Menu

Premium

Woord vooraf

Onderdeel van Horen naar de stem van God

Dit boek gaat over de preek, dat wonderlijke en tegelijk vertrouwde gebeuren. Voor kerkgangers is het vertrouwd om de voorganger het woord te horen nemen. Je hoopt dat er dan ook echt iets gebeurt. Dat je meegenomen wordt en iets ervaart van de werkelijkheid van Gods nabijheid. Dat is dan ook de wonderlijke kant van het gebeuren. Hoe kan dat eigenlijk, dat God zijn genade uitdeelt, terwijl er een mens aan het woord is die ook maar gewoon zijn plek in deze alledaagse werkelijkheid heeft?

Dat wonderlijke en vertrouwde gebeuren speelt zich al eeuwenlang af daar waar mensen in Gods naam bij elkaar komen. Vanwege dat wonder heeft de preek ook altijd de gedachten op gang gebracht over het geheim dat daar wel in moet liggen.

Dat is de reden waarom ik nog een boek toevoeg aan alle boeken die al over de preek zijn geschreven. Je raakt er namelijk niet over uitgedacht. En dat betekent dat er ook steeds nieuwe vragen gesteld worden. In de jaren dat ik zelf geroepen werd om te preken en later om ook preek-onderwijs te geven heeft dat gegeven me eindeloos geboeid. Vaak gaat het dan ook over de vraag: hoe doe je dat, preken? Een vraag die steeds urgenter lijkt te worden. Dat kun je soms ook goed begrijpen, bijvoorbeeld als je kerkgangers teleurgesteld ziet worden in wat ze meekrijgen. Als er in en onder de preek niet gebeurt waar je op hoopte, vraag je je af: zou het ook anders kunnen?

Het is wel frappant om te zien hoe er in het gesprek rond de preek steeds een golfbeweging gaande is. Aan de ene kant die vraag: hoe kan dat, dat kleine, zondige mensen het Woord van God doorgeven? Aan de andere kant die vraag: hoe doe je dat, preken op zo’n manier dat mensen er ook echt mee verder kunnen in hun leven met God? De ene vraag draait eigenlijk om de theologie van de preek, de andere om de preekmethode. Die twee kunnen niet zonder elkaar. Om die reden verbind ik ze ook aan elkaar in mijn bespreking van actuele, centrale vragen rond de preek.

Intussen besef ik goed dat dit boek maar een bescheiden bijdrage is in dat gesprek dat ook al eeuwen doorgaat. Bij het schrijven ben ik opnieuw onder de indruk gekomen van het brede spectrum waarover dat gesprek zich uitstrekt. Het is eenvoudig niet te overzien. Om daarom een hoofdlijn te kunnen blijven volgen heb ik bij meerdere splitsingen besloten belangrijke zijwegen toch maar niet in te slaan en me te beperken tot de kernvragen. Belangrijke onderwerpen als de verhouding van liturgie en preek, hermeneutische vragen rond het lezen van de Bijbel, preken in een andere setting dan de reguliere eredienst, de relatie ambt en preek en de geschiedenis van de preek heb ik daarom wel meer of minder aangesneden maar verder niet uitgediept. Dit boek voelt voor mij daarom niet ‘af’, terwijl ik het toch wil loslaten.

Als je je mengt in het gesprek rond de preek merk je dat je niet de eerste bent die over de preek nadenkt. Het was een feest om de neerslag van zoveel diverse gedachten die door de eeuwen heen in kerk en theologie opgekomen zijn te leren kennen en te verwerken. In de hierna volgende hoofdstukken verantwoord ik dat steeds. Maar gelukkig waren er ook mensen met wie ik het gesprek in levenden lijve kon voeren. Ik heb daar veel aan te danken. Daarom wil ik enkele van hen hier apart noemen. Allereerst denk ik daarbij aan het permanente gesprek met studenten. Het is fascinerend om jaar na jaar bij zoveel jonge mensen het enthousiasme voor de preek te zien groeien, terwijl ze behoorlijk kritisch kunnen zijn over wat ze zelf soms in preken te horen krijgen. Juist in de gesprekken (en de oefeningen!) met hen groeide mijn verwondering voor wat God doet in de preek. Naast de studenten heb ik veel te danken aan mijn collega’s. Toen ik het eerste plan voor dit boek had geschreven, heb ik het aan hen voorgelegd om commentaar. Want preken leer je niet alleen van een homileticus. Een preek is een gebeuren waarin alle theologische lijnen samenkomen. Ik heb veel gehad aan het commentaar dat ik kreeg van met name Kees Haak, Rob van Houwelingen, Wolter Rose, Mees te Velde, Ieke Haarsma, Stefan Paas, Hans Meerveld en Peter van de Kamp. De laatste vier hebben ook onderweg waardevolle feedback geleverd op deelteksten. De laatste twee hebben zelfs het hele manuscript willen meelezen. In de tijd dat ik aan dit boek werkte heb ik veel gesprekken over preek en homiletiek kunnen voeren met Marinus Beute. In die contacten is veel uitgekristalliseerd van wat uiteindelijk op papier kwam. In diezelfde tijd hebben Bart van Egmond en later Wilmer Blijdorp als mijn assistenten belangrijke hulp geboden bij het verkennen van de literatuur. Belangrijke feedback op een eerdere versie van het manuscript heb ik vanuit diverse gezichtshoeken gekregen van Koert van Bekkum, Harm Boiten, Rein Bos, Jos Douma, Kees van Dusseldorp, Max Hoekzema, Hans Schaeffer, Arjen Velema en Gerben Wielenga. In de laatste fase heb ik bij het persklaar maken belangrijke hulp ontvangen van Pieter Kars van de Kamp.

Bij het schrijven heb ik gemerkt dat het niet eenvoudig is om de vragen en problemen rond de preek op een toegankelijke manier aan te snijden en te duiden. Om de tekst niet extra complex te maken heb ik daarom twee beslissingen genomen die ik hier vermeld. Bijbellezer, hoorder en prediker kunnen steeds benoemd worden als hij of zij. Ik heb steeds gekozen voor de hij-vorm. U als lezer nodig ik uit de zij-vorm te lezen als dat in uw situatie van toepassing is. In de tweede plaats heb ik daar waar in de discussie buitenlandse citaten worden geboden, op een enkele uitzondering na, doorgaans een eigen vertaling geboden.

Ik bied mijn boek aan als bijdrage in de gedachtevorming en in de concrete oefening en voorbereiding van de preek. Door de jaren heen heb ik, soms door schade en schande, ervaren dat biddende overgave aan God daarin een onmisbare kern is. Om die reden heb ik de dichter Rien van den Berg gevraagd gebedsteksten te schrijven bij wat hier aan de orde komt. Deze zijn steeds na het desbetreffende hoofdstuk opgenomen.

Het is mijn gebed dat God dit werk wil gebruiken in zijn werk.

Kampen, voorjaar 2013

Kees de Ruijter

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken