Voorhoofd
Misschien is het ons wel eens opgevallen dat Hindoestaanse vrouwen en stip op hun voorhoofd dragen. Wanneer het een rode stip, tika genaamd, is, verwijst dat naar hun gehuwde staat. Tegenwoordig dragen ook niet-gehuwde vrouwen soms deze rode stip, louter als versiering. Ook Hindoestaanse mannen dragen soms een teken op het voorhoofd: een gele stip verwijst ernaar dat zij een dienst hebben bijgewoond; een horizontale gele streep (soms drie strepen) duidt dat iemand vereerder is van Shiva en een verticale gele (soms ook wel een rode) streep vertellen dat de man vereerder van Vishu is. In onze taal kennen wij de uitdrukking ‘Dat staat op zijn voorhoofd te lezen’. Daarmee bedoelen we dat iets duidelijk aan die persoon is te merken. Soms komt het voor dat er letterlijk een teken op iemands voorhoofd staat afgebeeld, net als bij de hindoes. Dit letterlijke teken is meestal een symbool; het verwijst ergens naar. In de bijbel lezen we ook over mensen bij wie een teken is aangebracht op hun voorhoofd. Het teken onthult wie de persoon is en waarvoor hij of zij staat. Het voorhoofd is bij wijze van spreken een boek dat wordt opengeslagen.
Grondtekst
Het Hebreeuwse woord metsach duidt het gedeelte tussen schedel en neus, en betekent dus ‘voorhoofd’ (Ex. 28:38; 1 Sam. 17:49; Jes. 48:4; Jer. 3:3; 9:4; 2 Kron. 26:19-20). De uitdrukking chizqe-metsach kunnen we met ‘hard van voorhoofd’ vertalen (Ez. 3:7; de Septuaginta heeft hier filoneikos, ‘betweterig, twistziek’). Het Griekse equivalent is metoopon. Dit woord treffen we slechts in Openbaring aan, waar het steeds om een teken of naam op (epi) het voorhoofd gaat.
Letterlijk en concreet
a.Als een van de meest zichtbare delen van het lichaam is het voorhoofd heel geschikt om er een kenmerk of omstandigheid van de mens mee te karakteriseren. Op die plek uit zich de melaatsheid van koning Uzzia, een ziekte die hij oploopt vanwege zijn gebrek aan respect voor de Tora. De omstanders, de priesters, zien zo meteen wat er met hem aan de hand is; zij nemen onmiddellijk de maatregelen die gelden voor een melaatse, namelijk verwijdering uit de gemeenschap (2 Kron. 26:19-20). De Filistijn Goliat, tegenspeler van Israël, wordt vernietigend door een steentje in het voorhoofd geraakt (1 Sam. 17:49).
b.Bronnen uit de Oudheid tonen dat mensen soms een merkteken op hun hoofd dragen dat aangeeft van wie zij het eigendom zijn. Zo horen we van slaven die gemerkt worden met een teken dat verwijst naar hun Heer. Dit zal de achtergrond zijn voor de beeldspraak van het getekende voorhoofd in de bijbel.
Beeldspraak en symboliek
a.Het voorhoofd, zo zagen we daarnet, springt er in zekere zin uit. Daarom leent dit lichaamsdeel zich uitstekend voor beeldspraak waarmee iets expliciet wordt uitgedragen. Zo zegt de Heer over Israël dat het vroeger een voorhoofd van koper had (Jes. 48:4) en Hij maakt Ezechiëls voorhoofd hard als diamant om hem op de been te houden tegenover het volk wiens voorhoofd keihard is (Ez. 3:7-9). Het harde voorhoofd van de Israëlieten is beeld voor hun hardnekkigheid, hun ongehoorzaamheid, hun negeren van de Tora. De hardheid suggereert dat het razend moeilijk is een omkeer teweeg te brengen. De uitdrukking ‘hoerenvoorhoofd’, dat de Heer toepast op zijn volk, is beeld van Israëls schaamteloosheid (Jer. 3:3). Als een hoer die ontrouw is jegens haar partner, zó gedraagt het volk zich tegenover zijn Bevrijder. De ontrouw staat op het voorhoofd te lezen!
b.Veelvuldig lezen we over een voorhoofd met daarop een teken of naam. In een van Ezechiëls profetieën krijgt een engelachtige schrijver de opdracht van God om tekens aan te brengen op de voorhoofden van de mensen in Jeruzalem die de meerderheid niet volgen in het doen van kwaad (9:4). Dit teken heet in het Hebreeuws taw. Op hun voorhoofd tekent de schrijver de taw, de laatste letter van het alfabet. In de joodse traditie komen we de gedachte tegen dat de letter herinnert aan het woord Tora, dat ook met een taw begint. Deze klein groep is getrouw gebleven aan de Tora; zij heeft zich niet laten meeslepen door de ontrouwe meerderheid. Welnu, binnenkort zal het gericht zich over het goddeloze Jeruzalem voltrekken, alleen, wie -symbolisch – getekend is, zal worden gespaard (vgl. Ex. 12:21:28). Dit profetische verhaal vormt de basis voor het visioen van Johannes. Niet minder dan achtmaal spreekt hij over een naam of teken op het voorhoofd van mensen. Allereerst spreekt hij over het zegel op het voorhoofd van de knechten Gods (7:3; 9:4). Aldus onderscheiden zij zich van allen die zich hebben overgegeven aan de tegenstander van Christus. Zij genieten goddelijke bescherming, als straks het geweld van het oordeel over mens en aarde trekt. Later aanschouwt hij op de berg Sion (symbool van goddelijke aanwezigheid) de hon-derdvierenveertigduizend (symbool van volheid) verlosten op wier voorhoofd de namen van het Lam en van zijn Vader staan afgedrukt (14:1). Deze namen op het voorhoofd drukken uit dat zij eigendom zijn van deze namen; zij behoren het Lam en de Vader toe. Niemand, ook het om zich heenslaande Beest niet, zal hen uit de handen van God kunnen trekken. In het slotakkoord van Johannes’ gezicht horen we nog eenmaal die machtige stem: ‘…en zij zullen zijn aangezicht zien en zijn naam zal op hun voorhoofden zijn’ (22:4). Van hun voorhoofd is hun identiteit en toekomst af te lezen. Zij dragen in de nieuwe wereld de kenmerken van Christus: er is geen nacht meer, licht is niet langer nodig, zij heersen als koningen. De bedoeling van deze beeldspraak is duidelijk: zij wil de verdrukte christenen bemoedigen. En die troostende tekens hebben zij hard nodig, omdat de tegenstander van het Lam, het Beest, zijn uiterste best doet om alle levenden in zijn klauwen te sluiten. Zoals we vaker zien, drukt Johannes de hevige spanning uit door tegenovergestelde krachten te beschrijven. Tegenover het Lam werkt het Beest. Het Beest lijkt oppervlakkig gezien op het Lam. De volgelingen van het Beest – het Beest staat voor de politiek-religieuze macht die zich verzet tegen het rijk van Christus – krijgen van hem een merkteken op hun rechterhand of voorhoofd (13:16; 20:5). De getekenden zijn zijn eigendom. Hij heeft hen in zijn macht. Ook de vrouw in de woestijn draagt een naam op haar voorhoofd: Geheimenis, dat is het grote Babylon (17:5). Dit Babylon verwijst naar Rome. De vrouw, hoer, symboliseert vermoedelijk de afvalligen van de Heer, zoals dat in het Oude Testament wel vaker naar voren komt. Met die dubbele figuren -getekende voorhoofden van het Lam en het Beest, Jeruzalem en Babylon, Lam en Beest -laat Openbaring de scherpte van de strijd zien. De hoorders beseffen na deze boodschap, dat zij onophoudelijk waakzaam dienen te zijn om de goede weg te blijven gaan!
Praxis
a.Liederen:
Liedboek: Psalm 80; Gezang 109; 110; 114; 115; 166; 266; 352; 402; 443; 454; Gezegend: 100102; Leven: 1; Zingend I-II: 217; III: 82; VI: 85.
b.Poëzie:
Muus Jacobse, Het oneindige verlangen, Nijkerk 1982, blz. 143: ‘Het laatste oordeel’; 205: ‘Het gericht’. Martinus Nijhoff, Verzamelde gedichten, Amsterdam 1975, blz. 513: ‘Gedenkenis’.
c.Verwerking:
We kunnen verwijzen naar het liturgische gebruik een kruisteken op het voorhoofd te maken. Bij de doop van kinderen gebeurt het wel dat de voorganger met de duim een kruisje op het voorhoofd van het kind maakt. Daarbij klinken woorden als: ‘God zij met je’. Ook komt het voor dat een voorganger of een geliefde een kruisteken aanbrengt op het voorhoofd van een dode. Het ritueel verbeeldt de geborgenheid in Christus. Kijken we naar de bijbelse betekenis van het voorhoofd met teken dan zien we de volgende thema’s: verleiding en strijd, verbondenheid God en mens, vertrouwen, overgave, identiteit en de keuze voor de goede weg.
Verwijzing
Het voorhoofd hangt zeer nauw samen met ‘hoofd‘. Aangezien het deel uitmaakt van het ‘gelaat‘, moeten we dit woord er evenzeer bij betrekken. Zie voorts ‘huid ‘ (tatoeage) en ‘zegel‘.