Religie en geestelijke gezondheid
Hoe kijken psychiaters naar de rol van religie en spiritualiteit bij de psychische gesteldheid van hun patiënten? Piet Verhagen was betrokken bij een module die een belangrijke ontwikkeling laat zien op zijn vakgebied.
In mei van dit jaar verscheen onder auspiciën van Akwa GGZ de generieke module ‘Zingeving in de psychische hulpverlening’. Een multidisciplinaire groep van GGZ-professionals, waarvan ik lid was, heeft intensief gewerkt aan deze module. Dat deze er nu is, is werkelijk wel een stap.
De thema’s van zingeving – ik gebruik de termen religie, spiritualiteit en zingeving enigszins door elkaar, met zingeving als de meest omvattende term – worden daarmee aangemerkt als onmisbaar in de praktijk van de psychische hulpverlening. Het is niet zo heel lang geleden dat zoiets ondenkbaar leek.
Ik noem een aantal factoren dat in meer of mindere mate van invloed is geweest. Er is heel veel, kwalitatief goed onderzoek dat het belang van zingeving in de zorg benadrukt. De zorgvragers zelf en hun naasten dringen erop aan dat zingeving een bespreekbaar thema moet zijn in de psychische hulpverlening. De rol van de geestelijk verzorger, mede door verdere professionalisering, komt steeds meer en ook anders dan voorheen naar voren. Dat is in de generieke module duidelijk terug te vinden.
Het nut van de module is gelegen in het feit dat het hoe en waarom, het wanneer en waar van zingeving zo aan de orde worden gesteld, dat dit tegemoetkomt aan de handelingsverlegenheid die dikwijls onder hulpverleners wordt gesignaleerd. En dat in alle fasen en de organisatie van de zorgverlening. Natuurlijk gaat de module in op de relatie (correlatie) tussen mentale gezondheid en godsdienst, spiritualiteit en zingeving. Er worden drie mogelijke relaties geformuleerd.
Onderlinge beïnvloeding
Psychische klachten en zingevingsvragen kunnen in de eerste plaats elkaar beïnvloeden. Dat kan behulpzaam zijn, dat kan belemmerend zijn. Wat betreft het eerste: er zijn voldoende aanwijzingen dat religiositeit samenhangt met minder voorkomen en een gunstiger beloop van algemene psychische stoornissen. Ik gebruik de term ‘religiositeit’ omdat daar op basis van onderzoek het meeste over bekend is. Ook kunnen een doorgemaakte crisis en herstel leiden tot een hervonden ervaring van zin en betekenis.
De thema’s van zingeving zijn aangemerkt als onmisbaar in de psychische hulpverlening
Wat de negatieve beïnvloeding betreft: er zijn tal van negatieve ervaringen binnen het verband van religie die de persoon schade berokkenen. Maar omgekeerd kunnen psychische klachten ook de religieuze overtuiging of zingeving van iemand schaden wat kan leiden tot een zingevingscrisis.
Een voorbeeld van deze negatieve beïnvloeding over en weer is de recent ook in Nederland onderzochte thematiek van de religieuze worstelingen of strijd, of ook spirituele zorgen (‘religious struggles’). Het kan daarbij gaan om de aan- of afwezigheid van te sterke gevoelens jegens de Allerhoogste: angst, schuld, schaamte, woede of vervreemding, of de afwezigheid van vreugde, troost, dankbaarheid. Het kan ook gaan om (morele) overtuigingen die op gespannen voet staan met therapie of andere adviezen zoals medicatie.
Dan kan er nog het nodige spelen uit het verleden of in het heden als het gaat om de al dan niet verstoorde verbondenheid met het religieuze milieu van herkomst of de religieuze gemeenschap. We kennen het Religieus Traumasyndroom: de problemen die kunnen ontstaan bij het loskomen van, of zelf uitbreken uit een religieuze gemeenschap of sekte. Dat kan gepaard gaan met grote verliezen zoals de band met familie (als die binnen de betreffende gemeenschap blijft).
Er valt enig onderscheid te maken tussen dit soort ervaringen en de aard van de psychische stoornis die een rol speelt. Bij de depressie staat veelal de afwezigheid van positieve gevoelens op de voorgrond; de negatieve gevoelens hebben dus de overhand. Bij bepaalde persoonlijkheidstypen vallen onzekerheid en twijfel op.
Er wordt ook wel onderscheid gemaakt naar typen van worsteling. Met God of het transcendente: waar is God? Of: waarom? Met anderen (interpersoonlijk): teleurstelling, onenigheid. Of met zichzelf (intrapersoonlijk): tekortschieten, verlies, eenzaamheid, wanhoop, leegte. Uit onderzoek is ondertussen wel duidelijk dat dit soort strijd nogal eens gemist wordt, terwijl aandacht ervoor de relatie met de therapeut, de werkrelatie, ten goede komt.
Religieus gekleurde stoornis
Hadden we het tot nu toe over de beïnvloeding over en weer, positief of negatief van mentale gezondheid en religie, spiritualiteit en zingeving, een tweede type relatie is de mogelijkheid dat de psychische stoornis religieus gekleurd is. Anders gezegd, de stoornis trekt het levensbeschouwelijke mee.
Overtuigingen die vóór de ziekte in het geheel niet problematisch waren, worden vervormd, versterkt of verzwakt. Te denken valt aan dikwijls bizarre gedachten wanneer iemand psychotisch is. Er zijn religieuze wanen. Of aan de verlatenheid die ervaren kan worden bij een depressie. Een ander voorbeeld zijn de godslasterlijke gedachten bij dwangstoornissen.
Aandacht voor ‘religious struggles’ komt de relatie met de therapeut ten goede
Mensen kunnen heel verschillend op dergelijke ervaringen reageren. Zo weten we uit onderzoek van religieuze ervaringen bij manie dat sommige mensen ermee afrekenen door te stellen dat het een onderdeel van de ziekte is en verder niets. Anderen zien het als een ervaring om van te leren. Een derde groep heeft van beide wat: het is een bijzondere ervaring, niet altijd even makkelijk te verbinden aan het dagelijks leven, én het is iets van de ziekte.
Levensbeschouwing als verklaringsmodel
De derde mogelijke relatie tussen mentale gezondheid en religie en zingeving is dat levensbeschouwing, om nog maar een term te gebruiken, voor mensen een verklaringsmodel kan zijn bij hun psychische klachten. Zo kennen we in de islam ziekten die door djinns, door magie en door morele of spirituele redenen veroorzaakt zouden zijn. Die verklaringen kunnen weer van betekenis zijn voor de opvattingen die men heeft ten aanzien van hulpverlening.
De overtuiging van de patiënt en die van de professional kunnen zodoende met elkaar botsen, als het al duidelijk is dat er zoiets aan de hand is. Dat is niet altijd het geval. Zo kan het misgaan wanneer medicijnen worden geadviseerd terwijl de betrokkene vanuit diens religieuze gemeenschap te horen heeft gekregen dat dit strijdig is met vertrouwen op God of strijdig is met religieuze geneeswijzen. Die laatste zijn er genoeg maar het blijft verborgen als er niet naar gevraagd wordt.

Religieuze ervaring of psychische stoornis?
Het is lang een terugkerende kwestie geweest hoe authentieke religieuze ervaring onderscheiden kon worden van verstoorde ervaringen. Er werden allerlei criteria opgesteld. De bekendste daarvan zijn – als eerste – dat een psychische stoornis gepaard moest gaan met disfunctioneren, wat niet per se geldt voor een religieuze ervaring.
Het tweede dikwijls genoemde criterium was dat de ziekelijke opvattingen niet strookten met wat in de betreffende religieuze groep of subcultuur als normaal werd beschouwd.
Waterdicht zijn deze argumenten allerminst. Als we de toets van de (sub)cultuur zouden leggen naast de opvattingen van stichters van religieuze tradities, dan zou er weinig als authentiek overeind blijven. Maar wat we ons tegenwoordig veel meer realiseren, is dat het niet alleen moeilijk kan zijn om het onderscheid te maken maar ook dat we met dit soort onderscheidingen het risico lopen mensen tekort te doen. Met andere woorden: authentieke religieuze en spirituele ervaring én psychische problematiek gaan soms samen.
We kwamen dat hiervoor al tegen toen het over manie ging. Er kan sprake zijn van psychopathologie die tevens als een zingevende ervaring beleefd wordt. Dit wordt in de literatuur aangeduid als de ‘both / and-optie’. Dat is vrij nieuw, en voor zorgvragers en hun naasten erg belangrijk in het kader van verzet tegen stigmatisering.
Authentieke religieuze ervaring en psychische problematiek gaan soms samen
Om een soortgelijke reden hebben ervaringsdeskundigen ook hun vraagtekens geplaatst bij het onderbrengen van religie, spiritualiteit en zingeving in het diagnostische proces, alsof ze vergelijkbaar met een ziekte of stoornis zouden zijn. In de generieke module ‘Zingeving’ is gepoogd dit bezwaar te ondervangen door over ‘verkennen’ voor het betrekken van zingeving bij het diagnostisch proces te spreken. Verkennen staat hierbij voor observeren, volgen en bespreken.
Rol voor de kerk?
Er zijn verschillende antwoorden op de vraag of er een rol voor de kerk is weggelegd in relatie tot de geestelijke gezondheidszorg en de plek die zingeving daarin heeft.
Er is natuurlijk het traditionele pastoraat. Maar de kwestie is of dit ondertussen niet allang is overvleugeld door een veel bredere multireligieus en humanistisch georiënteerde geestelijke verzorging. Niet alleen in instituties vindt zulke geestelijke verzorging plaats maar ook thuis, met en vooral zonder zending van de kerk, bevrijd van het imago van de dominee.
De professionele vereniging voor geestelijk verzorgers (VGVZ) speelt een veel belangrijkere rol dan een kerk. Al wordt het gesprek met bijvoorbeeld de Protestantse Kerk in Nederland wel gezocht, die in haar geledingen een werkgroep ‘pastoraat en gezondheidszorg’ heeft.
Internationaal ligt dat wellicht toch anders, niet minder complex overigens. De Wereldraad van Kerken heeft zijn programma, genaamd Health Promoting Churches, met vier speerpunten: voorlichting op het terrein van (mentale) gezondheid, concrete activiteit zoals leefstijlgericht werken, en in verband hiermee behartiging van zorg voor de schepping en versterking van het publieke getuigenis.
Men zou ook kunnen zeggen dat het zoeken is naar een theologie van gezondheid en zorg, zoals we ook een zorgethiek kennen. Het lijkt erop dat de speerpunten, zoals bijvoorbeeld de Wereldraad die voorstaat, daar aanknopingsmogelijkheden voor bieden.
Bekijk hier het programma van de Wereldraad.
Piet Verhagen is psychiater GGz Centraal en bijzonder hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Leuven.
Akwa GGZ
De Alliantie kwaliteit in de geestelijke gezondheidszorg (Akwa GGZ), onder wiens auspiciën de module ‘Zingeving in de psychische hulpverlening’ verscheen, is een samenwerking van GGZ-organisaties, patiënten, naasten en professionals en ondersteunt continue verbetering van kwaliteit van zorg. Onder haar verantwoordelijkheid worden kwaliteitsstandaarden opgesteld en gepubliceerd. Daarmee zijn ze leidend voor de GGZ.
Voor wie dat interessant vindt: de module geeft onder andere (herkenbare) voorbeelden dat een doorgemaakte crisis en herstel leiden tot een hervonden ervaring van zin en betekenis.