Menu

Premium

Wat is dat voor wijsheid?

3e zondag van Pasen (Ezechiël 2,1-7 en Marcus 6,1-6)

De evangelist Marcus is kort van stof. Maar hij zet er wel van het begin af aan de sokken in. Er is haast geboden. Tenslotte staat het Koninkrijk van God op doorbreken. Dat heeft hij in Jezus zien gebeuren. Het was trouwens het eerste woord dat Jezus zelf sprak volgens Marcus: ‘De tijd is aangebroken, het koninkrijk van God is nabij: kom tot inkeer en hecht geloof aan dit goede nieuws’ (1,15). Maar heeft deze dynamiek, deze kracht die van Hem uitgaat, wel voldoende basis? Wat is wijs in dezen?

Collega Ezechiël staat, zoals velen ook over Jezus opmerken, in een profetische traditie. Geroepen tijdens een roepingsvisioen in de woestijnperiode van de Babylonische ballingschap, opende zich voor hem de hemel, zag hij een stormwind: de adem van de Eeuwige, de Geest van God die vier wezens voortdrijft, ‘waarheen Gods Geest hen ook maar dreef en leidde’ (1,4-5.12.20). Hij hoorde geluiden en stemmen. Een openbaring, sterk gelijkend op de ervaring of het visioen dat Jezus kreeg tijdens zijn doop: ‘Op het moment dat Hij uit het water omhoogkwam, zag Hij de hemel openscheuren en de Geest als een duif op zich neerdalen, en er klonk een stem uit de hemel: Jij bent mijn geliefde Zoon… En meteen dreef de Geest hem de woestijn in’ (Marc. 1,10-12). Uit de hemel zonder grenzen hoorde Ezechiël een stem die zei: ‘Ben-adam, zoon van Adam, mensenkind, sta op.’ ‘En’, zegt Ezechiël, ‘er voer een geest in mij die me deed opstaan’ (2,1-2).

Er is een gedrevenheid, er is een noodzaak, er is een roeping, er is een opstanding. Maar tegen dat alles is er verzet, weigering, gelatenheid. Ondanks de (genezende) krachten die zichtbaar worden en heilzaam zijn, ondanks de geest van wijsheid, van kennis en goede raad groeit ook de weerstand. Israël heeft een wachter nodig om hen te waarschuwen (3,16). Een onverschrokken – ‘je hoeft voor hen niet bang te zijn’ – stem van de Eeuwige, die in hun midden zal zijn. En ze zullen het weten! (2,5)

Voortdurend onderweg

Zoals gezegd, ook Jezus wordt voortbewogen door de Geest. Hij beweegt zich – na zijn doop in de Jordaan – voortdurend heen en weer rond Kafarnaüm en het meer van Galilea. Eigenlijk is heel Galilea zijn terrein. ‘In heel Galilea bracht Hij het nieuws en dreef demonen uit’ (1,39). Hoewel afkomstig uit Nazaret bevindt zijn ‘thuis’ zich in Kafarnaüm (2,1). Er is een spel tussen deze plaatsen, aangeduid als ‘thuis’ en ‘vaderstad’. Maar men kan zeggen dat Hij meer in Kafarnaüm thuis is dan in Nazaret. De voortdurende bewegelijkheid is de hoofdzaak. Van de ene synagoge naar de andere. En dan weer naar het meer (4,1). Als je dat allemaal zo leest in die eerste hoofdstukken zou je er moe van worden. Geen tijd om stil te zitten. Dagelijks rondtrekkend. Het goede nieuws is zo groot dat er geen tijd te verliezen valt. Dag en nacht onderweg, rond het meer, en over het meer, op het meer, dan weer de overkant. Er is geen houden aan.

Daarbij gaan verkondiging en genezing hand in hand. Er is zelfs een opstanding uit de doden, uit de dood die als een slaap is. Er ging een toenemende kracht van Hem uit, een dynamiek, zo staat er (5,30). Hij wist het zelf niet, was het zich niet bewust… tot op het moment dat een vrouw na twaalf jaar van ziekte genezen werd door zijn bovenkleed van achter aan te raken. Dan kan zelfs een meisje van twaalf uit de dood (‘het slaapt’) opstaan.

