Menu

Premium

Vijgenboom

Hebreeuwse tekst die wordt uitvergroot met een loep

vijgen

De vijgenboom vereist een warm klimaat en komt in onze streken derhalve niet voor. Van oudsher werden de vruchten van de vijgenboom voornamelijk ingevoerd uit landen gelegen in het Midden-Oosten. In het verleden werden in de vastentijd vaak vijgen gegeten. Op dat gebruik zinspeelt de zegswijze ‘vijgen na Pasen’, dat wil zeggen iets komt als mosterd na de maaltijd.

Grondtekst

In het Hebreeuws heet een vijgenboom te’enah (o.a. Num. 20:5; Deut. 8:8; 2 Kon. 18:31; Ps. 105:33; Hoogl. 2:13; Jes. 34:4; Joël 1:7,12; Am. 4:9). Speciale betekenis (zie verder) heeft de uitdrukking ‘zitten onder z’n vijgenboom en wijnstok’ (1 Kon. 5:5; Mi. 4:4; Zach. 3:10). Hetzelfde woord kan ook gebruikt worden voor de vrucht van de vijgenboom, de vijg (Num. 13:23; Jer. 8:13; 24:2,3,5,8; 29:17). Omdat vijgenbomen tweemaal vruchten voortbrengen wordt soms een onderscheid gemaakt tussen vroege vijgen (in het Hebreeuws bikkoerah, vgl. Jes. 28:4; Jer. 24:2; Hos. 9:10; Mi. 7:1) en zomervijgen (in het Hebreeuws te’enah).

Het Grieks kent voor vijgenboom het woord sykè (Mat. 21:19-21; 24:32; Mar. 11:13,20-21; 13:28;

Luc. 13:6-7; 21:29; Joh. 1:48,50; Jak. 3:12; Op. 6:13); een vijg wordt sykon genoemd (Mat. 7:16; Mar. 11:13; Luc. 6:44; Jak. 3:12); eenmaal komt het woord sykomorea voor – in het verhaal over de tollenaar Zacheüs (Luc. 19:4). De vertalers blijken niet eensgezind: een moerbeivijgenboom (Willibrord-vertaling); een wilde vijgenboom (vertaling NBG-1951); eveneens slechts eenmaal is het Griekse woord olynthos te vinden (Op. 6:13) dat wordt weergeven met ‘late vijgen’ (Willibrord) of ‘wintervijgen’ (NBG).

Letterlijk en concreet

Vijgenbomen kwamen veel voor in het oude Israël en worden in de bijbel vaak in één adem genoemd met olijfbomen en/of wijnstokken (Richt. 9:8-13; Am. 4:9; Jak. 3:12). De oogst van de vroege vij gen vindt in de maand juni plaats, terwijl de zomervijgen in augustus rijp zijn. Vijgen kunnen vers gegeten worden. In bijbelse tijden werden de verse vijgen ook verwerkt tot vijgenkoeken. Ze werden niet alleen gegeten, maar ook als geneesmiddel gebruikt (2 Kon. 20:7; Jes. 38:21). Om de vijgen langer te bewaren werden ze gedroogd.

Beeldspraak en symboliek

a.De regeringsperiode van koning Salomo wordt op de volgende wijze getypeerd: ‘hij had vrede met alle gebieden in de omgeving. De Judeeëers en de Israëlieten zaten onbezorgd onder hun wijnstok en hun vijgenboom, vanaf Dan tot Berseba, zolang Salomo leefde’ (1 Kon. 5:4-5). Was dit de werkelijkheid of schildert de auteur een ideaal? Gaandeweg neemt de kritiek op het doen en laten van Salomo toe (1 Kon. 11:1-43). Na zijn dood scheurt het rijk, omdat zijn zoon en beoogde opvolger, Rechabeam, weigert positief te reageren op de klachten van het volk en een milder bewind te voeren: ‘Als mijn vader u een zwaar juk heeft opgelegd, dan zal ik het nog zwaarder maken; als mijn vader u gemarteld heeft met zwepen, dan zal ik het doen met schorpioenen (gesels, in NBG-ver-taling)’ (1 Kon. 12:14).

b.Dit tragisch verleden vormt voor de profeet Micha klaarblijkelijk geen belemmering op bovengenoemd beeld terug te grijpen wanneer hij een beschrijving geeft van de sjalom die zal heersen op de berg van de Heer: ‘Hij zal rechtspreken tussen de vele volken en machtige natiën tuchtigen, al wonen zij nog zo ver. Dan smeden zij hun zwaarden om tot ploegscharen, hun speerpunten tot snoeimessen; geen volk heft het zwaard meer tegen een ander en de oorlog leren zij niet meer. Iedereen zal onder zijn wingerd zitten of onder zijn vijgenboom, door niemand opgeschrikt’ (Mi. 4:3-4).

c.In het voorjaar verschijnen in een snel tempo nieuwe bladeren aan de vijgenboom. Dat is de les die volgens Jezus aan het einde van zijn ‘rede over de laatste dingen’ van het beeld van de vijgenboom kan worden geleerd: ‘als zijn twijgen zacht worden en zijn bladeren zich ontvouwen, dan weten jullie dat de zomer in aantocht is. Zo moeten jullie ook weten: wanneer je deze dingen ziet gebeuren (dat wil zeggen, alle rampen, catastrofes en verschrikkingen die eerder door Jezus werden genoemd), dan staat het (dat wil zeggen, het einde van de wereld) vlak voor de deur’ (Mar. 13:28-29).

d.De vrucht van de vijgenboom speelt in de beeldspraak op verschillende manieren een rol. In dit verband is het van belang te weten dat met name de vroege vijgen als een lekkernij werden beschouwd (Jes. 28:4). De ‘vaderen’ van Israël worden dan ook met vroege vijgen vergeleken -zo gewild en zo geliefd waren zij door God.

e.In het verhaal van Marcus over de verdorde vijgenboom kan Jezus zijn ongeduld niet bedwingen. Naar de natuur gesproken vraagt hij het onmogelijke: ‘Toen ze de volgende dag uit Betanië kwamen, kreeg Hij honger. In de verte zag Hij een vijgenboom, die volop in blad stond, en Hij ging kijken of Hij er misschien iets aan zou vinden. Toen Hij erbij kwam, vond Hij niets dan blad. Want het was niet de tijd van de vijgen’ (Mar. 11:12-13). Kan van een boom geëist worden vruchten te geven voor de tijd? In het verhaal wordt de vijgenboom toch gestraft: de volgende dag blijkt dat hij vanaf de wortel is verdord (11:20-21). De voor Marcus zo typerende verstrengeling van twee verhalen: de vijgenboom zonder vruchten (11:12-15; 20-23) en de reiniging van de tempel (11:15-19) maakt het aannemelijk dat tussen beide episodes een verband gelegd moet worden: onverholen profetische kritiek op de tempel die als ‘onvruchtbaar’ wordt getypeerd. Overigens heeft Matteüs het gewraakte zinnetje uit Marcus niet overgenomen. Het is dan minder vreemd dat de vijgenboom wordt gestraft (Mat. 21:18-22).

f.In het evangelie van Lucas staat bovengenoemd verhaal niet, maar op een andere plek wel een kleine gelijkenis over een onvruchtbare vijgenboom. De strekking van die gelijkenis is het tegenovergestelde: Jezus roept op geduld te hebben: ‘Iemand had in zijn wijngaard een vijgenboom staan. Hij kwam kijken of er vruchten aan zaten, maar vond er geen. Toen zei hij tegen de wijngaardenier: “Dit is nu al het derde jaar dat ik kom kijken of er aan deze vijgenboom vruchten zitten, en er geen vind. Hak hem maar om. Waarom zou hij de grond nog verder in beslag nemen?” (Dan volgt het ontroerende pleidooi van de wijngaardenier:) Hij antwoordde: “Mijnheer, laat hem dit jaar nog staan, zodat ik de grond er omheen kan omspitten en bemesten. Wie weet draagt hij dan volgend jaar vrucht. Zo niet, hak hem dan maar om”‘ (Luc. 13:6-9).

g.Tenslotte, in het scheppingsverhaal wordt verteld dat de mens en zijn vrouw van vijgenbladeren schorten maken wanneer zij ontdekken dat zij naakt zijn (Gen. 3:7). De grootte van die bladeren zal de schrijver op dit idee hebben gebracht.

Praxis

a.Liederen:

Liedboek: Psalm 1; Gezang 39; 119; 488;Alles III: 15; Evangelie III: 6; Gezegend: 21; 37; 176; 257; Verzamelde: 126; 139 (ook als gedicht te gebruiken); ZAD III: 33; Zingend I-II: 159; V: 21.

b.Poëzie:

Hans Andreus, Gedichten 1948-1974, Haarlem 1975, blz. 133: ‘Boombeschrijving’. Muus Jacobse, Het oneindige verlangen, Nijkerk 1982, blz. 25: ‘De vijgeboom’. Guillaume van der Graft, Verzamelde liederen, Baarn 1986, blz. 203: ‘Van de vijgeboom’ (ook als lied te gebruiken). Judith Herzberg, Doen en laten, Amsterdam 19977, blz. 114-115: ‘Jij bent snel en statig…’; 118-119: ‘Kom naar buiten…’.

c.Verwerking:

In het boeddhisme neemt de vijgenboom een voorname plaats in; de boom is daar verbonden met de openbaring aan de boeddha; zittend onder de vijgenboom ontving hij zijn verlichting. Het vijgenblad is metafoor voor de boeddha. In de westerse kunst komt meer dan eens het vijgenblad als bedekking van Adam en Eva in de hof van Eden naar voren. De bijbel verbindt aan de vijgenboom verschillende thema’s, zoals vrede en gerechtigheid, vruchtdragen, welvaart en welzijn, navolging en de zuivere cultus.

Verwijzing

De vijgenboom en zijn vruchten laten raakvlakken zien met ‘vrucht’, ‘boom’, ‘olijfboom’, ‘wijnstok’ en ‘wijngaard’.

Wellicht ook interessant

Bijbelwetenschappen
Bijbelwetenschappen
Basis

De Levende belichaamt onze verwondingen

Wie niet in de gelegenheid was om op de avond van de eerste dag van de week, nu acht dagen geleden, in de vesper het evangelie van die avond te horen (Johannes 20:19-23), zal het op de achtste dag, vandaag, nog wel willen betrekken bij de lezing van het evangelie. We weten niet of het hetzelfde moment was als een week eerder, dat Jezus in het midden van zijn leerlingen, inclusief Tomas, verscheen. Wel waren de deuren opnieuw gesloten. Misschien niet meer uit vrees voor de joden, maar omdat het hart van een van hen, Tomas, nog geopend moest worden.

Bijbelwetenschappen
Bijbelwetenschappen
Basis

‘Opdat ook jullie doen wat Ik jullie heb gedaan’

Volgens de inmiddels overleden opperrabbijn Jonathan Sacks zijn voor een gemeenschap deze drie zaken het belangrijkst: ouders, leraren en gedenken. Ouders en leraren moeten kinderen vertellen over het verleden, om wat toen fout ging in de toekomst te voorkomen en het goede te doen. De onderwerpen in de lezingen van vandaag bevestigen dat belang. Het vertrek uit de slavendienst in Egypte en de voetwassing door Jezus worden nog steeds verteld en herdacht.

Nieuwe boeken