Slavernij
Ruim 200 jaar lang, tot 1863/1873, heeft slavernij onder Nederlandse vlag plaatsgevonden. En al lang weten kerken dat ook zij een groot aandeel hebben gehad in het tot stand komen en in stand houden van dit schuldige verleden.
Ruim 200 jaar lang, tot 1863/1873, heeft slavernij onder Nederlandse vlag plaatsgevonden. En al lang weten kerken dat ook zij een groot aandeel hebben gehad in het tot stand komen en in stand houden van dit schuldige verleden.
Op 19 december 2022 bood premier Rutte excuses aan voor het slavernijverleden. De aanloop ernaartoe was buitengewoon rommelig, daar zijn alle partijen het over eens. Toch maakte de toespraak van Rutte diepe indruk.
‘Miserere mei,’ zo begint psalm 51 in het Latijn. Deze boetepsalm is in de christelijke traditie nauw verbonden met Aswoensdag. Gregorio Allegri (1582–1652) schreef een beroemd geworden toonzetting van deze psalm, met de legendarische ‘hoge c’, voor de viering in de Sixtijnse Kapel in Rome. In protestantse gemeentes in Nederland is het houden van een kerkdienst op Aswoensdag de laatste decennia in opkomst.
Waar ben je? Met deze woorden eindigt de oudtestamentische lezing abrupt, veelzeggend en midden in het verhaal. Zij lenen zich als thema van deze eerste zondag van de Veertigdagentijd. Want deze vraag doelt op veel meer dan op informatie over de plaats van verblijf. Waar een mens zich bevindt, zegt iets over de weg die hij heeft afgelegd en over zijn perspectieven en mogelijkheden voor de toekomst. Mens, waar ben je na de gebeurtenissen in de tuin in Eden en waar ben je na de ‘gave der gerechtigheid’ (Romeinen 5:17)?
Een dramatische gebeurtenis kan een leven bepalen, levenslang een stempel drukken. Is er sprake van schuld? Dat hoeft niet om je toch schuldig te voelen… Bij Oek de Jong komen grote thema’s als toeval en noodlot, schuld en berouw, wraak en vergeving op een indringende, tot ernstig nadenken stemmende manier aan bod.
In 70 na Chr. liggen Jeruzalem en de tempel in puin. De Romeinen onder leiding van Titus hebben de stad kort en klein geslagen. Dat beeld heeft de schrijver van Lucas 19 voor ogen als hij Jezus laat wenen over de stad. Maar het is meer dan historie, het is ook eeuwenoude profetie. Want ook Jesaja 1 zag een geslagen Jeruzalem: niet letterlijk, maar figuurlijk. Want een stad waar onrecht gebeurt, en waar het gedrag g/Godgeklaagd is, die ligt in puin.
Boos zijn op een overleden echtgenoot, die zelf zijn dood koos, is moeilijk. Door de opstandigheid te verbinden met de opstanding na Pasen, komt die woede in een ander perspectief te staan.
Ik was een kind van een jaar of 7, 8 en zat naast mijn vader in de kerk. De dominee liet als inleiding op het gebed van verootmoediging, of als verlenging daarvan het eerste vers van Psalm 6 zingen. Ook de verzen 3 en 5 van deze Psalm kwamen aan bod, maar de nadruk lag toch op altijd dat eerste vers. Ik was een ontvankelijk kind, het vibrato in mijn vaders stem maakte mij duidelijk: dit was een belangrijke Psalm, hij zong teder en vol overgave – de Geneefse versie heeft ook een wonderschone melodie.
Pasen ligt al weer achter ons, ik weet ‘t, maar ik moet er toch nog even een keer over beginnen. Er is namelijk één element van de Paasliturgie dat mijns inziens veel te weinig aandacht krijgt. Tijdens de Paasjubelzang – het zogenaamde Exultet, wij roomschen zijn gek op ons Latijn – klinkt de er een vreemde bede in onze oren.