Derde zondag na Epifanie
OT: Jesaja 49,1 -7 Psalm: Psalm 139,1 -12 EV: Matteüs 4,12 -22 Epistel: 1 Korintiërs 1,1- 9 Overig: Alternatieven:
OT: Jesaja 49,1 -7 Psalm: Psalm 139,1 -12 EV: Matteüs 4,12 -22 Epistel: 1 Korintiërs 1,1- 9 Overig: Alternatieven:
De eerste lezing uit de lectio continua uit Paulus’ eerste brief aan de Korintiërs beslaat de briefinleiding en de eerste, daaruit voortvloeiende vermaning. Het scharnier tussen deze twee is de notie van ‘gemeenschap’ (Gr.: koinonia – 1,9). Het is gemeenschap met Christus waartoe de Korintische Christusgelovigen geroepen zijn, en verdeeldheid in gemeenschap is een tegenspraak in zichzelf; vandaar dat Paulus’ vermaning zich onmiddellijk daarop richt. Het zichtbaar verwerkelijken van de eenheid in Christus waartoe de gemeente van God (1,2) geroepen is en die in Christus ook werkelijk bestaat, was in de eerste eeuw net zo’n uitdaging als in de eenentwintigste eeuw.
De Matteüslezing over Jezus’ roeping van zijn eerste leerlingen riep bij mij herinneringen op aan een preek, nu al weer zo’n vijftig jaar geleden, waarin het ging over ‘roeping’. Of die gebaseerd was op Matteüs 4,12-22 weet ik niet meer. Maar wel dat de predikant erin benadrukte dat je je altijd bewust moest zijn van je roeping. En die bestond uit leven in ontzag voor de Eeuwige en gehoor geven aan de richtlijnen zoals die in de bijbelverhalen te vinden waren. Deed je dat niet, dan was je verkeerd bezig.