Menu

None

Rijneveld en de wederkerigheid van het Verbond

Terugblikken op de Theologencolumn (nr. 2)

We blikken terug op drie jaar de Theologencolumn. Deze week reageert Herwi Rikhof op Saskia van MeggelensDe God van Marieke Lucas Rijneveld.

„Zonder instemming van de mens, van het volk, kan het Verbond niet gebeuren.”

portret Herwi Rikhof

Herwi Rikhof

Toen ik De avond is ongemak las van Marieke Lucas Rijneveld had ik dezelfde gemengde ervaring als bij het lezen van Knielen op een bed violen van Jan Siebelink. Ik had bewondering over het literaire meesterschap en evengoed verwondering over het christelijk geloof dat in die boeken naar voren komt. Dat is zo anders dan het geloof dat ik als kind heb meegekregen en ook zo anders dan mijn geloof nu beïnvloed door jaren theologie.

Ik ben opgegroeid in een gezin waarin geloof gewoon was en in een kerk waarin het ook mooi was. Het missaaltje dat ik bij mijn eerste communie van mijn ouders kreeg, is helemaal beduimeld van het vele gebruik (zondags en door de week); en de (zwart-wit) afbeeldingen van El Greco en Tintoretto die bij alle grote feesten waren afgedrukt, zijn een onderdeel geworden van mijn geheugen, zoals ook de muziek in de zondagse hoogmis mijn liefde voor klassieke muziek hebben opgewekt.
Dat de organist van mijn jeugd bij Messiaen in Parijs had gestudeerd wist ik toen niet, maar met terugwerkende kracht weet ik het nu. Toen ik jaren geleden in diezelfde kerk, de Plechelmus in Oldenzaal, mocht invallen en voorgaan tijdens de Kerstvieringen speelde de toenmalige organist ook Messiaen. Weer helemaal thuis.

De manipulatieve vraag van Mozes naar de Naam van de God, is de kiem voor denken over verbondenheid waarin God, God blijft.

In 1967 ging ik theologie ging studeren en in het eerste jaar was de invloed van het net afgesloten Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) duidelijk merkbaar. Mijn docent systematische theologie, Ferdinand de Grijs, begon in zijn college over God met teksten uit de kerkelijke leer, maar zei na een maand of twee dat dat zo niet meer kon. Hij begon de colleges opnieuw, nu met het lezen van Exodus 3.

Later, in de colleges waarin ik eerstejaars studenten inleidde in de systematische theologie (dogmatiek), ben ik ook altijd zo begonnen, omdat dat roepings- en openbarings-verhaal een onuitputtelijke bron aanboort: denken over het Verbond. En het terughoudende antwoord van de HEER op de manipulatieve vraag van Mozes wat nu wel de Naam van de God voorstelt, is de kiem geweest voor een denken over God waarin bij alle verbondenheid God, God blijft.
Deze ‘negatieve’ of eerbiedige, voorzichtige, omzichtige theologie kreeg voor mij een bepalende impuls door Thomas van Aquino. Zijn theologie bleek op belangrijke punten anders dan latere interpretaties, die van hem een systeembouwer maken en een theoloog die het allemaal precies weet. Ik herinner me nog een tekstlezing in het kader van de jaarlijkse oecumenische bijeenkomst van dogmatici waarop Jan Bakker (Kampen) verbaasd concludeerde dat Thomas hetzelfde zei als Karl Barth.

‘En het hele volk antwoordde als uit één mond […]’ (Exodus 19:8)

Door allerlei factoren heeft het thema van het Verbond zich over de jaren bij mij ontwikkeld, onder andere door de liturgie, en dan vooral de eucharistie. Bij de consecratie zegt de priester ‘dit is de beker van het nieuwe, altijddurende Verbond’ en bij het klaarmaken van de gaven spreekt die het gebed dat tot een van de meest diepzinnige gebeden van de liturgie hoort: ‘Water en wijn worden één, Gij deelt ons mens-zijn, en neemt ons op in uw goddelijk leven.’

De wonderbare ruil waar de kerkvaders over spreken en die ook genoemd wordt in de liturgie van de Kersttijd, wordt door dit eenvoudige, telkens terugkerende gebed een nadere precisering van het Verbond. Door de menswording Gods en de consequenties daarvan kunnen God en mens niet meer tegen elkaar uitgespeeld worden (vergelijk ook het dubbelgebod), kan God ook niet omwille van de mens verlaten worden. Maar er zit ook een andere kant aan het Verbond.

‘Het zou onaardig zijn Hem de rug toe te keren.’

Saskia van Meggelen citeert in haar column De God van Marieke Lucas Rijneveld een opmerking van Rijneveld uit een interview: ‘Ik ben er huiverig voor om te zeggen dat ik niet meer zou geloven, want dat vind ik zielig voor God. Het zou onaardig zijn om Hem de rug toe te keren.’ Een opmerking over een veranderd geloof, niet meer het geloof van de kinderjaren op de boerderij. Een opmerking die van Meggelen treft. ‘God heeft onze hulp nodig, wil Hij nog invloed kunnen blijven hebben en het is zielig voor God wanneer mensen Hem de rug toekeren. Dan verliest God en verliezen we zelf.’ Een conclusie die aan het denken zet.

In deze citaten klinkt door dat de mens ook een verantwoordelijkheid heeft. Het Verbond is een wederkerige kwestie. Dat is te lezen in de verbondssluiting op de Sinaï: ‘En het hele volk antwoordde als uit één mond: ‘We zullen alles doen wat de HEER heeft gezegd.’’ (Exodus 19:8) Zonder instemming van de mens, van het volk, kan het Verbond niet gebeuren. Misschien dat door de indrukwekkende natuurverschijnselen die met de Verbondssluiting gepaard gaan (Exodus 19:16, 20, 18), deze wederkerigheid niet altijd tot haar recht komt. Misschien dat door onze huidige omstandigheden, waarin God en geloof en kerk niet meer vanzelfsprekend zijn, deze wederkerigheid in al haar kwetsbaarheid wel kan verschijnen en tot haar recht kan komen.

Herwi Rikhof is emeritus hoogleraar systematische theologie en pastor van de Cenakelkerk in Heilig Landstichting.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken