Twintigers van nu
De nieuwe generatie
Mw. drs. C.A. Boonstra is predikant in de Protestantse Kerk in Nederland. Zij is lid van de redactie van Ouderlingenblad
Twintigers en hun verhaal
Ter voorbereiding op dit themanummer heb ik een boek gelezen van het Bijbels Museum: Dit is mijn verhaal. Janneke Stegeman sprak met jonge mensen tussen de 18 en 30 jaar. Zij vertellen hun persoonlijke verhaal, hun band met geloven en noemen een bijbeltekst die met hen meegaat. Het ongewone van deze verhalen is dat het jonge mensen zijn uit alle delen van de wereld en neergestreken in Nederland, of hier geboren. Allen vertellen over een ‘life changing moment’. Om hun leven gestalte te geven, vonden ze houvast in hun geloof. Hoe deden ze dat, wat is hun vertrouwen, hoop en inspiratie? Het Bijbels Museum heeft van deze verhalen ook een expositie gemaakt die te bezoeken is in Amsterdam (tot 27 oktober 2019).
Het boek geeft een goede indruk van het geloof, de hoop en de inspiratie van deze jongeren. Ik noem enkele kernbegrippen en verbind ze aan hun verhalen. Daarbij verbind ik het met de artikelen uit dit nummer.
Geloven en mystieke ervaringen
Veel van deze jongeren leven in twee culturen. Ze zijn geboren in Azië, Afrika of Zuid-Amerika. De cultuur waar ze vandaan komen is naar hun zeggen doordrenkt van religiositeit. Dat heeft hun opvoeding en wijze van zijn beïnvloed. Als zij spreken over geloven dan gaat het over een heel intens verbonden zijn met ‘God’ of ‘het Heilige’ of ‘Jezus’. Daar komt hun levenservaring bij. Zij of hun ouders hebben erge dingen meegemaakt, zijn weggevlucht uit een gevaarlijke of armoedige situatie en deze ervaringen dragen ze met zich mee. Enkele van de twintigers komen uit de Nederlandse cultuur, deze jongeren hebben ook een ‘life changing moment’ meegemaakt. Het is duidelijk in al deze levensverhalen dat de twintigers stevig staan in de gedachte dat God bestaat. Hiervan uitgaan en dit als basis nemen in je leven geeft houvast. Een houvast om op terug te vallen in moeilijke situaties en je niet te laten neerdrukken door het zware verleden. In enkele situaties wordt gesproken over een mystiek moment. Een Godsontmoeting.
Kristi: Toen ik een keer op bed lag, was het net alsof ik geactiveerd werd, ik voelde een soort lichtbol in mijn buik Ik wist: dit is God. Al een soort besef, het kwam vanuit mezelf. Ik was toen zestien en er ontstond een verlangen om mensen te helpen. Ik vroeg me af waarom ik zoveel had meegemaakt terwijl ik nog zo jong was. Ze worstelde met haar identiteit, ze is te vondeling gelegd, haar adoptieouders vertrokken naar Nederland toen ze 10 jaar was. Deze mystieke ervaring inspireerde haar haar leven opnieuw vorm te geven.
Thirza: De priester leerde ons de cherubijnenhymne. Die gaat over stilte, over aardse zorgen terzijde stellen. De melodie is heel rustig en mooi. Het was zomer, alles was groen, er viel zonlicht uit de hemel op een boom. Op alle blaadjes werd het licht weerkaatst. Ik voelde me verbonden met de mensen. En ik voelde daar de aanwezigheid van God. Het was een cruciaal moment.
De nieuwe generatie kan mystieke ervaring opdoen op allerlei momenten in het leven. Vaak zijn het onverwachte gebeurtenissen die niet voorzien waren. Het kan zijn in de natuur, bij een lichamelijke crisis, een innerlijke worsteling, maar meestal niet in de kerk. Persoonlijke aandacht voor deze eigen unieke ervaring is belangrijk. Serieuze betrokkenheid van de pastor en andere leden van de gemeenschap helpen verbondenheid te ervaren.
Aandacht voor het mystieke wordt niet expliciet genoemd door de schrijvers maar het is duidelijk dat de persoonlijke aandacht voor iedere individu belangrijk is. Niels de Jong heeft er aandacht voor dat nieuwe mensen hun plek weten te vinden. Dorothée Berensen spreekt over het belang van de verbondenheid. Arjette Kuipers laat zien dat een van de activiteiten ruimte geeft voor meditatie en innerlijkheid. Laurens van Lavieren benadrukt dat twintigers van binnen een diep verlangen hebben naar échte verbinding. In deze aandacht voor verbondenheid kan de kerk een plek zijn om iets op het spoor te komen van het mysterie van de verbondenheid met onze Schepper en om het te delen met elkaar.
Een bijbelverhaal gaat met je mee, het geeft je houvast
De interviewster vroeg aan de jongeren of zij een specifieke bijbeltekst hadden die met hen mee ging. De bijbelteksten zijn verrassend verschillend. Refelino, die zijn weg zoekt in de wereld en in zijn creativiteit ‘kracht’ nodig heeft, heeft als voorbeeld Simson met de kracht in zijn haren.
Nineke heeft in haar tienertijd moeten opboksen tegen het feit dat ze altijd op school de jongste en kwetsbaarste was. Haar verhaal verbindt ze met David tegen de grote Goliath. Chantal, die veel steun heeft gehad van de kerkgemeenschap, draagt een tekst uit Jozua (1,9) met zich mee: ‘Ik gebied je dus: wees vastberaden en standvastig, laat je door niets weerhouden of ontmoedigen, want waar je ook gaat, de Heer, je God, staat je bij.’ Joenoes komt uit de Molukse traditie en zegt: ‘We zijn van een nieuwe generatie, we kennen de pijn van de geschiedenis’. Hij wil daar niet in vast blijven zitten en heeft veel aan de tekst uit de Bergrede: ‘Kijk naar de vogels in de lucht…’
De verhalen uit de Bijbel worden niet zo benoemd door de schrijvers. Dorothée Berensen spreekt over ‘een spade dieper’, zij heeft als focus het evangelie, in de rituelen van de gemeente, in de woorden van Jezus. Zitten aan de voeten van Jezus…. Misschien is dat een punt van aandacht, waar we kunnen leren van deze twintigers. De kracht van een bijbelverhaal dat met je meegaat is groot!
Een talent gekregen en dat gestalte geven… een bijdrage leveren aan de samenleving
Ook een richtpunt is dat de twintiger ontdekt dat hij of zij een speciale gave, een talent heeft. Dat talent is een uitdaging en een gave van God. Het verlangen is om dat te delen met anderen. Ze willen van betekenis zijn voor de samenleving waarin ze leven. De muziekmaker, de politica met idealen voor een eerlijke samenleving, mooie dingen maken voor mensen, een eigen kledingstijl ontwikkelen, het talent om te werken aan de schepping en de wereldvrede, je leiderschapskwaliteiten versterken en inzetten, voor deze twintigers versterkt het geloof de durf om in het talent te gaan staan en verder te ontwikkelen. Soms kan dat in de gemeenschap van de kerk, soms is het een baan geworden of een vrijwilligerstaak. Het geeft hun houvast om richting te geven aan de toekomst, terwijl het verleden zo donker en onzeker was.
Bij alle schrijvers vinden we beschreven de drang om iets te betekenen voor anderen. Laurens van Lavieren benadrukt dat twintigers een verlangen hebben een bijdrage te leveren aan de wereldvrede. Hij ziet het als één van de drie van God-gegeven verlangens van twintigers. Niels de Jong spreekt over de stimulans van diaconale projecten.
Serieuze aandacht voor het talent van deze jonge mensen is belangrijk en versterkt weer die verbondenheid. In de artikelen van Arjette Kuipers en het interview met Matthias Kaljouw vinden we terug dat ze uitgebreid aandacht schenken aan de talenten en creativiteit van de nieuwe generatie. Rosemarijn Mulder vindt een nieuwe balans met haar religieuze kunst. De plaatselijke gemeente heeft haar gelegenheid gegeven een project op te zetten en ten toon te stellen in het kerkgebouw. Drie van haar afbeeldingen vindt u in dit nummer.
Een gemeenschap waar je je thuis voelt
Het is voor de twintigers belangrijk dat ze een plek vinden waar ze zichzelf mogen zijn. De jongeren van de verhalen hebben het gezocht in een kerkgemeenschap. Vaak zijn de kerken verbonden met de cultuur waar ze vandaan komen. Ze hebben er eerst mee gebroken, afstand genomen, en na een zware tijd, een mystieke ervaring of een nare ervaring in een andere gemeenschap deze gemeenschap gekozen omdat hun eigen identiteit er een plek kan krijgen. Soms reizen ze het halve land door om een kerkdienst bij te wonen. Ihab stichtte een eigen kerk ‘Levende Kerk’ met hulp van ‘Noorderlicht’, de pioniersplek van Niels de Jong in Rotterdam. In verschillende verhalen komt terug dat het essentieel is dat ze serieus genomen worden in hun eigenheid, en hun eigen keuzen. Een intens luisterend oor, jezelf mogen zijn, met een nieuwe naam (transgender), als buitenbeentje (andere huidskleur, in andere cultuur opgegroeid), met pijn in het hart (bootvluchteling), deze jonge mensen zoeken verbondenheid met anderen.
Arjette Kuipers benadrukt dat ‘Zinnig Noord’ probeert dicht bij de twintiger te staan met eigen vragen. Laurens van Lavieren legt uit dat twintigers er vaak alleen voor staan en dat ze een uitdaging nodig hebben. Jezus geeft bij hem de uitdaging. Dorothée Berensen noemt de gemeenschap van de kerk er één van rust en ruimte. Jonge mensen, die verdiepende innigheid zoeken, zoeken dat in een kerk. De verschillende schrijvers benadrukken dat je niet iets moet aanbieden, geen opgelegde regels moet geven, maar een persoonlijke uitnodiging werkt nog het beste.
De kracht van de kerk is en blijft de gemeenschap. De schrijvers hebben daarin benadrukt dat persoonlijke aandacht een belangrijke sleutel is. Het is aan ons zo open te staan dat ook twintigers zich weten te verbinden aan onze gemeenschap. Misschien dat dit themanummer helpt daar in de toekomst vorm aan te geven!