Uit de hemel of uit de aarde?
Preekschets voor de derde zondag van Advent
Johannes antwoordde: ‘Een mens kan alleen ontvangen wat hem door de hemel gegeven wordt.’ (Johannes 3:27)
Schriftlezing: Johannes 1:23; Johannes 3:22-35
Liturgisch kader:
Deze lezing is niet zo vanzelfsprekend in de adventstijd. Toch raakt zij een diep adventsmotief: Johannes de Doper staat aan de grens tussen verwachting en vervulling. Hij weet dat zijn taak niet is om zelf het licht te zijn, maar om naar het licht te verwijzen. Dat is misschien wel de meest wezenlijke adventshouding: oefenen in ruimte maken voor Hij die komt.
Uitleg en aanwijzingen voor prediking
In deze preekschets laat ik me bepalen door een diepgaand psychologisch commentaar van Eugen Drewermann. Drewermann stelt de verbinding tussen Schrift en het wezenlijke van mensen centraal. Zijn commentaar op Johannes 3: 22-35 heeft als titel, de vraag: Uit de hemel of uit de aarde? Ik ben zo vrij om deze titel over te nemen.
De lezing begint met een concurrentiestrijd binnen verschillende religievormen; de Johannesbeweging en het Jodendom naar aanleiding van de ontwikkelingen binnen de Jezusbeweging. Een strijd over het reinigingsritueel ofwel de doop. Dat religies met elkaar strijden is op zich al een actueel en aards thema. Drewermann verlegt de vraag ‘welke religieuze vorm is de goede?’ naar ‘wat kan en moet religie zijn?’ En ‘wat is reiniging binnen religie?’
De lezing kan je heel dogmatisch lezen, er staat letterlijk ‘Jezus is de Zoon van God.’ Maar, zegt Drewermann, waar het werkelijk om gaat is: ‘De Vader heeft de Zoon lief’ (vs. 35). Hij stelt zichzelf de uitdagende vraag hoe we deze tekst zo kunnen laten spreken dat deze Liefde de bron is of wordt van een levend geloof. Om dit te bereiken moet de tekst verbonden worden met het leven van mensen. Drewermann doet dit vanuit de vraag: wat betekent reiniging? Waarbij hij stelt dat een doorleefde reiniging niet voortkomt uit de handeling van de doop.
De doop is mijns inziens een prachtig verbondsteken tussen God en mens. Maar als reinigingsritueel kan ik er ook minder mee. Voor mij klopt Drewermanns zienswijze dat mensen van zichzelf niet onrein zijn. En dat religie zinvol is als het gebaseerd is op het vertrouwen dat ieder mens rechtstreeks uit Gods handen is voortgekomen en dus goed is. Echter wij worden geboren in een gebroken wereld waar we vaak al heel snel en jong leren om kritisch naar onszelf te kijken, dat we niet genoeg zijn, we anders moeten zijn. We leren om onszelf onderuit te halen en positieve reacties van anderen niet te vertrouwen. De echo’s van kritiek komen twintigmaal versterkt onze ziel binnen. Dit gebeurt niet alleen buiten maar ook binnen religie. Religie is in wezen gericht op de reiniging van het menselijk bestaan maar het lijkt alsof ze er belang bij heeft om de mensen in de eerste plaats te leren hoe onrein, incompetent en schuldig ze zijn.
Drewermann ziet in de doop als reinigingsritueel een opdracht om de ander te helpen om zichzelf te herontdekken. Werkelijke reiniging zit in het de ander bij de hand nemen en hem/haar terug te voeren naar zijn/haar oorsprong. Wie ben je werkelijk? Waar liggen de butsen en de deuken in je bestaan? Waar was toch iets van kracht om jezelf staande te houden of er tegenin te gaan? Zijn er herinneringen die aangeven dat het oordeel van anderen of je eigen beleefde oordelen misschien toch niet helemaal kloppen? Kan iets van innerlijke schoonheid, liefde en reinheid als levensgevoel worden herwonnen? Kan een mens daarin weer opstaan?
Als we reinheid zo vertalen dan komen we uit bij Gods Liefde en daarmee ook bij de komst van Jezus, de Zoon, de Bruidegom. Bij dat wat uit de hemel komt. Johannes de Doper verwijst hier al naar als zijn leerlingen hem attenderen op het dopen dat Jezus doet. De leerlingen doen dit vanuit een menselijke en aardse reactie van concurrentie-denken en angst voor verlies van betekenis. Johannes de Doper gaat daar niet in mee. Hij staat erboven en kent zijn plaats en zegt: ‘Een mens kan alleen ontvangen wat hem door de hemel gegeven wordt (vs. 27).Want wat uit de hemel komt geeft ons werkelijke gevoelens van reinheid; gerechtvaardigd en goed genoeg zijn. Volgens Drewermann kunnen wij mensen deze gevoelens niet vanuit het aardse verwerven. Je kunt ondernemen wat je wilt: arbeid, prestatie, toewijding, het zal er nooit toe leiden dat je jezelf volledig in orde vindt. Geluk en aanvaarding van het leven zoals het is en hoe je leeft komt uit de hemel. Een mens is een geschenk uit de hemel. Hij/zij kan wel een stukje hemel op aarde brengen.

Hier doorheen klinkt al de vraag; komt wat er is uit de hemel of uit de aarde? Is er in iemands doen en laten sprake van oprechte onvoorwaardelijke liefde of gaat het om vorm, positie en macht. Johannes kent zijn plaats. Hij bepaalt niet de vorm en hij strijdt niet voor zijn eigen (macht)positie. Hij is niet de Messias, maar de voor Hem uitgaande, de stem (Joh. 1:23). Jezus is de Bruidegom, degene die mensen ertoe brengt om in liefde op te bloeien en vertrouwen te krijgen in zichzelf en het leven. Hem horen geeft vreugde.
Zou het mogelijk zijn om onszelf rechtstreeks vanuit de hemel te zien, te begrijpen en ervaren?
Johannes de Doper zegt: ‘Wie van de aarde komt, behoort tot de aarde en spreekt de taal van de aarde.’ Dat is niet per se een veroordeling van het mens-zijn. Maar er ontstaan problemen wanneer de mens geen ander perspectief meer kent dan het aardse. Daarin ervaart Johannes zich als een roepende in de woestijn. Vanuit Drewermann kan je zeggen: Het aardse is niet per definitie slecht, maar wel onvoldoende. Waardoor mensen neigen tot overleven, macht willen hebben, zich aan anderen vastklampen, of aan optrekken, hen omver duwen. Een ikke, ikke, ikke in een wereld waarin we lijden onder wreedheden en angsten. Waarin visioenen die daarboven uitstijgen worden gezien als een illusie. Dit is een beeld dat niet ver van de onze staat. In de media gaat het veelvuldig over concurrentie, macht, oorlog, opkomend fascisme, geldvermeerdering, onrecht, slimmigheden om de ander te ondermijnen, ongelijkheid en misbruik.
De mens heeft een woord van boven nodig om werkelijk te worden wie hij is. Johannes de Doper ervaart daarin hoop in Jezus. Want zegt Johannes, als een mens zichzelf vanuit de hemel verstaat, dan staat hij boven alles. Dan kan hij God weer rechtstreeks voelen.
Kunnen wij onszelf vanuit de hemel ervaren? Voor Johannes de Doper is dit of-of. Of mensen leven uit de handen van God de Vader of zij zijn verloren. Leven vanuit God de Vader is leven vanuit een liefdevolle, betrouwbare Vader die ons zachtmoedig en beschermend lief heeft. Een liefde die vreugde en geluk kan geven. Een liefde die ons met onszelf kan verzoenen. Dan wordt religie een doorleeft ervaren van goedheid en vertrouwen. Wat vervolgens onze vreugde kan doen groeien door het liefdevol er voor elkaar zijn. De ander aan de hand nemen. Voor een ander gaan opstaan.
Kunnen wij onszelf vanuit de hemel ervaren? Mogelijk soms wel en soms niet. Dat brengt me terug naar de vraag in de titel, Komt het uit de hemel of uit de aarde? Mogelijk kunnen we al beginnen met deze vraag aan onszelf te stellen. Een vraag die ons helpt om te ontdekken dat wat in onszelf of in de ander is of dit uit de hemel of uit de aarde komt. Komt het voort uit de goedheid van God die in ons leeft of vloeit het voort uit de gebroken wereld die ons heeft gevormd? Komt de stem die in mij klinkt voort uit Gods liefde, of uit angst, kritiek en zelfverwijt? Komt mijn oordeel over de ander voort uit Gods barmhartigheid, of uit menselijke behoefte aan macht en gelijk? Komt wat wij als kerk doen voort uit de vreugde van de Bruidegom, of uit de zorg om onze eigen positie?
Komt het uit de hemel of uit de aarde? Ik denk een mooie vraag om mee te beginnen in het proces van herontdekken en reiniging. Een mooie adventsvraag.
Liedsuggesties
Lied 442 Op U, mijn Heiland, blijf ik hopen
Lied 446 Zijt Gij waarop de wereld wacht (Ondanks de gevangenisneming blijft Johannes hopen)
Lied 446 Het volk dat wandelt in het duister
Veel adventsliederen dragen het thema van Johannes, het staan op de grens tussen verwachting en vervulling. Ruimte maken voor Hij die komt.
Marleen Stokroos is sinds 2018 kerkelijk werker. Momenteel in de Protestantse Gemeente Leens-Mensingeweer. Daarvoor was ze 30 jaar verpleegkundige binnen diverse werkvelden van de gezondheidszorg. Ze is lid van de redactie Prediking.
Geraadpleegd
Drewermann E. (2025). Beelden van een nieuwe wereld, dieptepsychologische lezing van het Johannesevangelie. Skandalon.