Bij Johannes 20,1-18 ‘Ik ga op reis,’ kondigde rups op een dag aan. ‘Maar we willen niet dat je weggaat,’ zeiden vuurvliegje, kikker en mol. ‘Misschien zien we je nooit meer terug.’ ‘Zou kunnen,’ zei rups, ‘maar jullie kunnen me niet tegenhouden.’ Ze zagen hem gaan. ‘Zou hij nog terugkomen?’ vroeg vuurvliegje zacht. ‘Jammer, het was altijd zo fijn met hem erbij.’ Een paar dagen later klopte kikker bij mol aan. ‘Mag ik bij je komen?’ vroeg kikker. ‘Je mag wel,’ zei mol aarzelend, ‘maar ik denk dat het erg donker is binnen en een beetje benauwd.’ Op dat moment
Het volledige Premium-artikel lezen?
Dit artikel is voor Premium-leden.
Log in en lees onbeperkt alles op Theologie.nl. Nog geen lid?
Krijg toegang tot ruim 11.500 artikelen, waaronder verdiepende vakinhoud, preekschetsen, exegeses, kindermomenten en preekvoorbeelden.
Bekijk Premium >
InloggenLid worden