Menu

Premium

Spoorzoeken naar de Messias

In 1 en 2 Samuël

In de veertigdagentijd van 2013 staan de Samuël-boeken op het oecumenisch leesrooster. Mooie stof voor mensen die van vertellen houden. Het thema is globaal: het ontstaan van het koningschap en de eerste koningen Saul en David.

De naam Saul betekent zoveel als ‘gevraagde’ – de naam David ‘geliefde’. David is, met een term van Willem Barnard, de icoon van het psalmboek geworden. Nergens wordt daar aan hem getwijfeld, en als het al een keer expliciet over zijn tekortkomingen gaat, ligt dit in de sfeer van boetedoening en berouw. Het eerste Samuëlboek gaat vooral over Saul – al speelt David hier ook een belangrijke rol – en eindigt met de dood van Saul en Jonatan. Het tweede boek gaat over David – al spelen de Sauliden hier ook een rol – en eindigt met het bouwen van een altaar voor de Eeuwige. De dood van David bewaart men voor het Koningenboek.

Over 1 en 2 Samuël als geheel

In de gang van Richteren naar Samuël is de man Samuël de laatste richter en wordt hij vervolgens de eerste profeet. Die overgang wordt soepel beschreven, met als effect dat, waar Samuël eerst geboren wordt als zoon van Hanna, hij als profeet aan de wieg staat van zowel het koningschap van Saul als dat van David. Zo is de profeet het gezichtspunt van waaruit je naar de koningen kijkt. Zij worden beoordeeld vanuit de profetie.

De inzet van 1 Samuël

Het eerste boek wordt ontwikkeld vanuit de situatie van een vrouw, Hanna, die gepest wordt omdat zij geen kinderen krijgen. Zij vraagt in de tempel om een zoon – hier valt dus meteen al dat werkwoord ‘vragen’, dat in de naam Saul verborgen zit – en wenst hem aan God toe; het is hetzelfde werkwoord in een andere vorm. Zij zingt in haar bevrijdingslied een lied over de gezalfde, de Messias.

Wout van der Spek, De Messias in de Hebreeuwse Bijbel. Over het eerste Samuël-boek, Gorinchem: Narratio 1992.

Dat werkwoord ‘vragen’ (of ‘wensen’) komt terug 1 Samuël 8, waar het volk om een koning vraagt, die, als hij er eenmaal is, Saul blijkt te heten, ‘gevraagde’. Toeval? Welnee! Literaire constructie. Zo wordt het boek tot een eenheid gesmeed. Hanna die een lied zingt over de Messias, zodat het blijft hangen boven het eerste boek en ook het tweede: is Saul de Messias? Is David het? Deze vragen worden niet met een eenduidig ja of nee beantwoord, maar het gaat om in hoeverre wel en in hoeverre niet. Beide koningen hebben trekken die op de Messias lijken, Saul vooral in zijn ondergang, David vooral in zijn opgang.

De ondergang van Saul is neergezet als een geval van gekte. Na enige ongehoorzaamheid van de kant van Saul en de boodschap door God verworpen te zijn, wordt Saul gek van jaloezie en woede. Sommige commentaren weten precies wat hij had: hij zou manisch depressief zijn geweest, maar we moeten het hier vooral vaag en globaal houden. De opgang van David is neergezet als een soort van troonsbestijging. Vanuit de dood van Saul en Jonatan en de hartverscheurende elegie, zien we David het alomtegenwoordige geweld saneren en zo geleidelijk de troon bestijgen.

Vijf delen

Het eerste Samuëlboek bestaat uit vijf delen:

Wout van der Spek,1 Samuël. Een koningschapsboek, Zoetermeer: Boekencentrum 1996, 12.

1-7 Achtergrond van het koningschap.

8-12 Vraag om een koning, verkiezing en verwerping.

13-20 Koningschap van Saul, verwerping en verkiezing.

21-26 Verkozen David op de vlucht.

27-31 Verkozen David in den vreemde, de dood van Saul en Jonatan.

