Preekschets Romeinen 14:7 – derde zondag van de veertigdagen
Niemand van ons leeft voor zichzelf, en niemand van ons sterft voor zichzelf.
(Romeinen 14:7)
Schriftlezing: Romeinen 14:7-12.
Thema: Leven in vrijheid is leven voor God.
Het eigene van de zondag
De derde zondag van de 40 dagen, de vierde van de lijdenstijd betekent dat we (bijna) halverwege de voorbereiding naar Pasen zijn. ‘Oculi’, de naam van de zondag, verwijst naar Psalm 25:15, en wijst daarmee ook een richting voor de prediking op deze zondag: leven met de ogen gericht op de Heer. Zo krijgt deze periode van inkeer en bekering op deze zondag, na de oproep van de Heer om Hem aan te roepen en het gebed om Gods ontferming, de wending naar een bewuste keuze in de levenshouding. Dit is een belangrijk thema in het slot van de Romeinenbrief. Onze preektekst maakt hier zelfs een statement in: niemand leeft voor zichzelf… maar voor God.
Uitleg
De Romeinenbrief is vrijwel onomstreden een authentieke Paulusbrief. Het is de langste, meest systematisch opgezette, al vanuit de vroege kerkgeschiedenis maar zeker ook in de westerse kerk hoogst gewaardeerde brief van deze veelschrijver. Het is één van zijn latere brieven, geschreven tegen het eind van de derde zendingsreis. Opvallend is dat dit de enige Paulus-brief is die gericht is aan een gemeente die hij niet heeft gesticht en evenmin bezocht. Waarschijnlijk waren er wel banden met de gemeente via bekenden die Paulus elders op zijn reizen heeft ontmoet. Bovendien had Paulus duidelijk genoeg statuur om met deze brief de kern van het christelijk geloof min of meer normatief uit te leggen en dit uit te werken naar een praktische aanwijzing hoe te leven. Dit laatste heeft zeker ook verband met het conflict dat binnen de Romeinse gemeente speelde.
De opbouw van de brief laat zich in een twee- of drieslag tekenen. Hoofdstuk 12-16 wordt algemeen gezien als een blok praktisch onderwijs, dat volgt na het meer leerstellig of uitleggend eerste deel. Dit eerste blok wordt door velen opgesplitst in hoofdstuk 1-8 als uitleg over van het evangelie van Jezus Christus of bekendmaking van Gods gerechtigheid, en hoofdstuk 9-11 als uitleg over Gods plan met Israël of verdediging van Gods gerechtigheid. Het derde blok wordt dan benoemd als praktische toepassing van het evangelie of toepassing van Gods gerechtigheid.
De indeling in drieslag vind ik het meest overtuigend, waarbij het overkoepelende thema van de brief in het woord ‘gerechtigheid’ kan worden gezocht. Kanttekening hierbij: dit woord komt in de gekozen lezing niet voor. Het thema wel: voor wie je leeft, bepaalt wie het recht heeft te oordelen over jouw leven en wat goed leven is.
Hoofdstuk 14 gaat met name in op de principes van vrijheid en verantwoordelijkheid voor de ander, die het leven van een christen bepalen om als gerechtvaardigde gerechtigheid uit te leven. Onze lezing is ingeklemd tussen twee gedeeltes waarin de norm wordt neergelegd dat jouw geloofsvrijheid om bepaalde dingen te doen of te laten, de ander geen aanstoot mag geven in zijn geloofsbeleving. Het is beter je eigen vrijheid op te schorten, dan de ander aan het twijfelen te brengen door hem te vragen een bepaalde gewoonte los te laten die voor hem essentieel is om heilig voor God te leven. Evenmin mag je de ander oordelen op grond van de wijze waarop zij haar geloof vorm geeft. Dat oordeel, zo klinkt in onze tekst, is aan Hem voor wie wij leven.
Dit thema, oordelen over de geloofsvrijheid van de ander, is ook in onze context nog steeds actueel. Juist nu er zoveel gemeentelijke pluriformiteit bestaat, kan men zich enorm storen aan de ouderwetse of juist al te moderne gewoontes van mede gemeenteleden, of van buurgemeentes. Muziek en liedkeuze, vorm van liturgie en taalgebruik kunnen enorme discussiepunten opleveren, juist in een tijd van steeds meer aanbod, vormen en mogelijkheden, maar ook steeds meer uitgesproken meningen en verminderende verdraagzaamheid, waar we helaas ook in de kerk niet altijd aan ontkomen.