Aanstoot

Eindelijk dan vandaag een kalme dag, sabbat (6,1-2). Jezus gaat terug naar zijn vaderstad. Zijn leerlingen gaan met Hem. Op naar de synagoge. Rust en onderricht, horen en lernen in het huis van samenkomst. En Jezus gaf onderricht. Werd Hem de boekrol ter hand gesteld voor de lezing, zoals Lucas vermeldt (4,15-17)?

Marcus weidt er niet over uit, hij gaat direct door naar het effect van Jezus’ onderricht. Dat roept meer dan verbazing op. En dat kan ook weer verbazen. Want iemand die toch al langere tijd in zijn eigen vaderstad bekend zal zijn geweest – ‘wonen zijn zusters niet bij ons?’ – daar zal men toch niet van opkijken dat Hij woorden spreekt die opvallen, dat Hij tekenen doet die mensen genezen? Dat zullen ze van Hem toch wel eerder gemerkt hebben? De tekenen misschien niet, maar zijn woorden? Er is dan ook meer aan de orde. Er is een ‘niet willen horen’. Een toenemende irritatie. Dat waar Ezechiël al over sprak. De vreugde van het doorbreken van het Koninkrijk van God gaat Jezus wat kosten.

Waar vandaan?

Waar heeft Hij het vandaan, die woorden, die kracht, die wijsheid van ‘die daar’ (Gr.: houtos – driemaal)? Ze beseffen wel dat ‘die Hem gegeven is’. Hij zuigt het niet uit zijn duim. Jezus geeft geen antwoord op hun vraag, die ook eigenlijk geen vraag is maar een openlijke afwijzing, een jaloerse opmerking. Er is niets neutraals aan die vraag. Het eindigt met: ‘Hij kon daar geen enkel wonder doen. Behalve dat Hij een paar zieken de handen oplegde en hen genas.’ Alsof dat geen wonderen zijn!

Duidelijk wordt: zijn verkondiging ondervindt toenemend onbegrip en weerstand. Maar Jezus stopt niet. Integendeel, Hij breidt zijn missie uit. Direct resultaat van het ongeloof in zijn vaderstad is de vermenigvuldiging van het aantal verkondigers: niet één maar twaalf. Hij betrekt hen in zijn taak om te doen wat Hij doet. Tussen hun vertrek (6,12) en hun terugkomst (6,30) horen we dan nog hoe het hun kan vergaan: kijk hoe het Johannes de Doper vergaan is. Ze dragen eigenlijk de dood van Johannes, die wordt beschreven als zijn opstanding, in hun midden mee.

Deze exegese is opgesteld door Nico Vlaming.

Wellicht ook interessant

None

Postma – Doen als Jezus

Als medewerker van de zendingsorganisatie European Christian Mission bevind ik mij regelmatig in crossculturele kringen. Tussen de regels door vang ik weleens op hoe men over Nederlanders denkt. ‘Weet jij eigenlijk wel hoe de spoorlijnen in jullie land zijn ontstaan,’ vraagt een Britse collega mij. Ik schud mijn hoofd met een glimlach, omdat ik aan zijn pretoogjes zie dat hij hem nu gaat inkoppen. ‘Toen twee Nederlanders vochten om een stuiver.’ Ik sla terug met een leuke grap over Brexit.

None

Kooten – Echo’s van het goede nieuws

Dit boek biedt een culturele, historische en literaire herwaardering van de evangeliën. We denken vaak aan de bijbelse wereld als een mysterieuze en sym­bolische wereld die losstaat van de werkelijkheid, maar dit boek probeert die bijbelse evangeliën in hun werkelijke context te plaatsen en laat ook hun blij­vende betekenis zien. Het is noch een inleiding, noch een compendium, noch een commentaar, maar een culturele en historische verkenning die lezers helpt te begrijpen waarom de auteurs van de evangeliën hun verslagen schreven, wat kenmerkend is aan elk van de evangeliën, en hoe ‘het evangelie’ – ‘het goede nieuws’ van Jezus – in elk van deze vier evangeliën doorklinkt.

Nieuwe boeken