1-7 Aan het ontstaan van het koningschap ligt onder meer het feit dat kennelijk zowel het priesterschap als het richterschap niet meer voldoet, ten grondslag. Beide blijken corrupt geworden. Eerst staan de zonen van Eli er model voor, dan de zonen van Samuël. Ook de permanente druk van de Umwelt in de vorm van Filistea en Amalek heeft een rol gespeeld in de ontstaansgeschiedenis van het koningschap. Nodig lijkt een sterke man die orde op zaken stellen. En dan is er ook nog de vraag van Hanna aan God: zij vraagt om een gezalfde, lees Messias, lees Messiaanse koning. Zij krijgt niet Saul (‘de gevraagde’), maar Samuël.

8- 8 vraagt het volk om een koning. Samuël is gepikeerd, maar krijgt lik op stuk van God, die meer recht meent te hebben beledigd te zijn. Ondanks dat zal hij een koning tolereren. Die verschijnt echter niet rechtstreeks maar via een omweg. Men krijgt de koning wel, maar op de wijze van God. Ook mooie hoofdstukken om het over van alles te hebben. De macht om goed te doen, ik noem maar een dwarsstraat.

13- het midden van dit deel staat 17, en omdat dit deel het middelste van de vijf delen is, staat dit hoofdstuk des te meer in het midden. Het is een van de bekendste verhalen uit het Samuëlboek en spreekt zeer tot de verbeelding. In het verhaal passeert van alles. Bijvoorbeeld het fenomeen grootspraak. Of de mentaliteit van Filistea, als je de broers van David hoort spreken. En natuurlijk handigheid versus brute macht.

21-26 David op de vlucht. Na het lange en ook wel ingewikkelde hoofdstuk 20, over een soort ritueel waarin Jonatan aan David de eerste plaats laat, met behulp van een pijlenspel, moet David weg om niet voortijdig te sneuvelen. Hij wordt achtervolgd door Saul. In dit deel staan humoristische dingen, zoals Saul die uit zijn broek is en David die een stuk van zijn mantel afsnijdt; of de superioriteit van de Messiaanse koning?

27-31 De Messiaanse koning ‘in den vreemde’. David vlucht de grens over en neemt elders dienst. Hij komt bij het zijne vandaan, maar het zijne heeft hem niet opgenomen. Deze zin zou zo in het Johannes-evangelie kunnen staan.

De inzet van 2 Samuël

Het tweede boek wordt ontwikkeld vanuit de klaagzang van David over de dood van Jonatan en Saul. ‘Hoe zijn de helden gevallen.’ Ik heb zelden een aangrijpender klaaglied gelezen. Huub Oosterhuis heeft het prachtig bewerkt na de moord op Salvador Allende. No way dat hier iemand glorieus de troon bestijgt nu zijn rivalen dood zijn. Niets daarvan, niets! Het duurt nog zes hoofdstukken voor het zover is. Dan pas horen we dat David in zijn huis gezeten is en rust heeft van zijn vijanden rondom. Op de weg naar de troon saneert David het alomtegenwoordige geweld. En de gevolgen van eerder geweld probeert hij te verzachten.

David in zijn huis gezeten, dat is hoofdstuk 7. De hoofdstukken 8 (9) en 10 beginnen vervolgens met de tijdsaanduiding ‘Het gebeurde daarna’ – een kleine stap en je zegt: ‘Het gebeurde in de lijn van het Messiaanse koningschap’, en zo gezien staan die hoofdstukken op gelijke hoogte met hoofdstuk 7. De gegeven tijdsaanduiding is mijns inziens structuurbepalend. Je vindt haar zowel na de troonsbestijging van David als tweemaal na het gebeuren met Batseba (13:1, 15:1). In 11 begint het verhaal over het deraillement van David. Het wordt ingeleid met een tijdsbepaling. Een omineuze zin, ik citeer hem in de vertaling van het NBG: ‘In het daaropvolgende jaar ten tijde dat de koningen ten strijde plegen te trekken…’ Doet David daar ook aan mee dan? Zeker wel, want zo gaat het verder: ‘zond David Joab uit…

Zelf bleef hij in Jeruzalem.’ Meteen daarna ziet hij Batseba. Het verhaal is bekend. De vertellers vallen er vooral over dat hij Uria opoffert aan zijn liefde voor Batseba.

