Elfde zondag van de zomer
OT: Jeremia 7,23 -28 Psalm: Psalm 105,1 -7 EV: Matteüs 17,14 -20 Epistel: Romeinen 12,1 -8 Overig: Alternatieven:
OT: Jeremia 7,23 -28 Psalm: Psalm 105,1 -7 EV: Matteüs 17,14 -20 Epistel: Romeinen 12,1 -8 Overig: Alternatieven:
Marcus verkondigt dat in Jezus het Rijk Gods naderbij is gekomen. Hierbij duidt hij heel Jezus’ leven als in lijn met hoe God is en beschreven wordt in Tora, Profeten en Geschriften. De God die Jezus predikt geeft brood aan de hongerigen (Ps. 146,7) en opent de ogen van de blinden (Ps. 146,8), en zo handelt ook Jezus zelf (Marc. 6,30-44; 8,1-9.22-26; vgl. de Dienaar van JHWH in Jes. 42,7). Dit is ook het teken dat Gods Dag aangebroken is (vgl. Jes. 35,5-6).
In de brief aan de Romeinen houdt Paulus zich elf hoofdstukken lang bezig met vragen die voor hem urgent waren, maar die voor ons een gepasseerd station zijn. In Romeinen 9 tot 11 worstelt hij met een loyaliteitsconflict. Hoe kan het toch dat de meesten van zijn volk niet met hem meegaan om Jezus Christus te volgen, maar trouw blijven aan de hun vertrouwde eigen traditie? Paulus beseft dat de Tora-observantie en de besnijdenis het jodendom verhinderen om de heidenen te bereiken. Na zijn Damascusmoment wijst hij op Jezus als de vervulling der Wet.
Twee totaal verschillende bijbelperikopen deze zondag. Een wetstekst uit de Tora en een gelijkenis van Jezus in de setting van een maaltijd. Toch passen deze perikopen goed bij elkaar, omdat de gelijkenis uit het Lucasevangelie een toepassing is van de wet uit Deuteronomium.