Recent voorbeeld is de opnieuw oplaaiende discussie rond vrouwen in het ambt, die leidt tot verbreken van banden tussen kerken en ook binnen de Protestantse Kerk verhoudingen opnieuw onder spanning zet. Dat maakt het thema van geloofsvrijheid én verantwoordelijkheid naar elkaar om het geloof van de ander niet te laten wankelen, uiterst actueel. Opvallend is ook dat juist vanuit de context van gemeenteopbouw en missionair kerkzijn regelmatig wordt aangekaart hoe groot het belang is van het aanleren van bepaalde normen en waarden die je als christelijke gemeenschap wilt uitdragen, inclusief soms heel concrete gedragslijnen. Het lijkt er sterk op dat juist gemeenten met duidelijk geformuleerde en uitgedragen do’s en don’ts voor veel zoekers houvast geven, ook als zij in een later stadium van hun geloofsweg zelf meer vrijheid in de vormgeving van het gelovig leven nemen.
Aanwijzingen voor de prediking
Onontkoombaar bij het spreken over Romeinen 14:7-12 is de associatie van deze tekst met het gedenken van overledenen of met de uitvaart. Vers zeven wordt in veel gemeenten uitgesproken bij het moment van gedenken of in de uitvaartliturgie. Goed om dit te benoemen. Tegelijk is het van belang om de focus te houden op de kern van de lezing: de menselijke neiging om elkaar in het leven – ook in het geloof – de maat te nemen. Juist dat is bron van conflict in Rome, is dat in de kerkgeschiedenis al te vaak gebleven; en is dat ook in ons huidig gemeentezijn, zeker in de context van een dorpsgemeente, nog steeds maar al te vaak. Niet wij hebben elkaar te oordelen, het oordeel is aan God.
Bij deze invalshoek is het van belang om te waken voor een valkuil van deze tijd: de houding dat niemand over mij mag oordelen. Er zijn zaken, waarbij het wél van belang is dat je elkaar erop aanspreekt. Kwaad moet benoemd worden, fouten gecorrigeerd om van te leren. Maar ook: als mijn houding of handelwijze een ander kwetst in zijn of haar geloofsleven, dien ik die bij te stellen in zijn/haar bijzijn. We zijn zeker binnen de gemeente ook naar elkaar ver-antwoordelijk, antwoord aan elkaar schuldig. Ook dat is deel van ‘leven en sterven voor God’.
Tegelijkertijd is van belang dit ook reëel te maken voor de hoorder: ik leef en sterf voor God. God heeft dus alles over mijn leven te zeggen: ik ben naar Hem verantwoording schuldig. Dat vraagt bezinning: besef ik dat, en welke consequenties heeft dat voor mijn handelen? Lééf ik voor God, waaraan is dat zichtbaar? Mag God mijn prioriteiten bepalen? Maar ook: is het oordeel van mensen, of van God belangrijker voor mij? Draag ik uit dat ik van Hem ben? Hierbij ligt een lijn naar de noodzaak van levensheiliging open.
In de voorbereidingstijd naar Pasen richten we op deze zondag de ogen naar de Heer. Welke weg, welke levenshouding, past bij leven en sterven voor Hem? Tegelijk mag het besef doorklinken dat als wij in die levenshouding tekortschieten, het zijn leven en sterven zijn die ons ervan verzekeren dat we, hoe dan ook, het eigendom van onze Heer zijn.
Liturgische aanwijzingen
Liedsuggesties:
-
NLB 25/25a, psalm van de zondag.
-
NLB 538, bij thema leven voor de Heer.
-
NLB 976 met het oog op levensheiliging.
-
NLB 969 met oog op eenheid gemeente.
-
HH 176 couplet 3,4,5 na leefregel of schuldbelijdenis.
-
HH 210 couplet 1 en 3 in kader van eigendom van de Heer / leven voor Hem.
Kindermoment
‘In leven en sterven’ is voor kinderen een heftige uitspraak, en voor de jongsten zeker niet te overzien: sterven is een concept dan voor hen nog nauwelijks reëel is.
Om Hem behoren wij toe” ‘uit te leggen kun je het voorbeeld van een goed getrainde hond nemen, die alleen zijn baasje gehoorzaamt. Daarmee kun je ook trouw en dienstbaarheid aan de ‘Baas’ koppelen.
Wil je de nadruk leggen op het niet oordelen over elkaars gewoontes, dan is het prachtige verhaal van Max Lucado “Stip of ster” zeer bruikbaar.
Geraadpleegde literatuur
-
Studiebijbel: inleiding op Romeinen en commentaar geven een stevige basis.
-
Tom Wright, Paul for Everyone, Romans, part 2, Londen 2012, p99vv is sterk in het actualiseren van de tekst.
-
Dr. Jakob van Bruggen, Romeinen – Christenen tussen stad en Synagoge, commentaar op het Nieuwe Testament, derde serie, tweede druk, Kok Kampen 2007, p202vv is gedegen en geeft de actuele discussie rond de tekst weer.