Menu

None

Psalm 22 – in het licht van het Nieuwe Testament


‘Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?”
Een aangrijpende vraag, de openingsregel van Psalm 22. Wie denkt niet meteen aan Jezus, die deze woorden in de mond nam terwijl Hij aan het kruis hing?
Ook verder zit de psalm vol passages die doen denken aan zijn lijden – én (in het laatste deel) aan zijn overwinning.
Hoe ga je daar als berijmer mee om?

We wilden graag aansluiten bij de oorspronkelijke tekst; rechtdoen aan wat er staat, was voor de DNP-dichters een belangrijk uitgangspunt.
Tegelijkertijd onderschreven we de eenheid van de Schrift en het profetische karakter van de psalmen. Vandaaruit boden onze uitgangspunten ook ruimte voor nieuwtestamentische toespelingen, voor verwijzingen naar de persoon en het werk van Jezus.

Juist bij het berijmen van Psalm 22 heb ik die ruimte benut. Ik ben onder de indruk van hoe deze psalm past bij het lijden van Jezus, honderden jaren voordat Hij daadwerkelijk kwam. Bovendien is DNP bedoeld voor nieuwtestamentische gelovigen, die deze Psalm 22 vooral zingen in de tijd voor Pasen.

De eerste regel van de berijming luidt: ‘Mijn God, mijn God, waarom verlaat U mij?’
Veel dichter bij de oorspronkelijke tekst kon het niet, terwijl het meteen een letterlijke weergave is van een van de kruiswoorden.

Couplet 5 bevat deze passage:
‘Mijn handen en mijn voeten zijn doorboord.
Ze spelen om mijn kleren – ongehoord.
Ik hang te schande.’

De term ‘doorboord’ komt uit De Nieuwe Bijbelvertaling (NBV), die daarbij aantekent dat de betekenis van het Hebreeuws onzeker is. Evengoed heb ik deze term met overtuiging gebruikt: ‘doorboord’ doet denken aan de spijkers die door Jezus’ polsen gingen.

‘Ik hang te schande’ – woorden van die strekking zijn niet terug te vinden in Psalm 22, maar passen bij het verhaal van de kruisiging.

Na een beschrijving van diep lijden, neemt Psalm 22 een hoopvolle wending: ‘U geeft mij antwoord. Ik zal uw naam bekendmaken…’ (22 en 23)
Met even later zelfs een verwijzing naar de opstanding der doden (zeldzaam in het Oude Testament): ‘Ook zullen voor hem knielen / wie in het graf zijn neergedaald.’ (30)
Met dan als laatste regel (NBV): ‘Hij is een God van daden.’ (32)

Het laatste couplet van mijn berijming luidt:

‘Eens zal men Hem erkennen, overal.
De dag komt dat de wereld knielen zal
voor de geduchte Heer van het heelal:
Hij zal regeren.
Straks zal zelfs wie begraven is Hem eren.
Het nageslacht zal al zijn daden prijzen
en aan zijn recht en goedheid eer bewijzen:
het is volbracht.’

‘Het is volbracht’ – nee, dat staat er niet in Psalm 22. Maar het leek mij alleszins gepast om, als parafrase van ‘Hij is een God van daden’, hier het laatste kruiswoord te citeren.
Want DNP is bedoeld voor nieuwtestamentische gelovigen, en Psalm 22 is een profetie over Jezus.

N.a.v. De Nieuwe Psalmberijming / diverse auteurs / hardcover

Wellicht ook interessant

None

Recensie van Matthijs Schuurman over het boek Drie-eenheid

In 2024 schreef Bram van de Beek een artikel voor een wetenschappelijke encyclopedie over hoe er in de Vroege Kerk werd gedacht over de drie-eenheid. Al vanaf de jaren-’80 is hij actief als hoogleraar. In 1981 volgende hij in Leiden prof. dr. H. Berkhof op als hoogleraar Dogmatiek. In 2000 verhuisde hij naar de Vrije Universiteit, waar hij Symboliek ging doceren. Bij symboliek gaat het om de inhoud van de geloofsbelijdenissen. Ook was Van de Beek bijzonder hoogleraar Systematische theologie aan de Universiteit van Stellenbosch in Zuid-Afrika.

None

Recensie van Matthijs Schuurman over het boek Inferno

Iedereen heeft misschien wel zijn eigen beeld van de hel. Persoonlijk vind ik de hel zelf veel moeilijker voor te stellen dan de hemel. Als ik de hel zou moeten verbeelden, dan zou ik kiezen voor een druk winkelcentrum waar ik eindeloos op en neer ga op de roltrap. Ik ben dan in een drukte van mensen waar ik niet verbonden mee kan raken, omdat die mensen op dat moment allemaal voor zichzelf leven. Een plek waar ik innerlijk alleen maar onrustig kan worden en onrustig zal blijven. Zo stel ik me de hel voor: als een plek waar ik in het leven hier op aarde al niet graag kom. Als ik over het beeld nadenk, ontbreekt een belangrijk element: God Die Zijn oordeel heeft uitgesproken over mijn leven. Dat ik niet zonder reden voor altijd op die roltrap op en neer zal gaan en ik innerlijk gek wordt van de steeds toenemende onrust.

Jan Luyken (1700), Origenes onderwijst zijn studenten.
Jan Luyken (1700), Origenes onderwijst zijn studenten.
Basis

Waarom ‘Eeuwig’ toch niet altijd een goed vertaalwoord is

Enkele publicaties vorig jaar, waaronder het boek “Het einde van de Hel” van Reinier Sonneveld, hebben de eeuwenoude discussie of God alle mensen uiteindelijk zal redden1 weer nieuw leven ingeblazen. Een belangrijk argument tegen de leer dat voor ongelovigen de hel de eindbestemming zou zijn, is dat de Hebreeuwse en Griekse woorden die meestal met “eeuwig” vertaald worden, niet de betekenis “eindeloos” hebben. Dat was aanleiding voor het blad Met Andere Woorden (MAW), een vakblad voor Bijbel en vertalen, om een themanummer uit te geven rondom dit woordje, “eeuwig” en “eeuwigheid”. En, hoewel vertalers zich het liefst op de tekst zelf focussen, ontkom je er niet aan keuzes te moeten maken die aan een dergelijke discussie raken.2 Zo moet een vertaler kiezen of hij meegaat in het zo bekende “eeuwig” en “eeuwigheid”, of in navolging van kritiek en diverse onderzoeken voor een andere weergave kiest. In het themanummer verdedigden enkele artikelen de keuze voor “eeuwig”. In de studievertaling waar ik aan mee mag werken, de Nieuwe Concordante Vertaling (NCV),3 is echter een andere keuze gemaakt. In dit artikel laat ik graag zien waarom “eeuwig” toch niet altijd een goed vertaalwoord is.

Nieuwe boeken