Menu

Premium

Vlinder

Bij Johannes 20,1-18

‘Ik ga op reis,’ kondigde rups op een dag aan. ‘Maar we willen niet dat je weggaat,’ zeiden vuurvliegje, kikker en mol. ‘Misschien zien we je nooit meer terug.’ ‘Zou kunnen,’ zei rups, ‘maar jullie kunnen me niet tegenhouden.’ Ze zagen hem gaan. ‘Zou hij nog terugkomen?’ vroeg vuurvliegje zacht. ‘Jammer, het was altijd zo fijn met hem erbij.’ Een paar dagen later klopte kikker bij mol aan. ‘Mag ik bij je komen?’ vroeg kikker. ‘Je mag wel,’ zei mol aarzelend, ‘maar ik denk dat het erg donker is binnen en een beetje benauwd.’ Op dat moment kwam vuurvliegje langs. ‘Vuurvliegje,’ riep kikker, ‘wil je bij ons blijven? Dan is het niet zo donker. Ik ga bij mol logeren.’ Binnen maakte mol het gezellig, maar eigenlijk had niemand zin in gezelligheid. Ze dachten aan buiten, aan rups, en staarden stil voor zich uit. Zelfs vuurvliegje vergat te schijnen. ‘Laten we elkaar verhalen vertellen,’ zei vuurvliegje na een poosje, terwijl hij oplichtte in het donker. Ze kropen dicht tegen elkaar aan en begonnen om de beurt verhalen te vertellen. Vooral over de avonturen die ze samen met rups hadden meegemaakt. Ze kregen het er warm van. Tenslotte vielen ze in slaap. Kikker schrok wakker. ‘Mol, ik zie licht,’ riep hij blij. ‘Ga je mee?’ Ze klommen naar het licht toe. Buiten was het warm. Vuurvliegje danste al in de zon, samen met de vlinder. ‘Hallo, vlinder,’ riep vuurvliegje. ‘Waar kom jij vandaan?’ Vlinder ging zitten en vouwde zijn vleugels open in de zon. ‘Jullie hebben me geroepen,’ zei hij. ‘We hebben helemaal niet geroepen,’ zei vuurvliegje. ‘Jullie hebben wel aan mij gedacht,’ zei de vlinder. ‘Is rups daar?’ vroeg mol, die niet zo goed kon zien, maar wel goed kon horen. ‘Ik wist wel dat hij terug zou komen.’

Wellicht ook interessant

Jan Luyken (1700), Origenes onderwijst zijn studenten.
Jan Luyken (1700), Origenes onderwijst zijn studenten.
Basis

Waarom ‘Eeuwig’ toch niet altijd een goed vertaalwoord is

Enkele publicaties vorig jaar, waaronder het boek “Het einde van de Hel” van Reinier Sonneveld, hebben de eeuwenoude discussie of God alle mensen uiteindelijk zal redden1 weer nieuw leven ingeblazen. Een belangrijk argument tegen de leer dat voor ongelovigen de hel de eindbestemming zou zijn, is dat de Hebreeuwse en Griekse woorden die meestal met “eeuwig” vertaald worden, niet de betekenis “eindeloos” hebben. Dat was aanleiding voor het blad Met Andere Woorden (MAW), een vakblad voor Bijbel en vertalen, om een themanummer uit te geven rondom dit woordje, “eeuwig” en “eeuwigheid”. En, hoewel vertalers zich het liefst op de tekst zelf focussen, ontkom je er niet aan keuzes te moeten maken die aan een dergelijke discussie raken.2 Zo moet een vertaler kiezen of hij meegaat in het zo bekende “eeuwig” en “eeuwigheid”, of in navolging van kritiek en diverse onderzoeken voor een andere weergave kiest. In het themanummer verdedigden enkele artikelen de keuze voor “eeuwig”. In de studievertaling waar ik aan mee mag werken, de Nieuwe Concordante Vertaling (NCV),3 is echter een andere keuze gemaakt. In dit artikel laat ik graag zien waarom “eeuwig” toch niet altijd een goed vertaalwoord is.

Een open boek, een zwevend model van de planeet aarde zweeft erboven, tegen de achtergrond van de ruimte met sterren.
Een open boek, een zwevend model van de planeet aarde zweeft erboven, tegen de achtergrond van de ruimte met sterren.
None

Bijbel en sciencefiction

In de komende tijd verschijnen er op theologie.nl diverse artikelen over theologie en
sciencefiction, een genre dat zowel in literatuur, film, videogames als in meer te vinden
is. t Hoe ziet het christendom eruit als we allemaal onze gedachten hebben
geupload in servers, is dat een soort eeuwig leven? Of zou er ook buitenaards leven zijn
dat religieus aangelegd is, en hoe speelt het christendom een rol daarin? Zouden
mensen moeten evangeliseren onder aliens, of komen aliens over 100 jaar misschien bij
ons op aarde evangeliseren?

Nieuwe boeken