Menu

Filters

Auteur

Hoofdthema

Pleinen

Soort materiaal

Andere bronnen

None

Heer, toon mij uw genade

Ik was een kind van een jaar of 7, 8 en zat naast mijn vader in de kerk. De dominee liet als inleiding op het gebed van verootmoediging, of als verlenging daarvan het eerste vers van Psalm 6 zingen. Ook de verzen 3 en 5 van deze Psalm kwamen aan bod, maar de nadruk lag toch op altijd dat eerste vers. Ik was een ontvankelijk kind, het vibrato in mijn vaders stem maakte mij duidelijk: dit was een belangrijke Psalm, hij zong teder en vol overgave – de Geneefse versie heeft ook een wonderschone melodie.

None

Kwaliteit boven kwantiteit

We hebben de neiging om te tellen in de kerk. Tellen is fijn: je hebt een objectief resultaat en je kunt vergelijken. Scoor ik meer dan een ander? Was het vroeger beter of slechter? Beleidsmakers zijn vaak dol op tellen. Kwantitatieve gegevens maken evalueren ogenschijnlijk eenvoudig en het is ook makkelijk om inkomsten en uitgaven verantwoord op elkaar af te stellen. Heel begrijpelijk dus, maar het gaat mis als kwaliteit op de tweede plaats wordt gezet en zelfs uit het zicht raakt.

None

Sporen van God in de populaire cultuur

Ben ik een theoloog? Ja, ik studeerde theologie aan de VU, zelfs wel 10 jaar… Ik studeerde af bij professor Anton Wessels op de wisselwerking tussen evangelie en cultuur. Maakt mij dat een theoloog? Aan u om dat te beoordelen. Ik schrijf vanuit mijn omarming van de populaire cultuur en ben op zoek naar de sporen van God daarin – en wordt aangeduid als de ‘Elvis-dominee’.

None

Radicale theologie en deconstructie

Alle goden moeten dus het veld ruimen. Ja, ook de god van het christendom. Waarom eigenlijk? In het Oude Testament worden de afgodsbeelden neergehaald omdat alle eer en glorie toekomt aan Jahweh. De Heere is een jaloerse god, zo horen we keer op keer. Radicale theologie vindt dat ook Jahweh, als product van de menselijke verbeeldingskracht, eraan moet geloven. Maar waarom? Is er dan geen jaloerse opperheer die straalt aan het firmament?

None

Een theologisch stadssprookje

Eens, nog niet zo heel lang geleden, leefde er een groep bezielde christenen in een grote stad. De gemeente had net een paar moeilijke verhuizingen achter de rug. De financiële situatie verslechterde met het jaar. Af en toe gingen er gemeenteleden dood, maar nog minder kwamen er nieuwe bij. En de geestdrift van het verre begin was ver te zoeken. De gemeente zat met het handen in het haar: wat te doen? Hoe kan een kerk bestaan in een moderne wereldstad als de onze?

Nieuwe boeken