Menu

None

Wat is de relatie tussen uitverkiezing, rijkdom en armoede?

Een nieuwe kijk op uitverkiezing

Een ichtus-vis van metaal staat op een eurobriefje van vijftig
Uit wie bestaat het Koninkrijk van God? (beeld: Marek Studzinski via Unsplash)

Dit artikel is samengesteld vanuit fragmenten van het nieuwe boek De hemel te rijk: Een nieuwe kijk op uitverkiezing van Pieter Dirk Dekker.

Hoe verhoudt Gods voorkeur of zelfs keuze voor de armen en kwetsbaren zich tot een universele kerk, een kerk voor iedereen? Ook de bevrijdingstheologen worstelden met deze vraag. Onder andere in reactie op de kritiek van de Congregatie voor de Geloofsleer schreef Gustavo Gutiérrez dat de voorkeur voor de armen vooral begrepen moet worden als prioriteit. En niet als exclusiviteit, dus. In de praktijk lijkt dit voor Gutiérrez echter te betekenen dat de kerk als Koninkrijksgemeenschap wel degelijk voornamelijk uit armen en kwetsbaren bestaat, of in ieder geval zou moeten bestaan.

Rijkdom en armoede in de Jakobusbrief

Cover van Te hemel te rijk

Hoe ziet de auteur van de Jakobusbrief dit? Nu, als ik hem goed begrijp, dan doen we er verstandig aan om ons in verband met armoede en rijkdom niet al te snel terug te trekken op het idee van de universaliteit van de kerk. Het is echt onvoldoende om zoals Johannes Calvijn enkel te zeggen dat God niet kijkt naar ‘geld en goed’, dat God kiest zonder aanzien des persoons. Want wat Jakobus schrijft, sluit in grote lijnen aan bij wat ik in het eerste deel beschreven heb: God kiest de armen en begint zo voor en met hen een gemeenschap waarin het eeuwige Koninkrijk nu al gestalte krijgt. Dit wordt duidelijk als je goed kijkt naar Jakobus’ brief als geheel.

In zijn brief tekent Jakobus voortdurend twee concurrerende, elkaar uitsluitende rijken of invloedsferen. In vers 1 van hoofdstuk 2 contrasteert hij bijvoorbeeld ‘geloof’ en ‘partijdigheid’. Zulke contrasten komen steeds terug. Jakobus beschrijft aan de ene kant het rijk van de wereld met termen als ‘begeerte’, ‘zonde’ en ‘dood’. Hierbij horen zaken als ‘kwaadsprekerij’, ‘conflict’, ‘jaloezie’ en ‘trots’. En ook rijkdom valt in deze categorie. In hoofdstuk 1:11 schrijft Jakobus: ‘Als de zon gaat branden en het gras door de hitte verdort, valt de bloem af en is het gedaan met zijn schoonheid. Zo zal ook de rijke vergaan terwijl hij volop met zijn zaken bezig is.’ Tegenover dit rijk van de wereld staat het rijk van God. Dit rijk wordt gekarakteriseerd door naastenliefde, ‘zachtmoedigheid’ en ‘weduwen en wezen bijstaan in hun nood’, ‘waarheid’ en ‘vrijheid’.

God kiest de armen

En het is aan dit (Konink)rijk dat de armen volgens Jakobus 2:5 deel krijgen. Niet omdat ze daar vanwege hun armoede recht op hebben – in die zin is er inderdaad geen sprake van aanzien des persoons in de traditionele zin zoals Calvijn die bedoelt – maar omdat God daartoe besloten heeft: God heeft immers ‘juist hen die naar wereldse maatstaven arm zijn, uitgekozen om rijk te zijn naar de maatstaven van het geloof en deel te krijgen aan het koninkrijk dat Hij heeft beloofd aan wie Hem liefhebben’. Met Lucas 6:20 zegt Jakobus dus: ‘Gelukkig jullie die arm zijn, want voor jullie is het koninkrijk van God.’

Dat de kerk als gemeenschap waarin het Koninkrijk gestalte krijgt, een plek is voor iedereen, is voor Jakobus dus niet vanzelfsprekend. Als reflectie van Gods onpartijdigheid betekent de universaliteit van de kerk in ieder geval niet, dat het voor deelname aan het Koninkrijk niet uitmaakt of je rijk bent of arm. Jakobus zou de wenkbrauwen immers ernstig fronsen wanneer mensen suggereren dat geloof en rijkdom prima samengaan: aardse rijkdom – dat past veel beter bij de wereld dan bij het Koninkrijk van God. Zoals Jezus eens zei: ‘Het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan.’

Rijkdom, armoede en uitverkiezing

Natuurlijk: elke bijbeltekst legt eigen accenten. Zoekend naar een samenhangend theologische verhaal, dat bovendien spreekt tot de kerk en samenleving van vandaag, doe ik deze accenten ongetwijfeld enig geweld aan. Maar stel dat ik dat verhaal, mijn kijk op verkiezing, toch enigszins samenhangend en behapbaar zou willen samenvatten. Dan zou ik ‘verkiezing’ op basis van het boek kunnen typeren als (aanduiding van)

de uitdagende wijze waarop God, in lijn met de keuze voor het kleine Israël, in een gebroken wereld kiest voor de armen en anderszins kwetsbaren. God stelt zich in het kruis en de opstanding van Jezus Christus aan hun kant. Zo geeft God, voor en met de armen, nu al iets van het eeuwige Koninkrijk van recht, barmhartigheid en trouw gestalte. In dat Koninkrijk wordt enerzijds Gods heilzame zorg voor deze kwetsbaren al enigszins tastbaar. Anderzijds confronteert het die nog altijd gebroken, statusgevoelige wereld met haar diepe afhankelijkheid van God, en spoort haar aan tot gelovige navolging van Gods keuze voor de armen.

‘Mooi gevonden hoor. Sympathiek, dat ook. Maar is dit echt hoe God verlossing brengt? Er zijn toch ook bijbelteksten die een ander beeld geven van God en Gods plannen met de wereld. En is dit dan echt waar verkiezing over gaat? De gereformeerde traditie lijkt er iets heel anders mee te bedoelen…’

Is dit echt hoe God verlossing brengt?

Maar als het erop aankomt om je als rijke goed te verhouden tot Gods keuze voor de armen, dus om, zoals ik in het boek beschrijf, te leven gelijk een erfgenaam van Abraham betaamt, is de grond onder je verlossing dan nog wel Gods genade? Nu, mijn (omwille van de ruimte veel te beknopte) bespreking van de Romeinenbrief in het licht van het Nieuwe Perspectief op Paulus heeft mijn vermoeden bevestigd dat deze tegenwerping in zekere zin een valse tegenstelling behelst.

Het klopt dat Paulus grote nadruk legt op de wijze waarop verlossing geworteld is in Gods initiatief, zoals ten volle geopenbaard in Jezus Christus. Dat initiatief kleurt ook bij Paulus mee met Gods keuze voor de armen, zoals andere bijbelteksten daarover spreken. Maar tegelijkertijd vraagt dit goddelijke initiatief volgens Paulus om antwoord, om een leven dat past bij dit verbond, bij deze nieuwe gemeenschap. En ook daarin staat hij dus niet ver af van de lijn die ik in dit boek trek: verlossing en dankbaarheid zijn dikwijls nauwer verweven dan de gereformeerde trits op het eerste gezicht doet vermoeden.

Je hebt geen welvaart of andere bron van status nodig, God komt je te hulp

Hoe zit het dan met het individuele heil zoals de Dordtse Leerregels daarover willen spreken? Ik meen het beste bij Paulus en het bredere bijbelse getuigenis over Gods keuze voor de armen aan te sluiten, wanneer ik hierover spreek analoog aan het verbond. En voortbouwend op het pleidooi in dit boek voor separerend spreken over zonde en ellende, wil ik ook hier onderscheidingen maken. Voor de armen, zij die lijden onder het kwaad dat hen door anderen wordt aangedaan, valt de nadruk op Gods verlossende initiatief: je hebt geen welvaart of andere bron van status nodig, God komt je te hulp. Voor de rijken impliceert dit een pijnlijke erkenning dat ze zich geenszins kunnen laten voorstaan op hun geld en goed – sterker nog, deze staan veeleer in de weg. Voor hen, voor de mensen die bewust of onbewust het leed van anderen vergroten, ligt het theologische zwaartepunt dan ook bij de menselijke (ver)antwoordelijkheid.

Een nieuwe kijk op uitverkiezing

Goede theologie spreekt op de juiste tijd het juiste woord over Gods verlossing van mens en wereld. Daarom heb ik in dit boek gepleit voor een nieuwe kijk op uitverkiezing, in lijn met bijbeltekten als Lucas 1, 1 Korintiërs 1 en Jakobus 2: God heeft de armen uitverkoren, en niet de rijken. Naar mijn idee helpt de beladen taal van uitverkiezing namelijk om opnieuw goed over het voetlicht te brengen, op welke uitdagende wijze het evangelie ingrijpt in een gebroken wereld. Dat is hard nodig. Want als je afgaat op de gemiddelde samenstelling van gevestigde kerken in Nederland, zou je haast denken dat Jezus kwam om aan de rijken goed nieuws te verkondigen…

Met mijn nieuwe kijk op uitverkiezing laat ik (…) bewust vragen open. Ik schreef al vaker: de werkelijkheid laat zich niet in één blik vangen. Zeker de werkelijkheid van Gods verlossingswerk niet. Het spreken van het juiste woord op de juiste tijd vereist dat de dogmatiek soms, naar een woord van Noordmans, ‘scheef getrokken’ wordt. In zekere zin doet mijn nieuwe kijk op uitverkiezing met zijn sociaaleconomische nadruk op menselijke (ver)antwoordelijkheid dat ook, tegen een theologische prijs.

De werkelijkheid laat zich niet in één blik vangen

Ook mijn kijk op uitverkiezing heeft dus niet het laatste woord. Het was mij menens, toen ik in de inleiding op dit boek schreef dat ik het nodig heb dat jij met me meekijkt, want samen zien we meer. Dit laat onverlet dat ik geloof dat juist deze nieuwe kijk op uitverkiezing vruchtbaar kan zijn in onze tijd en voor mensen als ik. Hij kan hopelijk helpen om weer de juiste toonhoogte te vinden: de toonhoogte van Gods ode aan de verliezer.

Pieter Dirk Dekker studeerde theologie in Apeldoorn, Amsterdam en Oxford. Zijn boek De hemel te rijk komt voor uit zijn promotieonderzoek aan de VU Amsterdam en de KU Leuven naar de relatie tussen uitverkiezing, rijkdom en armoede.


Pieter Dirk Dekker. De hemel te rijk. Een nieuwe kijk op uitverkiezing. Utrecht: KokBoekencentrum, 2024. 192 pp

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken