Zesde zondag van de herfst (Jeremia 14:7-10.19-22, Psalmen 84, 2 Timoteüs 4:6-8.16-18 en Lucas 18:9-14) In bijna onmogelijke bewoordingen richt Jeremia zich tot God. ‘Al getuigen onze ongerechtigheden tegen ons, Heer, doe het omwille van uw naam’ (14:7). Het bijbelse Israël weet dat het altijd ‘Israël én’ is. Zonder zijn God is Israël niet denkbaar. Daarom moet God, ja, móet Hij niet doen alsof Hij enkel een vreemdeling is in het land en alleen maar een nachtje blijft. Laat zien dat U in ons midden bent. Maar de Heer God blijkt niet op afroep beschikbaar. Als je niet naar Hem
Het volledige Premium-artikel lezen?
Dit artikel is voor Premium-leden.
Log in en lees onbeperkt alles op Theologie.nl. Nog geen lid?
Krijg toegang tot ruim 11.500 artikelen, waaronder verdiepende vakinhoud, preekschetsen, exegeses, kindermomenten en preekvoorbeelden.
Bekijk Premium >
InloggenLid worden