Achtste zondag van de herfst
OT: Jesaja 48,17 -21 Psalm: Psalm 70 EV: Matteüs 25,14 -30 Epistel: 1 Tessalonicenzen 4,1- 8 Overig: Alternatieven: 1 Tessalonicenzen 4,1- 8
OT: Jesaja 48,17 -21 Psalm: Psalm 70 EV: Matteüs 25,14 -30 Epistel: 1 Tessalonicenzen 4,1- 8 Overig: Alternatieven: 1 Tessalonicenzen 4,1- 8
OT: Jesaja 1,18-26 Psalm: Psalm 17 EV: Lucas 19,41-48 Epistel: 2 Tessalonicenzen 2,13-3,5 Overig: Alternatieven: Handelingen 21,1-14
De context is niet onbelangrijk bij dit gedeelte uit Marcus. Na twee eerdere leergesprekken (12,13-17 en 12,18-27) horen we hier het derde leergesprek. De gesprekspartner is ditmaal een schriftgeleerde (Gr.: grammateus, 12,28). De leergesprekken volgen op de vraag naar Jezus’ bevoegdheid (Gr.: exousia, 11,28). Marcus’ versie van dit derde leergesprek is veel vriendelijker dan die van Matteüs (22,34-40). Bij Marcus gaat het niet, zoals bij Matteüs, om ‘beproeven’ (Gr.: peirazoo, 22,35), maar om waardering: ‘ziende, dat Hij hun goed had geantwoord’ (12,28, eigen vertaling). Die waardering is uiteindelijk wederzijds.
De gelijkenis van de talenten is de middelste van drie bij elkaar horende gelijkenissen. De eerste gaat over zorgvuldig omgaan met het licht op je pad (Mat. 25,1-13). De tweede gaat over het durven gebruiken van de weg die je daardoor gegeven is (25,14- 30). De derde gelijkenis gaat over wat je concreet moet doen op die weg (25,31-46). De profetenlezing vertelt hoe de Eeuwige ons de weg van de geboden wijst (Jes. 48,17). In de epistellezing gaat het erom die weg te bewandelen (1 Tess. 4,1).
In de perikoop van vandaag is een hoofdrol weggelegd voor de bijfiguur Gechazi. Als rechterhand van Elisa handelt hij enkel en alleen in opdracht van zijn heer. Maar wanneer hij eigen initiatief toont, en los van Elisa zijn eigen weg kiest, wordt het spannend.
‘Ach, de trouwe stad is een hoer geworden’ (Jes. 1,21). ‘Er staat geschreven: “Mijn huis moet een huis van gebed zijn,” maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt!’ (Luc. 19,46). Beide lezingen tekenen een schril contrast tussen wat Jeruzalem en tempel hadden kunnen zijn en de feitelijke praktijk. Als vanzelf gaan de gedachten naar de kerk. Leven we overeenkomstig onze roeping? Hoe oordeelt God over ons? Hoe reageert Hij op onze onzuiverheid?