Menu

Basis

Student in de kerk

In Nederland studeren duizenden studenten aan Universiteit en Hogeschool. De kerken vinden het belangrijk om aanwezig te zijn in de wereld van het Hoger en Wetenschappelijk Onderwijs. Daarvoor stellen ze studentenpastores vrij om er voor studenten te zijn. Vragen rondom levensbeschouwing en geloof spelen een grote rol in hun werk.

Mw. ds. A. Nottelman is studentenpredikant in Utrecht en academiepastor aan de Protestantse Theologische Universiteit in Amsterdam en Groningen

Geen fulltime baan…? Een mooie kans om je breder te ontwikkelen

Nog steeds zijn er jongeren die ervoor kiezen om te werken in de kerk. Aan de Protestantse Theologische Universiteit in Amsterdam en Groningen studeren diverse studenten om geestelijk verzorger te worden in een instelling of om gemeentepredikant te worden binnen de Protestantse Kerk in Nederland. Als academiepastor ben ik regelmatig met hen in gesprek tijdens hun studieloopbaan. Het is belangrijk om goed na te denken over wie je verwacht te zijn als predikant: hoe zie je jezelf in die rol, op welke manier denk je je hierin te ontwikkelen en hoe denk je om te gaan met verwachtingen van gemeenteleden en de kerk als geheel?

Vragen die soms nog ver weg lijken, maar het blijkt van groot belang te zijn je daarop voor te bereiden. Als predikant moet je sterk in je schoenen staan en tegelijkertijd ook benaderbaar zijn en betrokken op anderen.

Voor dit artikel heb ik een paar studenten een aantal vragen voorgelegd, om een beetje idee te krijgen van hoe zij hun toekomst zien in de kerk.

Dit is het laatste van een serie artikelen over student en kerk. De serie bedoelde een inleiding te zijn over wat het studentenpastoraat in Nederland doet.

Wat bezielt je om te gaan werken in de kerk, en zelfs in een kerk die straks nauwelijks nog in staat is fulltime predikanten te betalen?

E: ’Ik zou juist liever niet fulltime predikant worden. Ik hoor verhalen over dominees die veel te veel werken, moeilijk eens even vrij kunnen zijn. Ik hoop dat het ook anders kan. Er is ook zoveel moois te doen buiten de kerk. En een dag nutteloos Netflixen is ook niet verkeerd; niet altijd maar drukdrukdruk. En geld? Met een beetje minder moet het ook wel kunnen. Ik maak me dus niet zo’n zorgen om die aanstelling.’ G: ’De kerk is een unieke plek waar je God en elkaar kan ontmoeten. Mij drijft de urgentie dat de kerk, als gemeenschap van Christus, niet verloren mag gaan. Dat er altijd een plek is, waar je je verbonden mag voelen met God en de ander. Waar je stil kan staan. Waar je tot je recht mag komen. Waar je kan bidden en zingen en waar je ineens overvallen kan worden, door het besef dat niets voor niets is en je iets hebt om uit te dragen: de liefde van God.

Dat er steeds minder fulltime banen zijn, is een pijnlijk teken, maar schrikt mij niet af. Het is een mooie kans om je als predikant breder te ontwikkelen. Het voorkomt misschien dat je straks niet meer weet wie Justin Bieber is, of hoe het is om elke dag naar kantoor te gaan. Ik zie het vooral als een kans om me als predikant juist meer te verbinden met de wereld, en wie weet om ineens ook op hele verrassende plekken iets van God te kunnen laten zien. Daarnaast verplicht het je om te focussen op dat wat echt belangrijk is. Als je dat gesprek met de hele gemeenschap weet te voeren, komt er volgens mij veel moois in beweging’.

Welke dromen heb je van de kerk en van de rol die het geloof in onze samenleving speelt?

E: ‘Ik houd ontzettend van de kerk, juist vanwege alles waar ik af en toe flink op foeter. Ik bedoel: de kerk is een gemeenschap van mensen, die knullig, enthousiast, koppig, blij, teleurgesteld, moedig, hoopvol, ja eigenlijk alles wat bij mensen hoort, kunnen zijn. En dat zootje ongeregeld oefent en oefent, middenin de samenleving, als onderdeel van die samenleving. In de kerk leer ik het uithouden met mensen aan wie ik me eigenlijk best wel erger en word ik verrast door mensen die ik anders niet zou tegenkomen. Het is geen groep van mensen die het al gemaakt hebben en alles efficiënt en professioneel oppakken. Dat is natuurlijk zo nu en dan ontzettend irritant, maar eigenlijk betekent het vooral dat ik er -met al mijn imperfecte kanten -bij kan horen. Mijn droom is dan ook dat er van die plekken blijven in onze samenleving: plekken waar ik ‘de ander’ tegenkom, en die ander mij. En dat ik die anderen in de ogen kan blijven kijken, ook al is er soms geen land met hen of met mij te bezeilen, ook als we echt heel anders blijken te zijn. Ik hoop dat er gemeenschappen zullen zijn waar je niet uitvalt als je het even niet meer kunt opbrengen of behoorlijk de mist in gaat.’ G: ‘Iemand heeft weleens voorzichtig gezegd: misschien is er iets mis met het brood in de kerk. We delen, omdat we dat nu eenmaal altijd doen. Maar waarom precies? En wat geloven we er eigenlijk echt van? Mijn droom voor de kerk is dat we opnieuw beseffen welk brood we in handen hebben. Dat we van elkaar weten wat we van dit brood verlangen en kunnen verwachten. En vooral, dat we daar met elkaar over durven te praten. Kwetsbare lef. Eerlijk durven vertellen wat je gelooft, al is het soms zo klein als een mosterdzaadje. De kerk hoeft niet vol te zitten, hoeft niet van alles te organiseren. Als er maar een gemeenschap zit die bezield is; die bidt, zingt en vertrouwt op dat wat zij doet uit geloof. Dan komt er vanzelf iets in beweging.

Misschien is er iets mis met het brood in de kerk…?
In de kring worden verhalen van mensen van vroeger en nu verteld

Ik geloof ook dat de samenleving dat nodig heeft van de kerk: kwetsbare lef. Het eerlijke, gedurfde, kwetsbare verhaal. Dat de wereld complex is, dat we soms echt niet weten wat we aan het doen zijn. Maar dat er hoop is bij God, die een bedoeling met zijn schepping heeft en graag de wereld goed en vredevol ziet. En dat wij in Hem tot onze bestemming komen: als doorgevers van zijn liefde. Met kwetsbare lef getuigen van het evangelie. Dat is volgens mij de rol van de kerk.’

Zie voor de website van het Interkerkelijk Studentenpastoraat Utrecht: www.ipsu.nl

Wat is voor jou de essentie van het christelijk geloof?

E: ‘Geloven is leven, met alles erop en eraan. Misschien zegt het beeld van de tafel nog wel het meest: Ik zie een rijk gevulde tafel, en het zootje ongeregeld is aangeschoven. Brood en wijn gaan rond en daardoor zijn al die mensen per definitie met elkaar en met God verbonden. Verhalen gaan over de tafel, de kring blijft niet gesloten, voorzichtig schuiven er meer mensen aan.

Sommige verhalen zijn warm en liefdevol. Andere vooral complex. Rauwe verhalen gaan gepaard met tranen. Onrecht komt aan het licht, een vurig verlangen naar gerechtigheid verspreidt zich. Er zijn verhalen van hoop tegen de klippen op. Al die verhalen hebben betekenis in Gods aanwezigheid.

In die kring, aan die tafel, waar verhalen van mensen van vroeger en nu worden verteld, waar ik geraakt word tot in het diepst van mijn bestaan, waar hoop gevoed wordt en ik nieuw leer kijken naar de wereld en de mensen, daar kom ik tot de essentie van het christelijk geloof.

Daar horen woorden als geloof, hoop en liefde, gerechtigheid en vrede, koninkrijk van God, bij, maar die kunnen niet precies vertellen wat dat nu echt is, dat geloven.’

G: ‘Voor mij is de essentie de hoop op een nieuw perspectief van genade, liefde en vrede. Gegeven door de Vader, de Zoon en de Geest. Waar wij aan mogen deelnemen en aan mogen meewerken.’

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken