Werkstuk
Spiegelverhaal
Coen is supertrots op het werkstuk dat hij heeft gemaakt. Het gaat over Italië en daar weet Coen alles van, want hij is er al heel vaak geweest. Hij kan zelfs een beetje Italiaans! En hij heeft allemaal plaatjes opgeplakt, en nu weet Coen zeker dat hij een tien krijgt. Dat moet wel. Want hij heeft het perfect gedaan. Beter kan niet.
Slechter kan wel. Ja, Coen weet het precies, de kinderen die slechte werkstukken maken. Zoals Maik. Maik heeft er vast weer een knoeiboel van gemaakt, hij doet echt nooit zijn best. En nog erger: Maik kijkt altijd af.
Ah, daar is meester Bart! Trots loopt Coen recht op de meester af. ‘Kijk,’ zegt hij heel hard zodat iedereen het hoort, ‘Kijk, meester, mijn werkstuk. Het is precies zoals het moet zijn. Ik denk dat het wel het beste werkstuk is dat je ooit hebt gezien. Want het is geen knoeiboel en ik heb heel erg mijn best gedaan en ik heb alles zelf bedacht en natuurlijk niet afgekeken en zo.’ Haha, Coen lacht heel tevreden.
Maar huh, wat is dat nou? Coen kijkt naar meester Bart, maar meester Bart kijkt niet naar Coen en ook niet naar zijn werkstuk. Meester Bart loopt weg en laat Coen daar zomaar midden in de klas staan.
Pas als Coen zich omdraait, ziet hij dat Maik bij de deur van de klas staat en niet durft binnen te komen. Hij kijkt alleen maar naar de grond en hij schuifelt met zijn voet. Meester Bart gaat op zijn hurken voor Maik zitten. Maik fluistert iets tegen meester Bart. Coen kan niet verstaan wat. Maar dan krijgt Maik een aai over zijn bol van meester Bart! En Maik lacht en knikt en dan huppelt hij naar zijn stoel.
Nou ja, Coen snapt er niets van.