De volgende tijdsaanduiding is weer: ‘Het geschiedde daarna’, nu in 13:1 en in 15:1, maar betekent nu: na het gebeuren met Batseba. In die lijn gebeurt ook het een en ander. Het incestverhaal over Amnon en Tamar (13-14) en de couppoging van Absalom (15-20).

Zes delen

De structuur van 2 Samuël – met een rommelig einde, dat ik addenda noem – is nu als volgt:

1-7 Troonsbestijging van de Messiaanse koning.

8-10 De Messiaanse koning en zijn macht.

11-12 Het deraillement: de koning pleegt echtbreuk en offert Uria, de man van Batseba, op aan zijn nieuwe liefde.

13-14 Het deraillement: incest aan het hof; Tamar en Amnon.

15-20 De bijna gelukte coup van Absalom.

21-26 Addenda.

1-7 Op weg naar de troon saneert David het geweld. Vanuit het eerste boek zijn er de Sauliden (Isboset, Abner). Zij komen vrede sluiten in 5:1. Dat gevecht met de Sauliden verbeeldt natuurlijk elementen van het door het volk gewenste koningschap versus het Messiaanse.

De naam Mefiboset valt in 4:4. Hij is verlamd geraakt in de paniek die ontstond na het bericht over de dood van Saul en Jonatan. Zijn verlamming is als metafoor te begrijpen: de zoon van Jonatan kan geen geschiedenis maken, vgl. 1 Samuël 20, waar Jonatan door middel van een ritueel afstand doet van de macht.

Na de verzoening in hoofdstuk 5 kan in hoofdstuk 6 de ark naar Jeruzalem komen. Opnieuw vindt hier het gevecht plaats met de Sauliden, nu in de vorm van Michal, de dochter van Saul. Zij vindt de blijdschap van David om de gesmede eenheid, het gesaneerde geweld en het geloof in de Eeuwige maar overdreven.

In hoofdstuk 7 vinden we dan de koning gezeten in zijn huis. Wat opvalt is dat hier niet het woord ‘troon’ gebruikt wordt. Thema is Davids huis en het huis van de Heer. Het woord ‘troon’ valt één keer, in 2 Samuël 7:13, als metafoor voor regeermacht. Niet de glamour, maar de ins en outs van het Messiaanse koningschap worden belicht.

8-10 Zoals gezegd begint het achtste hoofdstuk met ‘Het gebeurde daarna’. Dat is na Davids troonsbestijging in de lijn van het Messiaanse koningschap. Hij onderwerpt een aantal geheide potentaten: Hadadezer en Toï. Bekende volken als de Filistijnen en de Moabieten worden onderworpen en schatplichtig gemaakt. De buit wordt door David niet gretig binnengehaald, maar gewijd aan God. We vinden de koning ook intern bezig (8:15-18). En hoe kan het ook anders bij de Messiaanse koning: hier vallen woorden als ‘recht’ en ‘gerechtigheid’. Tricky is hier wel dat ook Davids zonen priester worden. In hoofdstuk 10 wil David op zijn beurt een zekere Chanum chèsed (‘vriendschap’) bewijzen, omdat zijn vader Nachas overleden is, die in het verleden David chèsed had bewezen. Merk op dat hier opnieuw een belangrijk woord uit de bijbelse theologie valt. Het wordt niet begrepen of niet gewaardeerd – de mannen van David worden geschoffeerd, waarop de Ammonieten onderworpen worden.

11-12 Vervolgens begint dus het grote deraillement. Eerst Batseba. Was zij toevallig aan het baden? Daar geeft het verhaal geen uitsluitsel over. Dat is ook wel goed – moeten wij mensen van alle verliefdheden werk maken? En mag een soulmate, die we een enkele maal hier of daar kunnen ontmoeten, in onze vaste relatie treden? Zelf ben ik altijd wat terughoudend dit in de kerk te bespreken, omdat ik denk dat de kerk vroeger zo het lijfelijke genegeerd heeft en verdacht gemaakt, dat we misschien maar beter onze mond over dit soort zaken kunnen houden. We hebben in dezen ons recht van spreken misschien wel verspeeld.

Aangrijpend is wat de Eeuwige doet om eens en voorgoed duidelijk te maken dat dit volstrekt niet door de beugel kan. Dit is nu juist een aspect van het koningschap dat door de Eeuwige is verworpen. Ook het verdriet van David spreekt tot de verbeelding: het is een diep menselijk drama.

13-14 De tekst zet in met ‘Het gebeurde daarna’. Dat is nu dus: na Batseba – David – Uria. Amnon is de broer van Tamar, hij wordt verteerd door begeerte en pleegt incest. Als hij bij haar is en iedereen heeft weggestuurd (zouden die dienaren niets gemerkt hebben of zijn ze medeschuldig?), laat hij het eten serveren in de slaapkamer, overweldigt haar en verkracht haar. Wat er vervolgens gebeurt is ziek. Zoals er misdadigers zijn die een vrouw verkrachten en haar vervolgens doden, zo begint Amnon Tamar te haten. Blaming the victim door de dader. Walgelijk. Tamar is in alle staten, haar leven is verwoest. Zij gaat bij Absalom wonen. Als David ervan hoort, wordt hij woedend, maar hij doet niks. In dat gat stapt Absalom, die wél wat doet en wraak neemt. Hierbij moeten we ook enige aandacht geven aan het gerucht dat Absalom al zijn broers gedood zou hebben op een feestje. Hij had al deze broers, potentiële troonopvolgers, inderdaad uitgenodigd voor een feestje, maar heeft alleen Amnon gedood. Het gerucht blijkt dus niet waar te zijn, maar is veelzeggend.

15-20 Voor de tweede maal zet de tekst in met ‘Het gebeurde daarna’, weer dus in de lijn van het gebeuren rond Batseba – David – Uria. Absalom begint te agiteren en mensen voor zich te winnen door kwaad te spreken van de koning en te suggereren dat de koning toch niets doet. Het wordt een machtige samenzwering en David moet vluchten.

Vervolgens zien we David wel duidelijk handelen. Hij is nog lang niet uitgespeeld. Kijken we van hieruit terug, dan moeten we zeggen dat het vooral het soort misdaad is waar David niks van durft te zeggen, gegeven Batseba en Uria. Op dit punt is hij monddood, voor de rest in het geheel niet. Nu gaat hij zich slim en dapper teweerstellen via Sadok, een priester, en Chusai, een raadgever. Onderweg ontmoeten ze Siba, die voor David kiest en beloond wordt. Onderweg komen ze ook Simi tegen, die David vervloekt – van David mag hij blijven leven. Nog steeds is hij een Messiaan.

21-24 Hoofdstuk 21 begint met ‘Het gebeurde in de dagen van David’, alsof men terugkijkt op zijn koningschap. In 22 vinden we een danklied. We vinden laatste woorden, een lijst van Davids kompanen, het verhaal over een volkstelling en de toorn van de Eeuwige. Het geheel eindigt met het bouwen van een altaar voor de Eeuwige op de dorsvloer van Arauna.

Wellicht ook interessant

Basis

Van crisisjaar tot jubeljaar

Biddag 2021 biedt de gelegenheid om terug te blikken op de coronacrisis die zich aandiende in 2020. Op Biddag is daarbij de invalshoek vooral die van arbeid en economie. Iedereen ondergaat de effecten van deze crisis, maar mensen die zich vóór het uitbreken van de crisis al in onzeker flexibel werk bevonden, zijn onevenredig hard getroffen. Zij verloren vaak als eersten hun werk. Tegelijk is er juist op Biddag ook altijd alle aanleiding om vooruit te blikken. Immers ‘zij die in tranen zaaien, zullen oogsten met gejuich’ (Psalmen 126:5).

Basis

Brood genoeg voor iedereen

In het Evangelie van Johannes heeft Pasen een belangrijke plek. ‘De inzichten van na Pasen zijn leidinggevend in dit Evangelie en hebben hun stempel gedrukt op het verhaal van Jezus vóór Pasen,’ schrijft professor Martin de Boer. Je moet dus niet alleen de gebeurtenissen rond Pasen, maar ook de rest van het Evangelie lezen in dat licht. Het teken van het brood in Johannes 6 kan dan ook gelezen worden als een opmaat naar Pasen. En zo is er in de uitleg ook een verbinding te maken naar het eten van het Pesachmaal in Jozua 5.

Nieuwe boeken