Bij Marcus 9:2-10 (Matteüs 17:1-9, Lucas 9:28-36 – de verheerlijking op de berg)Op een mooie lentedag trapte de giraf bijna op de mier, die weggedoken zat in het hoge gras. ‘Kun je niet uitkijken?’ riep de mier geschrokken uit. ‘Het leven is toch al zo kort en vol gevaren.’ De giraf bleef staan. ‘Sorry hoor! Ik zag je niet. Je zit ook zo verstopt,’ zei hij. ‘Jij loopt ook altijd met je hoofd in de wolken,’ verzuchtte de mier. ‘Weet je, ik vind alles zo laag bij de grond. Kon ik maar eens verder kijken dan mijn neus lang is.’
Het volledige Premium-artikel lezen?
Dit artikel is voor Premium-leden.
Log in en lees onbeperkt alles op Theologie.nl. Nog geen lid?
Krijg toegang tot ruim 11.500 artikelen, waaronder verdiepende vakinhoud, preekschetsen, exegeses, kindermomenten en preekvoorbeelden.
Bekijk Premium >
InloggenLid worden