Negende zondag van de herfst
OT: Ezechiël 34,11 -17 Psalm: Psalm 90 EV: Matteüs 25,31 -46 Epistel: 1 Tessalonicenzen 4,9 -12 Overig: Alternatieven: 1 Tessalonicenzen 4,9-12
OT: Ezechiël 34,11 -17 Psalm: Psalm 90 EV: Matteüs 25,31 -46 Epistel: 1 Tessalonicenzen 4,9 -12 Overig: Alternatieven: 1 Tessalonicenzen 4,9-12
OT: Exodus 3,1-15 Psalm: Psalm 98 EV: Lucas 20,27-38 Epistel: 2 Tessalonicenzen 3,7-13 Overig: Alternatieven: Handelingen 27,1-44
De evangelielezing omvat drie korte scènes in en bij de tempel. In Marcus 11 is Jezus in Jeruzalem aangekomen. Er volgen confrontaties met hogepriesters en schriftgeleerden, de opmaat voor zijn arrestatie en kruisiging. Die confrontaties vinden plaats in de tempel, door Herodes de Grote gerenoveerd en uitgebouwd tot pronkstuk van zijn koninkrijk. Jezus heeft er geen oog voor: Hij ziet een arme weduwe die toont wat het betekent om God lief te hebben met alles wat je hebt.
Op de negende zondag van de herfst naderen we het eind van het kerkelijk jaar. Een nieuw kerkelijk jaar is in aantocht. In die wisseling van de tijden zoeken we het Licht dat ons draagt, het Licht dat ons hier heeft gebracht en dat ons verwachtingsvol doet uitkijken naar dat wat komen gaat. Bij die wisseling van tijden past de ‘oudejaarspsalm’ 90, het gebed van Mozes met de woorden ‘Laat ons uw genade zien’.
Zoals uit 2 Koningen 4 blijkt, heeft Elisa een nauwe band met een welgestelde vrouw uit Sunem. Zij maakt zelfs een eigen bovenvertrek voor hem, dat hij gebruikt als hij op zijn tochten langs Sunem komt. In 2 Koningen 8 komen we haar weer tegen.
Het thema van de lezingen is: uitzicht op bevrijding. En dat uitzicht reikt over grenzen heen naar nieuwe einders. Niet alleen doorbreekt het patstellingen tussen volken, zoals de tijd van slavernij en vijandschap voor Israël in Egypte, zoals wordt aangekondigd in de eerste lezing, maar zelfs die tussen dood en leven, zoals Jezus ons laat zien. Daar past een lofzang bij voor de Eeuwige, die dit uitzicht geeft. Telkens opnieuw.