Menu

Basis

Thuis in je kerk

Wat maakt dat je je thuis voelt in een kerk, in een gelovige gemeenschap? En ervaar je jouw kerk als een veilig nest? We vroegen het drie vrouwen uit verschillende kerken.

Een spiritueel thuis gevonden

Terwijl ik niet op zoek was naar een kerkelijke gemeente, stapte ik in het voorjaar van 2019 toch de Doopsgezinde kerk van Leeuwarden binnen. Nieuwsgierig geworden door een lezing van Hein Stufkens, die daar zou plaatsvinden maar door omstandigheden was afgelast. Iets in mij deed me toen besluiten om eens een kerkdienst te bezoeken.

Vanaf dat eerste bezoek was ik ‘verkocht’. De rustige, warme sfeer, de voor mij herkenbare woorden van de voorganger, het mooie, vertrouwde orgelspel en niet in het minst de gezongen Friese zegen: ‘Hear wij freegje no, jo seine op ûs wei’. Dat alles raakte me diep; tot mijn eigen verbazing. Hier, in deze gemeente, kwamen ze voor mij samen: het vertrouwde van de kerk zoals ik die ken vanuit mijn Hervormde achtergrond en mijn latere, bredere spirituele belangstelling en ontwikkeling.

Onverwacht maar met volle overtuiging heb ik in 2020 belijdenis gedaan. Na een klein jaar waarin ik me, met drie andere belangstellenden en begeleid door de twee voorgangers, oriënteerde op mijn eigen geloofsontwikkeling en het lidmaatschap van de Doopsgezinde gemeente. De slogan van de Doopsgezinden, ’Vrijheid in verbondenheid’, sprak me bijzonder aan: de individuele geloofsbelijdenis en tegelijkertijd je verbinden aan en deel uitmaken van een gemeenschap.

De gezongen Friese zegen, voor mij nog steeds een van de hoogtepunten van de kerkdiensten, zing ik inmiddels uit volle borst mee, zo goed en zo kwaad als het gaat. Hoe bijzonder om een spiritueel thuis te vinden terwijl ik niet wist dat ik zoekende was.

Iepie Kroese (56 jaar) is moeder van twee volwassen dochters en werkzaam bij Reliëf als trainer zingeving en ethiek in de zorg.

Hier mag je fouten maken

Marjolein van Marrewijk (29 jaar) is huisarts en zingt bij een jongerenkoor.

Ze kerkt in de Sint Andreasparochie in Kwintsheul. Waarom voelt zij zich thuis in haar katholieke kerk?

‘Ik zeg over de Andreaskerk in ons dorp altijd: Dit is mijn kerk. Ik ontmoet hier mijn ouders, familie en oudere mensen. Ik ben hier gedoopt, heb hier eerste heilige communie en vormsel gedaan en kwam vroeger altijd met de basisschool naar deze kerk. Hier liggen mijn roots. Daarnaast is het een kleine, knusse kerk. Geen grote, ongezellige kathedraal of zo. Er ligt groene vloerbedekking, er staan beelden en de ramen zijn van glas in lood.

Ik voel me hier gezien, als individu, gewaardeerd, erkend als persoon. De voorgangers en kerkbezoekers kennen me hier. Vanwege mijn zorgachtergrond praat ik heel makkelijk met oudere mensen en vorm zo onderdeel van de geloofsgemeenschap.’

Wat maakt de kerk volgens Marjolein tot een veilig nest?

‘De kerk als gemeenschap ervaar ik als de plek bij uitstek om je talenten te ontwikkelen. Je mag hier fouten maken zonder dat je wordt afgestraft. Door het vrijwilligerstekort kunnen ze je altijd wel gebruiken en kun je dus ook wat proberen. De vaste voorgangers in de kerk proberen je te betrekken bij activiteiten waarvan zij ook denken dat die bij je talenten passen. Er wordt ruimte gegeven en door de christelijke normen en waarden die gelden – vergeving en naastenliefde – is er veel zachtheid en relativering. Dat maakt mensen uiteindelijk mooier, toch? In onze harde, egoïstische maatschappij mogen we doorgaans geen fouten maken of falen, in de kerk kan dat wel. Soms verwacht ik van andere vrijwilligers een meer professionele benadering, zoals in het werk. Maar dan besef ik dat ook zij dit vrijwillig doen en zucht ik even. Samen komen we er wel.’

Interview: Walther Burgering.

Verzorgd en stijlvol

Ingeborg Absil (49) is getrouwd met Paul en ze hebben samen drie kinderen. Ze vervult verschillende leidinggevende functies bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Zo’n 23 jaar geleden verhuisden ze vanwege haar werk naar Rotterdam. Ingeborg is van protestantse huize en Paul van katholieke, dus zochten ze een kerkelijk thuis waar beiden zich prettig voelden. Een aantal kerken werd bezocht en gewogen, maar uiteindelijk vonden ze hun ‘nest’ bij de Hervormde wijkgemeente Laurenspastoraat in de Laurenskerk. ‘Het is niet één ding wat me trok, maar een combinatie van factoren’, vertelt Ingeborg. Natuurlijk speelde het prachtige historische gebouw waar je meteen door opgetild wordt, een rol. Ook de verzorgde liturgie en de geweldige muziek van cantorij en organist dragen bij aan haar geloofsgevoel. Het mag stijl hebben. ‘Maar, ik moet ook een preek horen waarin ik mij kan spiegelen’, besluit Ingeborg haar opsomming.

Op de vraag of ze het Laurenspastoraat ervaart als een veilig nest, aarzelt ze. Het is een identiteitsgemeente. Mensen komen van heinde en verre en vinden op zondag hun plek. In de gemeente zijn verhoudingsgewijs veel hoogopgeleiden, maar verder is de opbouw heel divers. Wat dat betreft, is het Laurenspastoraat voor veel mensen een goede thuishaven. ‘Maar door de afstand zien we elkaar vaak enkel op zondag, en dan ook nog eens in de twee weken. Dat is niet handig om een band op te bouwen of te kunnen spreken van een nest’, concludeert ze.

Maar ze is realistisch. Het is met de kerken net als met politieke partijen. Je vindt wat je zoekt en verlangt nooit allemaal tegelijk onder één dak. Het Laurenspastoraat blijft voor haar de juiste keuze.

Interview: Harold Schorren.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken