Jezus is boos
Soms komen we in de evangelieverhalen een boze Jezus tegen. Als hij de geldwisselaars de tempel uit jaagt bijvoorbeeld. Of als Hij zijn tegenstanders huichelaars noemt. Het beeld van een […]
Soms komen we in de evangelieverhalen een boze Jezus tegen. Als hij de geldwisselaars de tempel uit jaagt bijvoorbeeld. Of als Hij zijn tegenstanders huichelaars noemt. Het beeld van een […]
‘Proost!’ De man op het schilderij kijkt me recht aan en heft zijn glas. ‘Ik vier het leven! Drank en vrouwen!’ De hand van de man rust vrijpostig op de […]
In dit artikel tekenen we in houtskoollijnen een schets van het klassiek pro-testantse pastoraat. Eerst kijken we naar de in de Reformatie gelegen oor-sprong ervan. Omdat deze oorsprong fundamenteel is, besteden we daaraan iets ruimere aandacht, met name aan Luther, Bucer en Calvijn
Calvijn introduceert in zijn beschouwing over de kerkelijke tucht in de Institutie vrijwel direct het onderscheid tussen ‘verborgen’ en ‘openbare’ zonden. Hij definieert deze begrippen niet exact, maar duidt wel aan wat hij bedoelt. Van een ‘verborgen’ zonde is alleen een beperkt aantal mensen op de hoogte. Een ‘openbare’ zonde is ‘niet slechts bij één of twee getuigen’ bekend, maar bij de hele of vrijwel de hele gemeente.
Dat Koning Willem III in de Haagse kringen van de negentiende eeuw de bijnaam ‘koning Gorilla’ kreeg, had zeker te maken met het grote aantal bij maîtresses verwekte kinderen en andere wapenfeiten van een niet onbespro-ken levenswandel die aan zijn naam verbonden zijn.1 Voor de toenmalige Her-vormde Gemeente van ’s-Gravenhage, die aan deze koning onder andere het geschenk van het gebouw van de Willemskerk aan de Nassaulaan te danken had, moet deze levenswandel een kwestie zijn geweest die wel bekend was maar zo veel mogelijk genegeerd werd of met de mantel der liefde bedekt.
In zijn boek Onze Vader stelt Jan Muis dat God niet met kwaad samen gedacht mag worden. Muis keert zich in dit verband tegen de notie van een ‘algemene openbaring’, omdat deze veronderstelt dat alles van God getuigt, zodat ook het kwade op God betrokken zou moeten worden. Echter, ‘God kan alleen met goede gebeurtenissen en ervaringen worden verbonden, die leven wekken, niet met kwade die het leven bederven’.
Youth ministry aan jonge mensen in Nederland die gelukkig zijn, maar ook kwetsbaar en angstig, vraagt om een rijke theologie, waarin aandacht wordt gegeven aan groeien bloeimogelijkheden, en aan hoop te midden van wanhoop. Pedagogiek en theologie spreken hierin een eigen woordje mee. Dit artikel beschrijft en doordenkt mogelijkheden, criteria en spanningsvelden.
‘Ik was een diepgelovig kind, maar het misbruik heeft me afgesneden van mijn geloofsleven, mij alle vertrouwen in het leven en ook in God ontnomen.’
‘Het heeft mijn geloof wel degelijk beïnvloed en dan vooral naar het Vaderbeeld voor God toe. Dat is zo ernstig misvormd, daar kan ik me niks bij voorstellen. En nog steeds worstel ik daarmee in de zin van: Wat wil Hij van me, wat moet Hij van me …’
‘Dat God meehuilt, in die psalm … Ik bewaar al je tranen in Mijn kruik, zoiets, dat heeft mij zo geholpen … die God kwam op de een of andere manier een beetje naar mij toe … van, nou, dat Hij er toch wel geweest was, dat Hij eigenlijk altijd wel bij mij was, en dat deed mij gewoon goed.’
‘Ik heb wel altijd het gevoel gehad dat Hij mij wél zag. Dat Hij het wél zag, niet dat misbruik, maar dat Hij míj zag.’
Seksueel misbruik verwerken, écht vrede vinden en groeien in kracht en vrijheid, is voor velen die er mee te maken hebben en hadden, nog lang geen uitgemaakte zaak. Aan de hand van het persoonlijke verhaal van N., met wie ze dit artikel samen schreef, geeft de auteur een theoretische duiding van het proces en bespreekt ze een eigen ontwikkelde zelfhulpmethode waar ze goede ervaringen mee opdoet.