hier valt de nadruk op de nacht; die lijkt langer te duren, het piekeren is dan erger (vs 3, 7); dat is herkenbaar.
Vers 11 (In sommige versindelingen, zoals biblehub, vs 10; vs 1 valt als opschrift buiten de nummering.) nieuwe inzet, geaccentueerd door het rustteken sela. ‘En ik zeg’: hier kan een zekere afstand in doorklinken: de dichter hoort het zichzelf als het ware zeggen (vgl. Prediker 1: 16 enz., 6: 3). Van het vervolg lijken me de vertalingen van NV51 en NBV zakelijk juist. ‘Dit is mijn ellende: het veranderen van de hand van de Allerhoogste’. (Vgl. ook Kraus en Van der Ploeg.) Wel is er over de exegese veel discussie (zie Kraus; biblehub). Inhoudelijk lijkt dit vs een conclusie uit het voorafgaande, maar met de nieuwe inzet vermant de dichter zich ook: ik zeg dit wel, maar ik kan hier niet mee leven, er niet in berusten. Bij bepaalde hoorders kan twijfel over de uitleg gevoed worden door de Kanttekeningen bij de Statenvertaling en door de berijming 1773: “Maar God zal verand’ring geven” (met het door premier Balkenende populair geworden “Na het zure geeft Hij ’t zoet”).
zachar (vs 12) is gedenken, actief terugdenken aan. De herhaling van het woord, terwijl in vs 13 de gedachte nóg twee keer wordt uitgedrukt, geeft aan hoezeer de zanger zijn best moet en/of wil doen om, tegen de troosteloze situatie en zijn gedrukte stemming in, de wonderdaden van God uit zijn herinnering naar boven te halen.
‘Heilig’ (vs 14) verdient nadrukkelijk aandacht, mede met het oog op de manier waarop de ‘heilige weg’ van God in het vervolg wordt herdacht. Weliswaar is het gebeuren dat de Psalm ophaalt constitutief voor het bestaan van Israël als volk van God inclusief de dichter zelf, nog steeds, ondanks alles wat er sindsdien is misgegaan en het gemis van dit moment. Het is dé historische gebeurtenis bij uitstek, die als zodanig herdacht wordt in een reeks van Psalmen: ook Psalmen 78, Psalmen 105, Psalmen 106, Psalmen 136, om er enkele te noemen. Maar tegelijkertijd krijgt het terugblikkende schilderij een merkwaardige kleur: het raadselachtige van het gebeuren wordt benadrukt, het onnaspeurlijke. Gods wegen zijn niet onze wegen, ze zijn hoger (Jesaja 55: 8v). Weliswaar trekt de dichter zich aan de bewuste geschiedenisepisode op, maar die vormt niet zonder meer een bevredigend en verblijdend antwoord op zijn gemis en zijn gebed. Het einde van de Psalm is niet het einde van de beproeving.
Aanwijzingen voor de prediking
Het thema ‘twijfel’ is weliswaar de aanleiding is voor de preek, maar het bijbelgedeelte is het onderwerp. Beide sluiten niet naadloos op elkaar aan.
In dit geval kies ik ervoor, geen verdeling in punten aan te geven. Ook zie ik af van een ‘inleiding’ als apart onderdeel. Beide om de emotionele ‘flow’ zo veel mogelijk ruimte te geven. Het komt erop aan het karakter van de klacht recht te doen. Daarvoor is het nodig om niet afstandelijk over ‘de dichter’ te spreken, maar van binnenuit, uit het ‘ik’ van de Psalm – al zal dat nooit helemaal consequent kunnen en ook niet hoeven. Verder is het aan te raden om spaarzaam te zijn met ontleding, historische verklaring en al helemaal met psychologisering. De prediker zal streven naar empathie met de spreker in de Psalm zowel als met de hoorder die zich er mogelijk in kan herkennen – maximale nabijheid met behoud van distantie, zonder vereenzelviging. Al deze aspecten vragen om de ‘kunst’ van het preken, naast de technische elementen ervan.
Schets – Dit is heftig. “Luid roep ik God, ik schreeuw het uit” – voelt u het misschien zelf zo? Of anders, zou u de woorden van deze Psalm geven aan iemand die er zwaar onderdoor gaat? Dat heeft Asaf gedaan. Hij en z’n hele familie waren tempelmusici, professionals in het dichten en componeren en uitvoeren. Dit lied is gegeven aan het volk van God om te gebruiken. Schreeuw het maar uit!
In de wereld is het grauw, of is er schokkend nieuws. En vooral ’s nachts, als je alleen bent en niet kunt slapen, vouw je je handen, en als je geen antwoord krijgt, ga je piekeren. Je hoort van anderen dat ze tekens van God krijgen, maar je krijgt ze zelf niet.
Ik hoor veel over twijfel; geloofstwijfel. Dat was er ook vroeger; aanvechting. Een ongelovige twijfelt niet. Maar als je gelooft, komt de vraag op je af: geloof je dat nou echt?
Vragen stellen is normaal. Het verwijt klinkt dat de kerk alleen massieve zekerheden, ‘dogma’s’, preekt. Maar in de Bijbel zelf is er ruimte voor twijfel; die helpt je om die te uiten.
Je verwacht dan in de kerk steun; maar die is er niet altijd, door ruzie, verdeeldheid of verslapping van het leven. In de tijd van het Oude Testament had het kwaad doorgevreten, uitlopend op verwoesting. Daardoor klinkt deze Psalm zo eenzaam.
Hij denkt aan vroeger. Toen zat er muziek in het leven. Zou de Heer voor eeuwig verstoten? Vroeger was het voor mij, voor ons, duidelijk dat God liefde is, trouw, dat Hij genadig is, ontfermend. Kunnen we niet meer uitzien naar herstel? Geen gezang of lied is zo doordringend als deze Psalm.
Dit is niet de twijfel die alles open wil laten, die twijfel béter vindt, verlichter, terwijl het tegelijkertijd een excuus is om positie kiezen uit de weg te gaan. Dat vind je bij mensen die niet hoeven te twijfelen of er vanavond weer eten op tafel staat. Deze twijfel is een echte crisis, existentieel: zonder Gods genade, zijn goedheid, blijven wij nergens, is er geen hoop.
Bij een crisis in het geloof helpt meditatie om tot rust te komen, hoe weldadig ook, niet. Mensen bij elkaar brengen of ze diensten verlenen is ook niet voldoende.
“Ik denk terug…” Ik mis God, dan ga ik ook op God uit. Ik ‘gedenk’. Daar wil ik me toe zétten. Ik wil mijn hart richten op de daden van de HEER. Dat is meer dan dat Hij ‘bestaat’. U hebt grote daden gedaan, wonderen. “Uw weg is een heilige weg”, anders dan wat mensen verwachten als ze naar God vragen. De uittocht uit Egypte en de doortocht door de Rietzee is het basiswonder, waar wij, het volk van God, ons bestaan aan te danken hebben. Ik schilder het mezelf voor ogen. Het was verbijsterend. Vooral die watermassa’s, beneden rondom en van boven, maken diepe indruk op me. Er is geen ‘spoor’, je ziet het nu niet terug.
Wij, na de komst van Christus, denken terug aan zijn weg op aarde: zijn wonderen van genezing, zijn dood, opstanding en hemelvaart. We richten ons nu in deze Psalm tot Hem, die het leed van Godverlating voor ons onderging. Je vindt geen ‘spoor’, in Jeruzalem bijvoorbeeld. Tegelijkertijd is de indruk onuitwisbaar: de voortdurende vijandschap en dreiging van de Joodse elite, het onbegrip van de massa en van zijn leerlingen, zijn eenzaamheid uiteindelijk, Getsemane, en de duisternis over Golgota.
“Wij wandelen in geloof, niet in aanschouwen” (2 Korinthiërs 5: 7, vertaling NBG51). Hier, in deze tijd op aarde, hebben we teleurstellingen onder ogen te zien, geestelijk, niet altijd een fijn gevoel en gemeenschap. Maar ik bréng mij zijn grote daden voor ogen, die zíjn er: Hij heeft mij gedoopt, mij bereikt met zijn evangelie, mij erdoor gevormd en begeleid, mij opgenomen in een gemeenschap van mensen die er ook bij horen.
Ideeën voor kinderen en tieners
Laat ze bij van een plaatje van een slapeloze vertellen: hoe voel je je dan? En hoe komt dat? Laat vervolgens op internet plaatjes zoeken van iemand die (in de Bijbel) leest. En van iemand die (daarover) nadenkt – je kunt het emoticon ‘denkt na’ tonen. Laat ze de geschiedenis van de doortocht door de Rode Zee vertellen, plaatjes zoeken van onweersbui, noodweer, of zich uitleven in een artistieke verbeelding van een kolkende zee en woeste onweersbui. Misschien is de episode van de doortocht door de Rode Zee uit de film ‘The Ten Commandments’ geschikt om te vertonen. Gesprek: hoe zouden de Israëlieten zich toen gevoeld hebben? Denk: ontzag.
Aanwijzingen voor de liturgie
Psalm 18: 2 en 5. Psalm 77. Psalm 85: 1 en 2. Psalm 102. Psalm 114.
Geraadpleegd
-
https://biblehub.com/commentaries/psalms/77-10.htm
-
Calvijn, J. Het boek der psalmen verklaard. Vert. Tweede deel. Utrecht z.j.
-
Kraus, H.-J. Psalmen. 1. Teilband. 3. Aufl. Neukirchen, 1966.
-
Ploeg, J.P.M. van der. Psalmen Deel II. Roermond, 1974.