Menu

Basis

Shiva zitten, en opstaan

De dood is een scheidslijn. Een transitie. Ook als je op latere leeftijd je nog veel oudere ouders verliest word je ineens van ‘kind van’ alleen nog (groot)ouder. Je bent nu zelf de oudere generatie.

Al waren de rollen al omgedraaid toen je voor je bejaarde ouders ging zorgen in plaats van dat zij zorgden voor hun kind, nu sta je zelf op de bovenste sport van de ladder. Dat doet pijn. Dat moet wennen. Na een ziekbed of plotseling overlijden van je ouder volgt het afscheid. Na de begrafenis komen mensen condoleren, je krijgt mails, brieven, telefoontjes. Je hebt een rituele scheur in je bovenkleding.

Het is een transitie van kind naar wees. En daarna? Vaak volgt een zwart gat. Maar in de Joodse gemeenschap volgt na de begrafenis een shiva. Zeven (shiva, 7) dagen zit de rouwende samen met broers en zussen op lage stoelen, op pantoffels, want je verlaat het huis niet.

De mensen van de gemeenschap, je synagoge, buren, familie en bekenden, brengen eten, je rouwt en hoeft niet te koken. Ze komen zwijgend binnen. Jij bent degene die begint te praten, jij bepaalt het gesprek. Dat gaat meestal over je overleden vader of moeder. Je laat foto’s zien, men vertelt elkaar anekdotes, je kunt je verhaal kwijt, zeven dagen lang.

Als de bezoekers weg gaan spreken ze de rituele zin: “Moge de Eeuwige je troosten te midden van hen die treuren om Zion en Jeruzalem”. Bij de deur staan collectebussen voor goede doelen, want volgens een oud verhaal redt liefdadigheid van de dood.

Tekst van het kaddisjgebed voor de ouders van Shoshanna Brombacher (tevens door Brombacher)
Tekst van het kaddisjgebed voor de ouders van Shoshanna Brombacher (tevens door Brombacher)

’s Avonds schep je eventueel een luchtje in de tuin. Na die zeven dagen shiva ‘sta je op’, zoals de uitdrukking luidt. Je herneemt je gewone leven, je werk, in een lichtere rouw tot 30 dagen zijn verstreken. Dan rouw je een vol jaar. Daarna zeg je nog elk jaar op de sterfdag het speciale kaddisjgebed in de gemeenschap, de synagoge, en steekt een lichtje aan. Want je ouders zijn nooit weg.

Mijn hoogbejaarde ouders stierven kortgeleden, binnen een jaar na elkaar. Mijn moeder volgde mijn vader, ze kwijnde letterlijk weg na zijn dood. Een klassieke shiva was door de coronamaatregelen onmogelijk. Veel mensen die ik ken, wonen verspreid over de aardbol.

Mijn gemeente, mijn synagoge in Berlijn, weet dat en heeft voor mij een shiva georganiseerd via Zoom, zoals tegenwoordig bijna alles via Zoom gaat. Nu kwamen de mensen anderhalf uur mijn huiskamer binnen en niet een week. Maar ze kwamen van oost en west, van vier continenten en diverse landen, en ze hebben mij getroost. Ik voelde mij zoveel lichter na deze Zoom waarin ik ook wat van onze familiegeschiedenis heb verteld.

Als je zelf te moe bent om te lopen ondersteunt de gemeente je en maakt de transitie lichter. Nu ga ik een kaddisjgebed schilderen voor mijn ouders, als op deze afbeelding. Ik ben opgestaan van mijn shiva en ga zitten voor een kaddisj. De gemeenschap heeft mijn transitie lichter gemaakt.

Shoshannah Brombacher studeerde Semitische taal- en letterkunde in Leiden en promoveerde op de sefardische gemeente in Amsterdam. Ze woonde in Jeruzalem, New York en (nu weer) in Berlijn. Zij is auteur, kunstenaar en maggidah en houdt zich veel bezig met het chassidisme.

Wellicht ook interessant

Auteur zit met gevouwen handen op een bankje, zwart-wit beeld
Auteur zit met gevouwen handen op een bankje, zwart-wit beeld
None

Interview: “Ik wil een eerlijk gesprek over de doodswens”

Mensen die niet meer willen leven, krijgen niet zomaar euthanasie. Er zijn strenge eisen waaraan moet worden voldaan, voordat het eigen leven bewust gestopt kan worden. Maar als een euthanasieverzoek wordt afgewezen, is de wens om te sterven vaak niet verdwenen. Soms kiezen mensen dan voor ‘de autonome dood’, een zelfgeorganiseerd levenseinde. Hoe is dit voor nabestaanden? Krina Huisman deed er onderzoek naar en schreef het boek Nabestaan. Leven na de autonome dood. Redacteur Maartje Amelink ging met haar in gesprek.

Een houtsnede uit 1999 van Willy van der Duyn met als titel Geen droom bakert je in windselen.
Een houtsnede uit 1999 van Willy van der Duyn met als titel Geen droom bakert je in windselen.
Basis

Lazarus voorbij

AI zo lang als er mensen bestaan, gaan ze ook dood. Het zou dus moeten wennen, maar dat is niet zo. En daar zijn wel wat redenen voor: onze herinnering reikt niet tot de eerste mens; voor eenieder is er altijd een eerste betreurde dode in zijn of haar leven. Daarbij is de dood geen optelsom van steeds en altijd hetzelfde. Sterft er iemand, dan nemen we afscheid van een persoon zoals er nooit eerder een geweest is, en ook nooit meer een zal zijn. Vervelend is ook dat de dood zo veel gezichten heeft. Mensen kunnen vreselijk sterven, maar ook heel mooi. Veel te jong, en ja, soms ook te laat. In verzet, maar ook in overgave. Overvallen, maar ook voorbereid. Zinloos, maar ook zinvol.

Nieuwe boeken