Menu

Premium

Troost en ‘troosteloosheid’ op natuurbegraafplaatsen

Don’t lay me in some gloomy churchyard shaded by a wall
Where the dust of ancient bones has spread a dryness over all
Lay me in some leafy loam where, sheltered from the cold
Little seeds investigate and tender leaves unfold
There kindly and affectionately, plant a native tree
To grow resplendent before God and hold some part of me (…)

In deze passage van het gedicht ‘Woodland Burial’ door de Engelse dichteres Pam Ayres zien we enige elementen terug die ook in Nederland herkenbaar zijn als motieven om te kiezen voor een natuurbegrafenis. Wat ze niet wil, is liggen in een ommuurd kerkhof met graven in precies gereguleerde rijen. Wat ze niet wil, is omringd te zijn door een sfeer van doodsheid en dorheid. Wat ze zich wel kan voorstellen is een tedere eindbestemming, omringd door groen, een groen waar ze geleidelijk zelf in zal opgaan, en waar ze voeding zal geven aan allerlei nieuw leven. Klein leven zoals dat van zaadjes en zich ontvouwende bladeren, en wellicht, na jaren, staat daar bij haar graf de destijds geplante boom groot te zijn.Niet ieder die zich een plek in de natuur als laatste bestemming wenst, noemt God zo expliciet als zij hier doet. Maar het centrale thema van dienst- baarheid (het lichaam als humus), symbolische onsterfelijkheid (ik val uiteen, maar leef verder in nieuwe levensvormen) en zelfs blijvende herinnering (de boom die de plek markeert is niet alleen regelrecht door mij gevoed maar ook een object geplant in mijn persoonlijke nagedachtenis, tot troost voor de achterblijvenden, en een bijdrage aan de leefbaarheid en schoonheid van de menselijke leefwereld) is kenmerkend voor de zogenaamde Green Death Movement.
Maar er is meer. In de titel ‘Woodland burial’ zit tevens een sleutel tot een specifiek fenomeen waarin vaag-romantische of naturalistisch-biologistische noties samengaan met milieu-activistische ideologieën: kale plekken in het landschap, vaak recentelijk onttrokken aan industrie, intensieve landbouw en veeteelt, of boomgaarden waarin de oude bewerkelijke hoogstambomen gerooid moesten worden, krijgen een nieuwe functie als natuurbegraafplaats. Dit vergt visie: een nu nog kale soms zelfs desolate vlakte een toekomst toe te denken als weelderig begroeide laatste rustplaats waar iedere dode heel geleidelijk iets toevoegt aan bodem-, planten- en bomenbestand, en waar langzaam, in de wisseling van de seizoenen, flora en fauna een verademende biotoop zullen vormen, zogenaamde nieuwe natuur waar het ook voor de volgen- de generaties prettig toeven is.

Lees het volledige artikel in PDF

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken