Menu

None

Waarom nu nog geloven?

Waarom geloven we? Dat is toch een overblijfsel uit het verleden, iets uit een tijdperk waarin bijgeloof gemeengoed was, wat in de hedendaagse rationele en vanuit de wetenschap gestuurde cultuur volkomen misplaatst is? De heersende sociale retoriek van onze tijd verwerpt elke vorm van geloof als iets wat zich op een duistere schaal tussen raar en toxisch bevindt. De Eeuw van het Geloof blijft in primitieve samenlevingen misschien nog hangen, maar in het Westen is die in diskrediet geraakt en vervangen door de verlichting. We hoeven niet verder te kijken dan het rijk van de rede en de wetenschap en doen we dat wel, dan eindigen we in de wildernis van bijgeloof en irrationaliteit. Geloof is raar, een symptoom van een geestelijk gebrek, een ontoereikende opleiding of een fundamenteel onvermogen om juist te redeneren.

Blind geloof

Nog zorgwekkender misschien: geloof is toxisch. Als je iets gelooft wat niet bewezen is, dan geloof je uiteindelijk álles wat niet bewezen is, waardoor je het slachtoffer wordt van een ‘blind geloof’, wat sociaal en politiek gevaarlijk is. Misschien vind je het amusant dat er minder ontwikkelde mensen zijn die in een hemelse fee geloven. Maar wat als dat waanidee hen ertoe brengt zich met vliegtuigen in gebouwen te laten boren? Er moet toch zeker worden ingegrepen om dergelijke achterlijke en verwoestende manieren van denken uit te bannen? Richard Dawkins verwoordde de diepgaande culturele angsten over geloof en religie die bij velen leefden en die zich rond de eeuwwisseling uitkristalliseerden: ‘Ik denk dat we kunnen stellen dat geloof een van de grootste kwaden van de wereld is, vergelijkbaar met het pokkenvirus, alleen veel moeilijker uit te roeien.’1

De heersende sociale retoriek van onze tijd verwerpt elke vorm van geloof

Als gevolg van de terroristische aanslagen op 11 september 2001 veranderde onvermijdelijk de toon van het geloofsgesprek. Veel politiek commentatoren beschouwden die aanslagen als het gevolg van het Amerikaanse buitenlandbeleid en de militaire interventies in het Midden-Oosten, wat in die regio zorgde voor de eis om vergelding. Eén analyse geeft aan dat de westerse sancties tegen Irak in de periode tussen de twee Golfoorlogen in meer doden hebben veroorzaakt dan ‘alle zogenaamde massavernietigingswapens door heel de geschiedenis heen’.2

Christopher Hitchens, Richard Dawkins en Sam Harris herdefinieerden deze gebeurtenis echter als bewijs voor de gevaren van religie. Religie werd ervan beticht de ‘opium van het volk’ te zijn, afbreuk aan het normale geestelijke functioneren te doen en tot extremisme en geweld te leiden. Ze zeggen dat niets een idee kan tegenhouden wanneer de tijd daar is; voor veel mensen waren zij de profeten van een nieuw wereldbeeld dat had liggen wachten tot de tijd rijp was.

Dwaalspoor

Het nieuwe atheïsme werkte een scherpzinnige retoriek in de hand, die een al lang bestaande academische discussie over de redelijkheid van het religieuze geloof veranderde in een politieke bliksemafleider waarin de conventies van zorgvuldig debatteren en persoonlijke wellevendheid terzijde werden geschoven. Er verschenen stickers op auto’s, die niet gehinderd werden door enig besef van waarheid of moraliteit: ‘Ik denk, daarom ben ik atheïst.’ Of: ‘God doodt geen mensen. Mensen die in God geloven, doden mensen.’

Antitheïsme probeert mensen schaamtevol afstand te laten nemen van religie

Deze aanklachten waren niet langer alleen op religieuze ideeën, maar ook op religieuze mensen gericht. Er werd beweerd dat ze op een dwaalspoor waren gebracht en gevaarlijk waren, en daarom uitgesloten moesten worden van de maatschappij en van invloedrijke posities. Auteur Marilynne Robinson schreef dat het misschien wel onvermijdelijk was dat religie ‘uit het culturele gesprek was verdwenen’. Het lijkt erop dat religie zo beschaamd is gemaakt dat ze in de kantlijn van onze cultuur is terechtgekomen, en daarmee uit de openbaarheid is verdwenen.

Deze ontwikkeling werd niet door iedereen met berusting begroet. Greg Epstein, humanistisch geestelijk verzorger aan Harvard University, was een van de velen die protesteerden tegen het feit dat mensen vanwege hun geloof te schande werden gemaakt.

Antitheïsme

Hoewel atheïsme gaat om het ontbreken van het geloof in een mogelijke god, betekent antitheïsme het actief opsporen van de slechtste aspecten van het geloof in God en die afbeelden als representatief voor alle religies. Antitheïsme probeert mensen schaamtevol afstand te laten nemen van religie en intimideert hen over de dwaasheid van hun geloof in een oorlogszuchtige god.3

Inmiddels lijkt er echter een verschuiving in de culturele gemoedstoestand te hebben plaatsgevonden, deels als reactie op deze onnodige ontmenselijking van religieuze gelovigen. De feministische, atheïstische blogger Ashley Miller nam afstand van haar meer geringschattende collega’s die aangaven dat ‘mensen die religieus zijn niet de moeite waard zijn en dat ze beslist te dom zijn om met respect te worden behandeld’. In haar ogen was het atheïsme tribaal geworden.4 ‘Wij ontmenselijken mensen die het niet met ons eens zijn in plaats van over ideeën te discussiëren.’

Terugkijkend op de bliksemsnelle opkomst van het nieuwe atheïsme vroeg de Nieuw-Zeelandse blogger en cultuurcriticus Giovanni Tiso zich af hoe ‘zo’n overduidelijk gebrekkig intellectueel project’ erin was geslaagd ‘onder zo veel mensen zo lang’ gezag te hebben.5 Een tijdlang leek deze mening de toekomst te vertegenwoordigen, om uiteindelijk te worden verbannen naar de lange lijst afgedankte pseudozekerheden die de eindversie niet hebben gehaald. Het is een idee waarvan de tijd is verstreken.

Een ingrijpender, maar wel minder duidelijke verschuiving vond echter plaats op het intellectuele niveau – het groeiende besef binnen reflectieve atheïstische kringen dat de geweldige achttiende-eeuwse verlichting in de zoektocht naar betekenisvolle, universele waarheden kennelijk heeft gefaald.

Feit en mening

Er ontstond ook enig ongemak over de manier waarop de retoriek van de ideeën pal voor onze ogen werd gecontroleerd en gemanipuleerd, en dat zonder hoger bewijsniveau. Hoewel veel mensen sceptisch blijven over Nietzsches opvatting dat er ‘geen morele feiten’ bestaan en dat de moraal ‘slechts een duiding van bepaalde fenomenen’ is,6 bestaat het vermoeden dat veel van de vermeende ‘zekerheden’ van onze tijd slechts invloedrijke meningen zijn die vandaag de dag criteria voor culturele aanvaardbaarheid zijn geworden, maar die in de toekomst misschien wel worden verlaten.

[…]

In dit boek wordt gepleit voor een herijking van het begrip ‘overtuiging’, en voor een genuanceerder verstaan van de positieve rol die ze in het leven van individuen en gemeenschappen speelt. Ik zal verkennen waarom bepaalde onbewezen overtuigingen veel aanvaardbaarder zijn dan andere. Zoals te verwachten is, is dat geen eenvoudige taak; de complexiteit ervan onder ogen zien helpt ons echter beter te begrijpen wat het betekent mens te zijn, en met welke uitdagingen wij in een wereld vol onzekerheden te maken hebben.

  1. Richard Dawkins, ‘Is Science a Religion?’ The Humanist (deel 57, januari/februari 1997), p. 26. ↩︎
  2. Peter Slezak, ‘Gods of the State: Atheism, Enlightenment and Barbarity’. In Politics and Religion in the New Century: Philosophical Perspectives, red. Philip Andrew Quadrio en Carrol Besseling (Sydney: Sydney University Press, 2009), p. 42-72. ↩︎
  3. Greg M. Epstein, ‘Less Anti-Theism, More Humanism’. Washington Post, 1 oktober 2007. ↩︎
  4. Ashley Miller, ‘Atheist tribalism poisons everything’. The Orbit, 2 oktober 2015, https://the-orbit.net/ashleyfmiller/tag/poisons-everything/. ↩︎
  5. Giovanni Tiso, ‘With Religious Fervour’. New Humanist, 24 juli 2019. ↩︎
  6. Friedrich Nietzsche, Afgodenschemering: Of hoe men met de hamer filosofeert (Amsterdam: De Arbeiderspers, 1997), e-book, p. 37. ↩︎

Alister McGrath is toonaangevend in de christelijke wereld. Hij is als hoogleraar historische theologie verbonden aan de Universiteit van Oxford.


Alister McGrath, Waarom nu nog geloven? Onszelf begrijpen in een complexe wereld. Uitgeverij: Utrecht, KokBoekencentrum Uitgevers, 2025. 272 pp. € 22,99. ISBN 9789043542852

Wellicht ook interessant

Petra Schipper
Petra Schipper
Basis

Korte Metten: Wereldvreemd

“Je bent wereldvreemd”, zei hij tegen mij en ik had geen idee wat dat betekende. Logisch, want ik was wereldvreemd. Vijftien jaar oud was ik toen. We kenden elkaar van de christelijke koffiebar. Ik een gereformeerd meisje, hij van de ‘vergadering van gelovigen’. Het verbaasde me wel, dat hij mij wereldvreemd noemde. Hun leer was heel specifiek, hij wist alles van de bedelingen, de opname en wederkomst van Jezus; ik had daar nog nooit over nagedacht. Mijn moeder zat volop in de vredesbeweging. Zijn ouders gingen naar christelijke kooroptredens in De Doelen. Anderzijds luisterden wij alleen naar klassieke muziek en wijdde hij mij in, in genres met elektrische gitaren. Wat betekent dat dan, wereldvreemd?

Nieuwe boeken