Ken je mij?
Het vorige Ouderlingenblad was een themanummer waarin identiteit en gender centraal stonden met als titel: God kent je naam! In deze ‘Aan de slag’ handvatten om verder in gesprek te gaan.
Het vorige Ouderlingenblad was een themanummer waarin identiteit en gender centraal stonden met als titel: God kent je naam! In deze ‘Aan de slag’ handvatten om verder in gesprek te gaan.
De thema’s ‘mannen en de kerk’ en ‘mannen en theologie’ houden me al een tijdje bezig. Dat begon toen ik het boek ‘Männer und Kirche. Konflikte, Missverständnisse, Annäherungen’ van Reiner Knieling las. In dat boek las ik dat onder kerkverlaters het aantal mannen veel groter is dan vrouwen. Blijkbaar is de kerk er minder goed in om mannen erbij te houden. Daarmee wordt de thematiek van mannen en de kerk een missionair thema.
Nederlanders staan niet bepaald bekend vanwege hun gastvrijheid. Dat ene koekje bij de koffie komt wat magertjes over, vergeleken bij de overvloedige maaltijden die bijvoorbeeld in het Midden-Oosten aan gasten worden voorgezet. In ons land is het dan ook niet gebruikelijk onbekenden uit te nodigen voor het eten, laat staan ze onderdak aan te bieden. Hoogstens wordt voor eenzamen en daklozen jaarlijks een kerstdiner georganiseerd in de kerk. En dat terwijl je maar nooit weet, wie je ontvangt; misschien wel een engel.
In de Bijbel wordt veel gesproken over brood, broodkoeken, meel en deeg. Het gaat echter zelden over de bereiding van het brood. En degene die het naar alle waarschijnlijkheid bereid heeft, is niet vaak degene die het aan anderen uitdeelt.
Voor protestanten is synodaliteit een heel bekend woord en ook ordes en congregaties zijn gewend te werken op synodale wijze, met een kapittel bijvoorbeeld. In de katholieke kerk is dit een relatief nieuwe term, hoewel de basis al in elk geval in Vaticanum II werd gelegd. Het betreft vooral het samen onderweg zijn naar een levendige kerk met toekomst. Het gaat om het betrekken van alle gedoopten als leden van dat ene lichaam, en om daarin ieder diens verantwoordelijkheid in te laten nemen. Wat heeft dat voor consequenties?
Als het ergens voor iedereen ‘veilig’ zou moeten zijn, dan in de kerk. Hoe stellen kerk en gemeente zich op ten aanzien van het thema gender? Is er ruimte voor jongeren met hun zoektocht en vragen?
In de kerk raken mensen van allerlei pluimage met elkaar in gesprek, ook over gender en seksuele oriëntatie. Hoe kunnen we met elkaar dat gesprek aangaan, zo dat verwarring ook heilzaam kan worden? En wat maakt het veilig genoeg voor mensen die niet in een hokje passen om hierover te praten?
‘Wees niet bang, want Ik zal je vrijkopen, Ik heb je bij je naam geroepen, je bent van Mij!’ Deze woorden uit Jesaja, lang geleden aan het volk Israël geprofeteerd, hebben ook voor mensen nú nog kracht. God kent je naam, we behoren God toe. Dat is een hoopvolle boodschap voor ieder mens, want iedereen wil gekend zijn. Deze gedachte is de rode draad door dit themanummer over gender en identiteit.
De laatste paar jaren gaat het ‘overal’ over gender, queer, lhbti, en meer. Maar weten we dan waar we het over hebben? Bedoelen we wel allemaal hetzelfde? Als inleiding op het thema van dit nummer eerst maar eens alles op een rijtje…