Menu

Filters

Auteur

Hoofdthema

Pleinen

Soort materiaal

Andere bronnen

None

Thema: Amos en Micha

Heeft u dat ook wel eens: profetische neigingen? Vooral predikanten schijnen daar nogal eens last van te hebben. Wie wil er nu niet eens flink de waarheid zeggen? En het is helemaal mooi als je dat kunt in de overtuiging dat je namens God spreekt of – iets minder hoogdravend – met bijbels gezag. Juist de Bijbel leert ons echter ook dat wie zich geroepen voelt tot profeet het zwaar kan krijgen en soms ook aan zichzelf kan gaan twijfelen.

Basis

De boze boer uit Tekoa

Amos’ kritiek op religieuze misstanden vinden we hout snijden en zijn visie op de scheefgegroeide economische verhoudingen kan op onze sympathie rekenen. Deze veeboer en vijgenkweker (Amos 7:14) spreekt ons aan in dagen van stikstofcrisis en een vastgelopen landbouwbeleid. Maar niet iedereen is van hem gediend. Amasja, een priester aan het heiligdom van Betel, vindt Amos een ophitser en dringt er bij koning Jerobeam op aan deze boze boer terug te sturen naar zijn land van herkomst, uit te zetten als een ongewenste vreemdeling in het Noordelijke Rijk Israël (Amos kwam immers uit Tekoa in het zuidelijke Juda).

Basis

Amos’ hartzeer voor Israël

Sommige lezers openen een boek, bekijken de inhoudsopgave, lezen het begin en bladeren daarna door tot aan het slot. Zij willen weten hoe het verhaal afloopt of het betoog eindigt. Het loont om dat ook bij het boek Amos te doen. Het begint immers met grimmige beelden en harde woorden van een tegen Israël boze brullende JHWH (1:2–3:2). Die blijken zich in het hele geschrift onafgebroken door te zetten. Het is bijzonder interessant te kijken hoe het aan het einde met dit kwaad volhardende Israël afloopt. Het eindigt met nauwelijks te geloven mooie en euforische beelden (9:11-15)! Kan of moet Amos nu gekwalificeerd worden als een onheils- of een heilsprofeet?

Basis

Amos en Micha in de Septuaginta

De term ‘Septuaginta’ verwijst naar de Griekse vertalingen van joodse religieuze teksten die tussen de derde eeuw voor Christus en de tweede eeuw na Christus tot stand kwamen. In een tijdsspanne van vijf eeuwen werd elk boek uit de Hebreeuwse Bijbel diverse keren naar het Grieks vertaald. Sommige boeken werden ook rechtstreeks in het Grieks geschreven. Strikt genomen is de naam ‘Septuaginta’ enkel van toepassing op de oudste Griekse vertaling van de Tora. Bij uitbreiding wordt de term echter vaak gebruikt voor het geheel van Griekse teksten dat voor zowel Grieks-sprekende joden als vroege christenen de Schrift was. Ook de profetische boeken Amos en Micha werden door veel joden en christenen in de oude wereld in het Grieks gelezen.

Basis

Filistijnen als onkruid

Filistijnen, wie kent ze niet? De Filistijnen vormen een van de grootste vijanden van de Israëlieten, misschien zelfs wel dé vijand. Keer op keer leveren Israëlieten en Filistijnen slag met elkaar. En dan lezen we in Amos dat JHWH tot Israël zegt dat Hij niet alleen de Israëlieten uit Egypte heeft geleid, maar ook Filistijnen uit Kreta en Arameeërs uit Kir. Een vers dat nieuwsgierig maakt. Heeft JHWH iets goeds gedaan voor de Filistijnen?
Deze bijdrage van het nummer van Schrift verkent de rol die de Filistijnen spelen in de Bijbel van kaft tot kaft. Nou ja, dé Filistijnen. Filistijnen. En dé rol. Misschien een rol. Uitgangspunt is Amos 9:7, de methode die wordt gehanteerd is die van observeren van de letterlijke tekst en op basis daarvan (voorzichtige) uitspraken doen.

Premium

Mij geschiede naar uw woord

Het oude geloof waaruit David, Gods lieveling, nog leefde, was in de
tijden van koning Achab en zijn opvolgers allang vergeten. Jesaja was
als profeet belangrijk en allereerst een criticus van de wantoestanden
van zijn tijd. Zijn verkondiging lijkt op die van Johannes de Doper: ‘de
bijl ligt al aan de wortel’ (Mat. 3,10); het oordeel komt nader (Jes. 11,3-5).
Alles kan niet blijven zoals het is, de bijl erin!

Premium

De toekomst van vroeger

‘Eens zal de dag komen (…)’ (Micha 4:1). ‘Het zal zijn in het laatste der tijden (…)’ – we zingen ervan (Liedboek 2013, 447), het klinkt altijd hoopvol. Zeker in de Adventstijd. We koesteren de hoop, we voeden de verwachting dat het goed komt, dat alles goed zal zijn. In allen. God en wij. Waarop is die hoop gegrond? Kwestie van positief denken? Willen is kunnen? God moet er meer moeite voor doen. Het is niet zomaar een belofte, maar een ommekeer.

None

Deugdwang

Een paar maanden geleden las ik een ontroerend verslag van een tweegesprek tussen columnist Elma Drayer en activist Milou Deelen in het NRC. Onderwerp van gesprek was de verhouding tussen seksualiteit en feminisme. Het is vooral een gesprek over de verschillen tussen het feminisme van de jaren 70 en het ‘jonge feminisme’ van vandaag, terwijl er tegelijk nog zo weinig veranderd lijkt te zijn aan seksueel geweld. Wat opvalt: de liefdevolle verbazing van ‘boomer’ Drayer over de twintiger: “Arme Milou, jij moet op eieren lopen.”

Nieuwe boeken